Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Sportbeleid van edith schippers ruim voldoende

Sportbeleid van Edith Schippers 'ruim voldoende'

9 maart 2017

Nieuws

door: Leo Aquina | 9 maart 2017

Minister Schippers stuurde op 23 februari een brief naar de Tweede Kamer om de resultaten van haar sportbeleid toe te lichten. Sport Knowhow XL vroeg Remco Boer van het Kenniscentrum Sport, Koen Breedveld van het Mulier Instituut en Cees Vervoorn - lector topsport aan de Hogeschool van Amsterdam - om hun licht erover te schijnen. De drie geven de minister een ruime voldoende voor haar sportbeleid, maar plaatsen ook kritische kanttekeningen. “Je kunt er inhoudelijk van alles van vinden”, zegt Boer, “maar het was in ieder geval een minister met lef. Ze heeft veel gedaan, vaak tegen de stroom in.” Breedveld spreekt ook zijn waardering uit voor de minister, maar raadt Tweede Kamerleden aan hun oordeel niet te baseren op haar eigen brief: “In het najaar komt er een onafhankelijke doorlichting van het sportbeleid door onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix.”

XL8BriefEdithSchippers300De minister begint haar brief met de trotse constatering dat er onder haar bewind meer is geïnvesteerd in sport. ‘Sinds mijn aantreden in 2010 heeft het kabinet met volle overtuiging de sport gevrijwaard van de bezuinigingen die op veel andere terreinen nodig waren (…) Het kabinet heeft in de periode 2011-2016 circa 800 miljoen euro geïnvesteerd in het sportbeleid. Met ingang van 2017 wordt nog eens structureel 10 miljoen per jaar extra vrijgemaakt voor topsport.’ 

Op landelijk en lokaal niveau niet bezuinigd
“Die cijfers kloppen”, zegt Breedveld. “Als je een verdienste van de minister moet noemen, is het wel dat zij op landelijk niveau niet heeft bezuinigd op sport.” Ook op lokaal niveau is de sport er volgens Breedveld niet op achteruit gegaan. Met ruim één miljard euro aan accommodatie- subsidies in allerlei soorten en maten, komt de grootste overheidsbijdrage aan de Nederlandse sport echter niet van de rijksoverheid, maar van de gemeenten. Met het overhevelen van WMO-taken (Wet Maatschappelijke Opvang) van de rijksoverheid naar de gemeenten, vreesde de sportwereld voor een lokale kaalslag, maar dat is volgens Breedveld niet gebeurd. 

“Die vrees bestond en veel gemeenten hadden ook voornemens om te bezuinigen, maar dat is over het algemeen niet gebeurd. Je ziet hooguit soms dat de sportbudgetten lokaal niet zijn meegegroeid met de inflatie.” 

Cees Vervoorn: “Die tien miljoen extra voor topsport is prima, maar je moet wel goed kijken wat je ermee doet"

XL31-JapanMissieCeesVervoorn

Vervoorn is ook blij met het feit dat de minister investeert in sport, maar hij heeft wel zijn vraagtekens bij de manier waarop het geld wordt verdeeld. “Die tien miljoen extra voor topsport is prima, maar je moet wel goed kijken wat je ermee doet. Het grootste deel van dat geld gaat rechtstreeks naar NOC*NSF. Meer helderheid over de besteding zou prettig zijn. Als voorzitter van NLcoach moet ik te vaak vragen om geld. Investeren in sport is investeren in de toekomst, dan ben je verplicht na te denken over zaken als kaderontwikkeling of een veilig sportklimaat.” 

Vraagtekens bij groei
De minister schrijft ook dat de sportsector van toenemend belang is voor de economie: 'Ook in tijden van crisis is de sportsector erin geslaagd door te groeien.' Breedveld zet vraagtekens bij die constatering. De minister schrijft: 'De toegevoegde waarde van de sporteconomie is gegroeid tot 6,0 miljard, overeenkomstig 1,0 procent van het BBP.' Uit het meest recente onderzoek van het Mulier Instituut naar de Nederlandse sporteconomie blijkt dat de bijdrage van de sport aan het BBP is tussen 2006 en 2012 is gegroeid van 5,7 miljard naar 6,6 miljard. Breedveld: 

“In percentages is er sprake van een gelijkblijvend aandeel van 1%. Niet gedaald maar ook niet gestegen dus. De werkgelegenheid in de sport daalde in die periode van 100.000 fte naar 90.00 fte, zijnde respectievelijk 1,4% (2006) en 1,3% (2012) van de totale werkgelegenheid.” Recentere cijfers zijn niet beschikbaar, maar of er tussen 2011 en 2016 echt sprake is van de door de minister genoemde groei, valt op basis van de bestaande cijfers niet hard te maken.

