19 februari 2008
Nieuws
Ook in ontwikkelingslanden kan sport een belangrijke rol spelen om maatschappelijk doelen te verwezenlijken. Dat is nadrukkelijk de insteek die de ministeries van Buitenlandse Zaken en VWS kiezen voor de besteding van de 16 miljoen euro die zij samen voor de periode van 2008 tot en met 2011 beschikbaar stellen voor sportprojecten in ontwikkelingslanden.
Zoals op gemeentelijk niveau verschillende domeinen voor en door de sport samenwerken (denk aan de BOS-projecten), zo gebeurt dat ook vanuit de landelijke overheid. De samenwerking tussen VWS en Onderwijs is inmiddels stevig verankerd, maar ook Buitenlandse Zaken en VWS werken samen. De twee ministeries publiceerden vorige week de gezamenlijke beleidsnotitie ‘Een kans voor open doel – de kracht van sport in ontwikkelingssamenwerking’ over sport en ontwikkelingssamenwerking en gaan samen zestien miljoen euro ter beschikking stellen voor sportprojecten in tien ontwikkelingslanden.
Welke landen dat zullen zijn, is nog niet helemaal duidelijk. De notitie meldt daarover: “Onze inzet zal zich concentreren op sport- en ontwikkelingsprogramma’s in landen waarmee Nederland een bijzondere relatie onderhoudt: de reguliere partnerlanden van Ontwikkelingssamenwerking, inclusief de sportlanden waarmee VWS al samenwerkt (Suriname en Zuid-Afrika) en de prioritaire fragiele staten.”
De notitie is ten aanzien van de doelen helder en mikt daarbij op sport als middel én op sport als doel. In ‘Een kans voor open doel’ lezen we daarover het volgende: “Wij (BZ en VWS – red.) spreken af om ons gezamenlijk in te spannen en onze krachten te bundelen. Het uiteindelijke doel daarbij is dat overheden en organisaties in ontwikkelingslanden zelf in staat zijn de kracht van sport en spelprogramma’s optimaal en duurzaam te benutten. Daar gaan we ze in ondersteunen door:
- sport- en ontwikkelingsprogramma’s te steunen waarin kwetsbare groepen door deelname aan sport en spel sociale en educatieve vaardigheden kunnen ontwikkelen en gezonder en
zelfbewuster worden;
- sportprojecten onderdeel te laten zijn van brede programma’s gericht op gezondheidsbevordering, vredesopbouw in fragiele staten en conflictpreventie, verzoening en rehabilitatie in (post-)conflictlanden;
- publiciteitsgevoelige (top)sportactiviteiten in het kader van ontwikkeling en vredesbevordering in te zetten, waarbij populaire sporters als ambassadeur én als rolmodel kunnen fungeren.”
Het beschikbare geld zal dus grosso modo op twee manieren worden ingezet. Via de ambassades komt geld beschikbaar voor lokale ‘sport for development’-programma’s. Daarbij wordt sport als middel gebruikt om bijvoorbeeld de sociale cohesie lokaal te versterken, verzoening tussen voormalige strijdende partijen te bevorderen en om de positie van vrouwen te verbeteren.
Een ander deel van het budget wordt besteed aan het verstevigen van de sportinfrastructuur van de tien landen. NOC*NSF is gevraagd hiervoor een plan van aanpak te ontwikkelen. “Onderdeel van het Plan van Aanpak is een inventarisatie van initiatieven en sportprojecten die in de tien landen al lopen en de organisaties die daarbij betrokken zijn”, verklaart Marije Dippel, beleidsmedewerkster bij NOC*NSF op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. “Op basis daarvan gaan wordt invulling gegeven aan een programma per land. De nadruk zal in ieder geval liggen op het versterken van de lokale sportinfrastructuur. Denk daarbij aan het versterken van lokale sportorganisaties door het ontwikkelen van kader, technisch en beleidsmatig, maar ook aan het betrekken van scholen bij sport.”
De beleidsnotitie “Een kans voor open doel – de kracht van sport in ontwikkelingssamenwerking” is hier te downloaden.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.