door: Leo Aquina | 5 juni 2014
Onder het motto ‘Elke lach is een overwinning’ verzorgt de Stichting Sport Helpt ontmoetingen tussen topsporters en zieke kinderen. Hoewel de stichting al enige tijd actief is, was de officiële lancering op 21 mei. Sport Helpt is een initiatief van de hockeyinternationals Rogier Hofman en Tim Jenniskens. Hofman kwam op het idee toen hij in 2011 op verzoek van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond (KNHB) samen met keeper Jaap Stockmann op bezoek ging bij een ziek kind. “Het maakte zoveel indruk dat je op zo’n kleine manier iemand die het zo moeilijk heeft blij kan maken”, zegt hij daarover. 
Hofman hoorde na dat eerste bezoek voor het eerst dat de hockeybond vaker van dit soort verzoeken kreeg. “Ze deden er bij de bond meestal niets mee omdat ze niet wisten of ze de sporters daar wel mee konden belasten en eigenlijk vond ik dat raar want het is een kleine moeite.”
Samen met vriend, teamgenoot bij Bloemendaal en collega-international Jenniskens besloot Hofman om bezoekjes van topsporters aan zieke kinderen structureel vorm te geven. “We hebben in eerste instantie contact gezocht met NOC*NSF, want we wilden de hele sportwereld in Nederland betrekken. Het moest niet eenmalig zijn.” NOC*NSF reageerde enthousiast en op het NOC*NSF Sportgala 2013 zegden vele topsporters hun steun toe.
Geen teleurstellingenSport Helpt zorgt dat topsporters op bezoek gaan bij zieke kinderen. Dat gebeurt op aanvraag van kinderartsen. “Wij wilden niet zelf bepalen welke kinderen daarvoor in aanmerking komen”, vertelt Hofman. “We zijn in gesprek gegaan met de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en hebben samen met hen criteria opgesteld. Aan de hand daarvan kunnen kinderartsen of pedagogisch medewerkers in ziekenhuizen een aanvraag indienen.”
Sport Helpt gaat na de aanvraag op zoek naar een topsporter. Hofman: “Artsen kunnen geen specifieke sporter aanvragen, maar wel een tak van sport. Wij gaan op zoek naar een sporter.” Het kan zijn dat het niet lukt een sporter te vinden bij wie het in het programma past. “Daarom vertellen we de kinderen en de ouders van tevoren niets. Op die manier voorkom je teleurstellingen”, legt Hofman uit.
LevensbepalendAlle ernstig zieke kinderen van 6-17 jaar komen in aanmerking voor een bezoek. “Vanaf ongeveer zes jaar beginnen de meeste kinderen bij een sportclub”, aldus Hofman. “En bij ziekenhuizen wordt je tot zestien jaar als kind gezien en vanaf achttien als volwassen. Zeventienjarigen vallen daar een beetje tussen. Daarom hebben wij bewust gekozen die leeftijd ook mee te nemen.”
Buiten de leeftijd geldt als criterium dat de kinderen een levensbepalende ziekte moeten hebben. Dat is dus niet per se levensbedreigend. Hofman: “We hebben het expres iets breder willen trekken dan bijvoorbeeld alleen kinderkanker. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar er zijn meer ziektes waar mensen een leven lang last van kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld de ziekte van Crohn.”
NazorgHet bezoek van een topsporter aan een ziek kind is voor beide partijen ingrijpend. Een kind haalt er inspiratie en vreugde uit en ook de topsporter kan er sterker van worden. Een dergelijke emotionele belevenis kan een topsporter echter ook in de weg zitten bij zijn mentale voorbereiding op belangrijke wedstrijden. Hoe gaat Sport Helpt daarmee om?
Hofman: “We begeleiden de sporters goed, in eerste instantie door ze voor te bereiden op het bezoek en ze voor te lichten over de situatie van het kind in kwestie. Bovendien werken we samen met een psycholoog voor eventuele nazorg als een sporter daar behoefte aan heeft. En we houden bij de aanvragen ook rekening met het programma van de sporters. De komende weken zullen we bijvoorbeeld geen hockeyinternationals vragen, want die zijn druk met het WK.”
Voetbal apartHoewel Arjen Robben op het Sportgala 2013 lovende woorden over had voor het initiatief, werkt Sport Helpt vooralsnog alleen met olympische sporters en niet met voetballers. “In het voetbal gebeurt op dit gebied al veel via de clubs”, vertelt Hofman. “Voor buitenstaanders is het moeilijk om dat beter te organiseren dan nu al wordt gedaan. In olympische sporten is het in zekere zin ook makkelijker. Je moet uitkijken als je bijvoorbeeld een speler van Ajax naar een kind in een ziekenhuis in Utrecht stuurt. In de olympische sporten heb je niet te maken met dat soort clubloyaliteiten.”
Sport Helpt heeft er dus bewust voor gekozen vooralsnog alleen met olympische sporten te werken, maar Hofman hoopt dat er in de toekomst sprake zal zijn van samenwerking: “Momenteel zijn we bezig met het opzetten van een nieuwe tak binnen de stichting: voetbalhelpt.nl.”
Hoe wordt Sport Helpt gefinancierd? Hofman: “Een bezoek van een topsporter kost geen geld, want de sporters werken vrijwillig mee, maar er moet natuurlijk wel wat georganiseerd worden. Het gaat immer om zieke kinderen waarbij privacy zeer belangrijk is. De organisatie is voor het komende jaar gedekt, maar we zijn nog wel op zoek naar sponsors om het ook in de jaren daarna te continueren.” Cijfermatige doelstellingen heeft Sport Helpt niet. “Toen we begonnen, zeiden we tegen elkaar: alleen al als we één kind kunnen helpen, is het geslaagd. Inmiddels staat er een organisatie die deze bezoeken structureel regelt, maar we blijven trouw aan ons beginstreven: ieder kind dat we blij kunnen maken is er één.”
Voor meer informatie: www.sporthelpt.nl