Koen Breedveld: "Als de inzet van het overheidsbeleid is om meer mensen aan het sporten te krijgen, zou ik ook graag cijfers willen zien over het effect daarvan op de sportparticipatie"

Sport en gezondheid

XL32KoenBreedveld-1Sport is al sinds 1982 ondergebracht bij het Ministerie van Volksgezondheid en volgens Breedveld, Boer en Vervoorn is dat een prima plek. De minister benoemt in haar brief ook nadrukkelijk dat sport en bewegen de gezondheid verhoogt: ‘Om sporten en bewegen in de buurt voor zoveel mogelijk Nederlanders mogelijk te maken, heeft het kabinet een enorme impuls gegeven aan het lokale sportbeleid. Ruim 4800 buurtsportcoaches zijn door heel het land aan de slag. Naar schatting bereiken zij 1 tot 1,5 miljoen mensen.’

“Dat cijfer klopt. Het komt uit de rapportage die wij voor de minister opstellen”, zegt Breedveld. “Het bereik van 1 tot 1,5 miljoen mensen staat daarin niet genoemd. Het getal komt me niet vreemd voor, maar het is geen uitkomst uit ons rapport.” Hoewel Breedveld de cijfers onderschrijft, zou hij graag meer zien. 

“De minister huldigt het standpunt dat zij niet verantwoordelijk is voor het gedrag van burgers en dat zij hooguit goede voorwaarden kan scheppen. Maar als de inzet van het overheidsbeleid is om meer mensen aan het sporten te krijgen, zou ik ook graag cijfers willen zien over het effect van dat beleid op de sportparticipatie. De cijfers op dat gebied zijn vrij constant. Je kunt natuurlijk zeggen dat het mooi is dat de sportdeelname niet achteruit is gegaan tijdens de recessie, maar we hebben ook geen duidelijke beweging voorwaarts gezien.” 

Koen Breedveld: "We zijn de afgelopen jaren geen stap verder gekomen als het gaat om het vergaren van wetenschappelijk bewijs voor de maatschappelijke kracht van sport"

Maatschappelijke waarde van sport
Breedveld, Boer en Vervoorn prijzen de minister om het feit dat zij vele initiatieven heeft genomen als het gaat om kennis over sport en bewegen. “Meten is weten en op dat gebied hebben we de afgelopen vier jaar enorme stappen gemaakt”, zegt Vervoorn. “Er zijn interdepartementaal middelen vrijgemaakt om onderzoek te doen en daar is VWS een goede partner in. Het onderzoek staat op een hoger niveau dan vier jaar geleden en de sportwetenschappelijke wereld heeft elkaar in de praktijk ook meer gevonden.” 

Breedveld vindt dat er één belangrijke kwestie is blijven liggen: “Er is de afgelopen jaren enorm ingezet om goede kennis van sport paraat te hebben, maar we zijn de afgelopen jaren geen stap verder gekomen als het gaat om het vergaren van wetenschappelijk bewijs voor de maatschappelijke kracht van sport. We weten wel wat de kosten en investeringen zijn, maar niet wat de baten zijn. Er wordt al vijf jaar geroepen dat dit belangrijk is, maar er is nog altijd geen onderzoek gedaan. Dat speelt de sport al parten sinds het Olympisch Plan 2028 is afgeschoten.”

Evenementen
Hoewel het Olympisch Plan 2028 in het regeerakkoord van het aftredende kabinet ten grave is gedragen – niets daarover overigens in de brief van de minister – somt de minister in haar brief een groot aantal (top)sportevenementen op die de afgelopen jaren wel zijn georganiseerd in Nederland. Vervoorn hoopt nog altijd op een terugkeer van het Olympisch Plan, maar hij constateert ook dat het evenementenbeleid in ieder geval niet geleden heeft onder het schrappen daarvan. 

“Ik vind het jammer dat het geschrapt is, maar het is moeilijk in te schatten of dat de Nederlandse sport heeft geschaad. Het IOC had het wel fijn gevonden als Nederland een bid had uitgebracht voor 2028. Dat zou voor hen een stok achter de deur zijn om de Spelen terug te brengen naar de menselijke maat.” 

Koen Breedveld: "De minister is er in geslaagd de evenementenambitie overeind te houden ondanks het schrappen van het Olympisch Plan"

Breedveld prijst de minister ook om haar evenementbeleid. “We staan in Nederland echt op een hoger peil als het gaat om evenementen. Dat is niet alleen de verdienste van de minister, maar ze is er wel in geslaagd de evenementenambitie overeind te houden ondanks het schrappen van het Olympisch Plan.” 

Breedveld mist in de brief van de minister wel een verantwoording voor het mislukte bid voor de Europese Spelen van 2019. “Daar heeft de minister ook een rol in gehad. Door dat debacle heeft de Nederlandse sport internationaal een slecht figuur geslagen en die verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk ook bij de minister.” Breedveld, Boer en Vervoorn vinden echter ook dat ‘de sport’ in dezen vooral ook bij zichzelf te raden moet gaan.

