16 januari 2025
Nieuws
door: Leo Aquina | 16 januari 2025
“De financiële positie van de meeste sportclubs is solide”, zegt Dick Zeegers, directeur van Stichting Waarborgfonds voor de Sport (SWS). Daarmee gaat hij in tegen het heersende beeld dat het water de meeste sportverenigingen aan de lippen staat. “Er wordt al jaren geroepen: we luiden de noodklok. Dat snap ik wel als je subsidie wilt krijgen, maar onze cijfers laten iets anders zien”, aldus Zeegers. Wel benadrukt hij dat er in de nabije toekomst grote financiële uitdagingen liggen, omdat veel clubs te maken hebben met verouderde accommodaties. In dit artikel laat Zeegers zijn licht schijnen op de resultaten van een SWS-onderzoek naar de ontwikkeling van de financiële positie van sportclubs.
Stichting Waarborgfonds voor de Sport werd in 1980 in het leven geroepen op initiatief van het Ministerie van VWS, NOC*NSF en De Lotto, om sportverenigingen in staat te stellen bancair te lenen voor de aanleg, bouw, renovatie, verduurzaming of aankoop van sportaccommodaties. In de afgelopen 45 jaar heeft SWS meer dan drieduizend sportorganisaties geholpen met hun investeringen. Voor het onderzoek naar de financiële positie van sportclubs maakte SWS gebruik van de data sinds 2010. Waarom is er niet gekeken naar eerdere data? Zeegers: “We zijn begonnen met tien projecten in het eerste jaar, twaalf in het tweede en twintig in het derde jaar. In het begin is er nog nauwelijks een database. Dat moet je opbouwen. Pas vanaf 2005 zijn we de gegevens echt gaan vastleggen in geautomatiseerde systemen.”
Die gegevens heeft SWS nu vanaf 2010 onder de loep gelegd. “SWS ontvangt jaarlijks de jaarstukken van ruim 1.200 sportverenigingen”, aldus Zeegers. “Het gaat om clubs die investeren in hun accommodatie en daarvoor een bancaire lening afsluiten. Op basis van de financiële gegevens wordt een kwalificatie toegekend, waarbij wordt gekeken naar het vermogen, de liquiditeitspositie, de resultatenrekening en de meerjarenbegroting.” Uit deze gegevens blijkt dat de financiële positie van sportclubs de afgelopen 15 jaar verbeterd is. “Ten opzichte van 2010 zijn er 60 procent minder sportclubs met betalingsproblemen”, vertelt Zeegers. “Het aantal clubs met betalingsproblemen in de portefeuille van SWS is afgenomen van 10 procent naar 4 procent. Dat komt vooral door passend financieel beleid van bestuurders, de BOSA-regeling, subsidies en een relatief lage rente voor bankleningen.”
Representatief
Nederland telt in totaal zo’n 25.000 sportverenigingen. In hoeverre is de groep die SWS in haar portefeuille heeft representatief? Zeegers: “Toen ik onze cijfers afgelopen jaar presenteerde op het VSG-congres kreeg ik te horen dat wij alleen de zogenaamd betere clubs in onze portefeuille hebben. Van de 25.000 sportclubs zijn er zo’n 8000 die een eigen accommodatie hebben. De gemiddelde volleybalclub huurt een zaal bij de gemeente en een wandelvereniging heeft meestal ook geen clubhuis. Wij bedienen een groep die voornamelijk bestaat uit voetbal-, hockey, tennis-, honkbal- en atletiekverenigingen, clubs met een eigen accommodatie. Het zijn clubs die geld willen lenen voor de renovatie of nieuwbouw van hun accommodatie. Wij doen vervolgens een toets en het percentage clubs dat wij afkeuren is relatief heel laag. Natuurlijk zijn er aan de onderkant clubs die niet kunnen lenen. Er zijn aan de bovenkant ook clubs die niet hoeven te lenen. Wij bedienen in mijn beleving de grote tussengroep en daarvan kan je zeggen dat de meeste clubs financieel solide zijn.”
