22 september 2011
Nieuws
Het optuigen van de Sport Science Unit kan niet los gezien worden van het Olympisch Plan 2028. Om uit te groeien tot een serieuze kandidaat als organisator van de Spelen van 2028 is het van wezenlijk belang het sportniveau op te krikken, denkt Wouter Kropman, ‘regisseur sport & wetenschap’ bij de Sport Science Unit. Hij ziet een cruciale rol weggelegd voor de wetenschap: “Het verspreiden van kennis - de zogenoemde kennisvalorisatie - kan er heel duidelijk voor zorgen dat sporters sneller vooruit komen. In het plan staan ambities die Nederland in 2016 gehaald moet hebben. Wij dragen daar graag aan bij, omdat het een voordeel geeft ten opzichte van de concurrentie en de hele Nederlandse sport stimuleert.”
Toch heeft de sport vaak nog een duwtje in de goede richting nodig. Kropman wijt dat enerzijds aan de beperkte toegankelijkheid van wetenschappelijke instellingen en anderzijds aan de sport die regelmatig conservatief is en zich niet zomaar overgeeft aan een innovatief product.
De Sport Science Unit is een vooruitgeschoven post die vanuit het Olympisch Stadion samen met de gemeente Amsterdam en Topsport Amsterdam de verschillende partijen aan tafel moet zien te krijgen. Onder de vlag TEAM AMSTERDAM verzoeken ze het lokale bedrijfsleven aan te haken en samen te werken aan het realiseren van doelstellingen. Kropman heeft regelmatig sporters als gast, maar ook coaches en algemeen directeuren van bonden. “Vaak gaan onze gesprekken in abstracte zin over op welke wijze de wetenschap de sport science support kan bieden, af en toe wordt het heel concreet. Neem de Superseat, een nieuw stoeltje waar Nederlandse roeiers tijdens wedstrijden flink van kunnen profiteren. Het is een wetenschappelijke vinding, die nu langzaam zijn weg vindt binnen de sport moet vinden.”
Anders dan bij de verschillende Sport Fields Labs in Nederland vindt er in het Olympisch Stadion zelf geen onderzoek plaats. De verbindingsfunctie tussen wetenschap en sport is belangrijker. “Als een coach, sporter of bond iets wil uitzoeken dan zoeken we daar de juiste experts bij. Onderzoeken vinden vervolgens plaats op de Faculteit der Bewegingswetenschappen, het sportcentrum van de VU of een van de sportlocaties in Amsterdam zoals de Bosbaan of het Sloterplarkbad.” De Sport Science Unit heeft namelijk geen vaste wetenschappers in dienst en werkt op projectbasis.
Kropman hoopt dat het Amsterdamse initiatief op landelijk niveau wordt opgepakt met de oprichting van een nationaal sportwetenschappelijk instituut, opdat de Vrije Universiteit meerdere sparringpartners krijgt. Samenwerking met sportbonden en instanties als NOC*NSF en InnoSportNL is nodig om in 2016 echt een verschil te kunnen realiseren..”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.