Kenniscentrum Sport
De afgelopen jaren heeft de minister het Nederlandse sportwetenschappelijke landschap anders ingericht. Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen fuseerde met de Stichting Onbeperkt Sportief tot het Kenniscentrum Sport, met Remco Boer en Willemijn Baken als directeur. Het Mulier Instituut bleef onafhankelijk. Vervoorn vindt dat de instituten zich allemaal nog moeten vinden in hun nieuwe rol, maar hij is blij met het feit dat de sportwetenschappelijke wereld elkaar in de praktijk meer heeft gevonden. Hoewel Boer tevreden is over de nieuwe opzet van het Kenniscentrum Sport. 

Remco Boer: "We moeten met andere partijen in gesprek die een kennisfunctie vervullen om tot verdere invulling te komen"

XL2-VolkskrantartikelNISB

“Ik ben blij met de inzet van de minister en we hebben een goede start gemaakt als het gaat om de bundeling van kennis, maar we zijn er nog niet. We moeten met andere partijen in gesprek die een kennisfunctie vervullen om tot verdere invulling te komen. Het Mulier Instituut is naar voren geschoven om beleidsevaluatie, monitoring en contractonderzoek te doen. Dat sluit naadloos aan op onze taken. De samenwerking is goed, maar we staan nu te ver uit elkaar.”

Samenvoegen
Breedveld beaamt de goede samenwerking, maar is het niet met zijn collega eens als het gaat om het samenvoegen van het Kenniscentrum Sport en het Mulier Instituut.

“Ik denk dat de vorming van het Kenniscentrum een goede stap was, maar wij hebben een andere functie. Onze kracht ligt in onderzoek. Het Kenniscentrum helpt om die kennis te vertalen naar de praktijk en om uit de praktijk vragen op te halen voor onderzoek. Dat vereist andere expertises en vaardigheden en dat legitimeert het naast elkaar bestaan van beide instituten.”

Topsport en onderwijs
Wat zijn de belangrijkste agendapunten voor een komende minister of staatssecretaris met sport in zijn of haar portefeuille? Vervoorn legt de nadruk op de combinatie (top)sport en onderwijs. 

“Uitgangspunt van het overheidsbeleid moet zijn dat ieder kind goed beweegonderwijs verdient. In het verlengde daarvan moet je kijken naar dual careers, de succesvolle combinatie tussen topsport en onderwijs. Alle Europese landen hadden dat hoog op de agenda staan, maar toen Nederland voorzitter was van de Europese Unie verdween het van de agenda omdat het werd gezien als nationaal belang. Daarmee geef je toch een signaal af. Ik vind het loopbaanpad voor topsporters belangrijk. Een olympische medaillewinnaar heeft er wellicht minder last van, maar achter iedere olympisch kampioen zitten honderden sporters die het niet halen. Je moet zorgen voor een goede combinatie waarin topsport en onderwijs elkaar versterken.”

Remco Boer: "De minister had veel meer een coördinerende rol kunnen spelen en verbindingen kunnen leggen met andere ministeries"

Verbindingen
Boer vindt voor de toekomst vooral de verbindingen tussen de verschillende ministeries belangrijk. “Als je me vraagt wat deze minister een beetje heeft laten liggen, dan is het de integraliteit van de sport. Ze had veel meer een coördinerende rol kunnen spelen en verbindingen kunnen leggen met andere ministeries. Het is een breed gedragen constatering dat sport en bewegen ook voor andere ministeries rendement kan opleveren, een koppeling ligt dan voor de hand. Andere ministeries kunnen ook investeren, daar ligt een grote kans voor de sport.”

Breedveld maakt zich voor de toekomst zorgen over de financiering van de sport. Hij vindt de grootste prioriteit voor de nieuwe minister om de middelen voor de sport veilig te stellen die door aanpassing of afschaffing van het Sportbesluit (http://sportengemeenten.nl/dossiers/sportbesluit/) dreigen weg te vallen. “Het is een ingewikkeld verhaal over vrijstelling en aftrekken van btw, maar het komt erop neer dat het ministerie van financiën 210 miljoen extra euro hoopt terug te krijgen door aanpassing van de btw-afdrachten bij nieuwbouw, renovatie en in gebruik geven van sportaccommodaties. De minister van Sport moet ervoor zorgen dat dat geld hoe dan ook wel voor de sport beschikbaar blijft. Verbindingen leggen, waar Remco Boer op wijst, is daarin superbelangrijk.”

Voor meer informatie: Resultaten sportbeleid 2011-2016, brief van minister Edith Schippers aan de Tweede Kamer (23 februari 2017)

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.