22 juni 2023
Nieuws
door: Leo Aquina | 22 juni 2023
Sport en mensenrechten leven nogal eens op gespannen voet. Denk daarbij aan de discussies over het WK voetbal vorig jaar in Qatar, maar ook aan grensoverschrijdend gedrag binnen de sport, de mogelijke deelname van Russische en Belarussische atleten aan de Olympische Spelen volgend jaar in Parijs, of discussies rond de status van transgenderatleten. “Niet alle mensenrechten zijn onvoorwaardelijk. Bovendien kunnen mensenrechten onderling botsen”, zegt Daniela Heerdt, onderzoeker bij het T.M.C Asser Instituut op het gebied van sport en mensenrechten. In haar optiek is er in de sport vaak te weinig expertise om een goede analyse van de mensenrechtenproblematiek te maken voordat er beslissingen worden genomen. Het T.M.C. Asser Instituut organiseert eind juni voor de tweede jaar een cursus ‘sport and human rights’, om professionals in de sport bij te scholen op het gebied van mensenrechten.
Mensenrechten zijn de afgelopen decennia steeds belangrijker geworden in de sportwereld. Het WK in Qatar was voor het Asser Instituut een van de aanleidingen om vorig jaar de eerste cursus ‘sport and human rights’ op te zetten. “Vanaf het moment dat het WK voetbal aan Qatar werd toegewezen, is de aandacht voor mensenrechten in de sport enorm gegroeid, maar er was meer, aldus Daniela Heerdt. “Vanwege allerlei corruptieschandalen liggen sportbonden meer dan ooit onder een vergrootglas.”
De sportwereld lijkt daarmee een beetje achter het internationale bedrijfsleven aan te hobbelen. Heerdt: “In 2011 hebben de Verenigde Naties een document op gesteld met guiding principles on business and human rights. Dat helpt om het bespreekbaar te maken en het biedt het bedrijfsleven kaders om mensenrechten ook daadwerkelijk mee te laten wegen in hun activiteiten. Er was ook een speciale rapporteur benoemd die samen met ondernemers en stakeholders een framework heeft uitgewerkt en er zijn organisaties die bedrijven helpen dat framework te implementeren.” Er is geen speciale VN-rapporteur voor de sportsector en er is ook geen apart framework, maar volgens Heerdt is dat ook niet nodig. “De guiding principles on business and human rights zijn ook prima toepasbaar op sportorganisaties. Laten we vooral geen energie steken in overbodige dingen. Waar in de sport eerder behoefte aan zou zijn, is een soort template hoe sportbonden mensenrechten in hun statuten kunnen opnemen. Dat is al gebeurd bij de FIFA en de UEFA, maar bijvoorbeeld nog niet bij het IOC.”
Wassen neus?
In hoeverre is het opnemen van mensenrechten in de statuten bij de FIFA oprecht? Gezien de handel en wandel van de bond zullen veel mensen het zien als een wassen neus, maar Heerdt kijkt daar genuanceerder tegenaan: “Het is vanzelfsprekend belangrijk om kritisch te blijven, maar er wordt wel degelijk werk van gemaakt. De FIFA had Saoedi-Arabië als sponsor voor het vrouwen-WK in Australië en Nieuw-Zeeland gestrikt, maar uiteindelijk hebben ze besloten dat niet te doen. Dat komt natuurlijk door alle protesten, maar deze protesten hadden meer kracht omdat FIFA bepalingen over mensenrechten in hun statuten heeft opgenomen."
Zelfs als het gaat om het WK in Qatar ziet Heerdt positieve effecten: “Dit was het eerste WK waar daadwerkelijk vrijwilligers aanwezig waren om mensenrechten in de gaten te houden. Er is in Qatar ook sprake van een Human Rights Legacy. Voor het eerst in de geschiedenis heeft een gastland van een WK de wet veranderd. Probleem daarbij is natuurlijk wel dat er een groot verschil is tussen papier en praktijk. De arbeidsomstandigheden van mensen op de FIFA-locaties waren beter, maar er gebeurde en gebeurt ook veel waar we geen zicht op hebben.”
Daarmee komen we automatisch op de vraag hoe ver de verantwoordelijkheid van sportorganisaties reikt als het gaat om mensenrechten en daar komen de guiding principles on business and human rights goed van pas. Heerdt: “Er is geen land ter wereld dat niet te maken heeft met mensenrechtenschendingen. Waar je ook heengaat om een toernooi te organiseren, het staat op de agenda. Een sportorganisatie is daar niet verantwoordelijk voor, maar het framework geeft grenzen aan. De vraag is in hoeverre jouw activiteiten als sportorganisatie risico’s met zich meebrengen ten aanzien van mensenrechten. Daar moet je als organisatie wel verantwoording voor kunnen afleggen.” Een dergelijke aanpak valt volgens Heerdt te prefereren boven een boycot. “Een boycot is niet zo doelmatig. Als je alle contacten afbreekt, maak je de ruimte voor NGO’s om te blijven praten heel klein. Daar bereik je sowieso niets mee.”
Rusland en Belarus in Parijs?
Heerdt wijst er nadrukkelijk op dat de mensenrechtendiscussie in de sport breder is dan de gevolgen van sportevenementen: “Dat is slechts een kant. Daarnaast heb je ook de rechten van atleten en zaken als misbruik en grensoverschrijdend gedrag in de sport.” De vraag of Russische en Belarussische atleten mee mogen doen aan de Olympische Spelen van 2024 in Parijs valt daar ook onder. Het is een sprekend voorbeeld van een situatie waarin de rechten van de één conflicteren met de rechten van de ander. Het IOC adviseerde federaties direct na de Russische inval in Oekraïne om Russen en Belarussen te weren van internationale sportevenementen en sindsdien moddert de discussie hierover voort. Heerdt vindt dat het IOC zich beter had moeten informeren. “Natuurlijk moesten zij vorig jaar een acute beslissing nemen. In zo’n geval kun je kiezen voor een tijdelijke schorsing. Vervolgens ga je een grondige analyse maken, je gaat te rade bij experts op het gebied van mensenrechten en je komt tot een weloverwogen beslissing die je ook uit kunt leggen. Dat is niet onmogelijk, maar er wordt nu te zeer op de korte termijn gereageerd zonder goede afwegingen te maken.”
Terwijl het WK in Qatar vorig jaar een groot onderdeel was van de vierdaagse mensenrechtencursus van het Asser Instituut, komen juist die andere zaken dit jaar meer aan bod. Onderwerpen zijn onder meer: de verantwoordelijkheid van sportorganisaties, de FIFA als case study, mensenrechten voor atleten, de rechten van profvoetballers, en transgenders binnen de olympische beweging. Heerdt: “We richten ons op professionals uit de wereld van sport en/of mensenrechten. Mensen van sportorganisaties, maar ook advocaten en ook bijvoorbeeld vertegenwoordigers van atleten.” Het Asser Instituut organiseert de cursus jaarlijks in samenwerking met het Centre for Sport and Human Rights en de FIFPRO (vakbond voor profvoetballers), die als gastheer fungeert in Hoofddorp.
Voor meer informatie: summer programme ‘Sport and human rights’
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.