Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Sport draagt nauwelijks bij aan nederlandse economie

Sport draagt nauwelijks bij aan Nederlandse economie

20 september 2012

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 20 september 2012

De omvang van de sporteconomie in Nederland is laag in vergelijking met het buitenland. Dat is de meest opvallende bevinding uit het onderzoek naar het belang van sport voor de Nederlandse economie, uitgevoerd door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS), in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Op de dag dat Nederland naar de stembus trok voor de Tweede Kamerverkiezingen nam Paul Huijts - directeur-generaal Volksgezondheid van het Ministerie van VWS - het onderzoek ‘De bijdrage van sport aan de Nederlandse economie’ in ontvangst. Drie jaar nadat Jet Bussemaker - toenmalig staatssecretaris van het Ministerie van VWS - opdracht gaf tot een eerste verkenning aan het CBS en de HAN ligt er een eindrapport op tafel.

Klein aandeel
Willem de Boer - docent en onderzoeker sporteconomie aan de HAN - werkte mee aan het eerste uitgebreide onderzoek naar de bijdrage van sport aan de Nederlandse economie. Het project werd volledig gefinancierd door het Ministerie van VWS. “Het onderzoek is macro-economisch van aard”, vertelt De Boer over de onderzoeksopzet. De resultaten geven een breed overzicht van de belangrijkste economische indicatoren van sport in Nederland en concentreren zich op de bijdrage van sport aan de economie in het jaar 2006. Dit specifieke jaar werd uitgekozen om het onderzoek vergelijkbaar te maken met onderzoeken uit andere EU-landen.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat sport in 2006 exact één procent van het Nederlandse Bruto Binnenlands Product (BBP) vormde; een bedrag van ongeveer 5,2 miljard euro. Verder waren in 2006 ruim 130 duizend mensen werkzaam in het sportgerelateerde deel van de economie en vormde sport voornamelijk voor de horeca een belangrijke inkomstenbron, met een opbrengst 1,1 miljard euro.

Opvallend is de handelsbalans van Nederland op het gebied van sportproducten en -diensten. In 2006 importeerde Nederland voor een totaalbedrag van 1,8 miljard euro aan sportproducten en –diensten terwijl Nederlandse bedrijven voor 1,6 miljard euro hieraan verdienden. Gevolg: een negatieve handelsbalans van 160 miljoen euro.

Europees initiatief
De resultaten van het onderzoek dienen een breder Europees doel. De Boer verklaart dat het initiatief voor de doorlichting uit Brussel kwam. “In 2007 heeft de Europese Commissie het Witboek Sport aangenomen, waarin de ontwikkeling van een nieuwe, Europese statistische methode voor het meten van de economische impact van sport werd aangekondigd.” Daaropvolgend werd een Europese werkgroep aangesteld die vervolgens de onderzoeksmethode uitwerkte. De methode is algemeen toepasbaar zodat de onderzoeken makkelijk vergelijkbaar zijn met resultaten uit andere EU-landen. Het is uiteindelijk de bedoeling dat elke EU-lidstaat deze rekenmethode gaat toepassen op haar eigen economie.

Zo werd eerder al in Groot-Brittannië, Oostenrijk, Polen en Cyprus de bijdrage van sport aan de economie gemeten. De resultaten van het onderzoek in Duitsland worden later dit jaar verwacht. “In vergelijking met deze landen is de omvang van sport in Nederland laag voor vrijwel alle economische indicatoren”, concludeert De Boer na vergelijking met de Nederlandse onderzoeksresultaten.

De oorzaken daarvan lopen uiteen. “In Oostenrijk wordt de sporteconomie grotendeels bepaald door wintersport. En in Groot-Brittannië is de markt voor professionele sporten - met name voetbal - veel groter en is er daarnaast een omvangrijke sportgerelateerde wedsector.”

Jaarlijks onderzoek
Alleszeggend zijn de uitkomsten van het onderzoek niet, vertelt De Boer. De resultaten zijn bijvoorbeeld onbruikbaar als argumentatie in de discussie rondom kosten-batenanalyses aangaande de door Nederland voorgenomen organisatie van de Olympische Spelen in 2028. “Daarvoor is herhaaldelijk onderzoek nodig. Dat kan tot inzichten leiden over wat de effecten zijn van het organiseren van grote sportevenementen op macro-economisch niveau.”

De Boer noemt het lopende onderzoek in Groot-Brittannië naar aanleiding van de Olympische Spelen in Londen een voorbeeld van een dergelijk herhalingsonderzoek. Elk jaar berekenen Britse wetenschappers de bijdrage van sport aan de economie, om zo een beeld te creëren van de economische impact van de Olympische Spelen. Daarnaast is Polen gestart met een vergelijkbaar onderzoek om de economische betekenis van de organisatie van Euro 2012 te bepalen.

In eerste instantie geldt de relevantie van het Nederlandse onderzoek daarom vooral voor beleidsmakers op nationaal en internationaal niveau, benadrukt De Boer. “Hiermee kunnen zij ‘evidence based’ beleid voeren en beleidsevaluaties maken. Voor alle beleidsmakers en onderzoekers in de sport zal dit onderzoek als hét economische referentiepunt gelden.”

Maar om de verschillen in onderzoeksresultaten met het buitenland goed te verklaren is ook in Nederland meer onderzoek nodig. De Boer: “Het belang van het onderzoek zal nog meer toenemen waneer het herhaaldelijk wordt uitgevoerd, waardoor ook trends en ontwikkelingen zichtbaar worden.”

Klik hier voor de inhoud van het onderzoeksrapport ‘De bijdrage van sport aan de Nederlandse economie’

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.