Ander beeld in media
Niet iedereen is blij met die conclusie, omdat clubs graag het beeld instant houden dat zij geld nodig hebben. Zeegers geeft een concreet voorbeeld: “Tijdens de lockdowns vanwege corona hoorde ik een bestuurslid van een club die wij in de database hebben voorbijkomen op de radio. Hij beweerde dat de club bijna omviel, maar uit onze gegevens bleek dat ze nog meer dan een ton op de bank hadden. Die club kon het nog makkelijk een tijdje uitzingen, maar ze wilden hun spaargeld natuurlijk niet aanboren.” Volgens SWS heeft de coronapandemie clubs financieel uiteindelijk niet geschaad. “Clubs zijn indertijd overgecompenseerd door de overheid. Dat is bewust gedaan om te voorkomen dat de hele sector om zou vallen. Daar sta ik ook achter, maar het is een ander verhaal dan wat je gebruikelijk tegenkomt in de media.”
Volgens Zeegers hebben de meeste clubs een gezond exploitatiemodel: “Uiteraard zien wij ook dat de rente, de energie- en de personeelskosten stijgen, maar aan de andere kant gaat de contributie ook omhoog.” Wel constateert SWS dat hockey- en voetbalclubs die op een hoger niveau spelen er financieel vaak slechter voorstaan. Hoe komt dat? Zeegers: “Een club die op een lager niveau speelt en op het eind van het jaar 10.000 euro over heeft, die zet het op de bank voor toekomstige investeringen. Een club die hoger speelt, steekt het in een nieuwe spits. Daar komt bij dat clubs die op een hoger niveau spelen ook afhankelijker zijn van sponsors. Clubbestuurders moeten kritisch kijken naar hun eigen budget en ze moeten zich ook realiseren waarom ze er zijn, voor het eerste elftal of voor die duizend recreanten die iedere week naar het sportveld toekomen?”
Waarschuwing
Hoewel de meeste clubs er financieel dus goed voorstaan, waarschuwt Zeegers voor de toekomst: “De helft van de clubs heeft accommodaties uit de jaren zeventig-tachtig en die zijn bijna allemaal aan renovatie of nieuwbouw toe. Als je praat over een nieuw clubhuis, moet je al gauw 2,5 miljoen euro ophoesten. De afgelopen jaren was de rente laag en clubs konden gebruik maken van de BOSA-regeling, maar de rente gaat nu weer omhoog en de BOSA-regeling gaat er op termijn uit. De sportclubs met een eigen accommodatie gaan er gemiddeld 7.000 euro per jaar op achteruit in 2028. Dat zijn wel zeer forse bedragen. Dit is uiteraard een gemiddelde, clubs die relatief veel investeren gaan er nog meer op achteruit. Door die forse bezuinigingen wordt er simpelweg geld onttrokken aan de sportsector en dat is een slechte ontwikkeling.”
SWS wil de sportsector met haar data en inzichten ondersteunen. Naast een pleidooi voor het behoud van de BOSA-regeling, richt Zeegers zijn pijlen daarom op de rente. “Alleen al in onze portefeuille zit aan rentekosten ongeveer 8 miljoen euro per jaar. Dat is veel geld. Als clubs bij banken lenen, doen zij dat met een marktconform rentetarief. Als die rente stijgt, worden investeringen in de toekomst steeds moeilijker. Daarom zou het ministerie een fonds moeten opzetten. Als de overheid een pot geld neerzet van 75 miljoen euro en je trekt ook nog eens geld uit de markt tegen een rentetarief van ongeveer 2 procent, dan heb je 150 miljoen euro om uit te zetten aan leningen. Daarmee creëer je een structureel model om de rentekosten bij investeringen voor sportclubs laag te houden.” SWS heeft dit idee – samen met NOC*NSF – in Den Haag geagendeerd. Zeegers: “Het is tijdens het sportoverleg in de Kamer de afgelopen vier keer besproken, maar het is er helaas nog niet.”
Voor meer informatie: www.sws.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.