3 november 2016
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 3 november 2016
De allereerste rugby-interland op vaderlandse bodem werd precies honderd jaar geleden gespeeld, zonder dat er een Nederlands team aan te pas kwam. In 1916 stonden tijdens de Eerste Wereldoorlog Engeland en Schotland tegenover elkaar in Leeuwarden. De spelers waren hier niet vrijwillig; ze zaten in een Gronings interneringskamp. Komende zaterdag ontmoeten het Britse en Schotse team van de British Royal Navy elkaar weer in de Friese hoofdstad voor de Centennial Memorial Wedstrijd.
Het was voor de organiserende Rugby Mad Foundation niet eenvoudig om de wedstrijd te arrangeren. Er moest tot op ministerieel niveau toestemming gehoor gegeven worden aan het verzoek om de twee teams uit te zenden voor een interland op vreemde bodem. Na het maandenlang volgen van alle procedures kwam er uiteindelijk toestemming. De Navy-teams zouden elkaar in het competitieverband van de Inverdale Challenge Cup sowieso al ontmoeten in november. Die wedstrijd is nu verplaatst naar Leeuwarden. Er staat voor de spelers dus meer dan alleen de eer op het spel. Voor initiatiefnemer Ken Wright is de uitslag van ondergeschikt belang. Hij vindt het verhaal achter de wedstrijd van doorslaggevende betekenis. “Sport heeft, net als het onderwijs, de mannen in het interneringskamp echt gedisciplineerd, samen gebracht en een doel gegeven.”
De soldaten die de hele oorlog in het interneringskamp doorbrachten, verloren na verloop van tijd hun levenslust en hoop in een goede afloop. Het was commodore Wilfred Henderson die in rugby een middel zag om de mannen fysiek en mentaal weer fit te krijgen. Wright: “Henderson zag zich geconfronteerd met een groep mannen die er doorheen zaten en hij heeft dat willen veranderen. Rugby heeft ze, in combinatie met onderwijs, gehard en gevormd.”
Rugby en educatie
Het resultaat was een wedstrijd tussen de Britten en de Schotten die werd bijgewoond door liefst 2500 toeschouwers. Wright hoopt ook honderd jaar later op veel publieke belangstelling. Er is interesse bij veel rugbyclubs uit het Noorden en het zou helemaal mooi zijn als vooral de jeugd zich laat zien. Met de Ruby Mad Foundation richt hij zich namelijk ook op rugby in combinatie met educatie.
“De waarden van de sport rugby zijn heel breed van toepassing, bijvoorbeeld als het gaat om discipline en elkaar respecteren. Ik noem maar iets: mensen die heel lang zijn, of misschien iets te mollig, zijn op het schoolplein makkelijke mikpunten. In het rugby zijn ze juist goud waard.”
De rugbywedstrijd tussen Engeland en Schotland was bepaald niet de enige uiting van sportiviteit tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zo is bekend dat er in die jaren nog fanatiek gevoetbald werd. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren geeft vanavond, in aanloop naar de Centennial Memorial Wedstrijd een lezing over de rol van sport tijdens de oorlog.
“Sport wordt landbelang, dat is een heel duidelijk zichtbaar”, zegt hij. “Ook al was Nederland neutraal, het werd de militaire top en ook het Koningshuis duidelijk dat er, mocht het mis gaan, behoefte was aan atletische jongens.” Atletiek wint aan populariteit en kent in die jaren ook het nummer ‘granaatwerpen’, zij het met granaten die niet kunnen ontploffen. Opmerkelijk snel werpt Koningin Wilhelmina zich op beschermvrouwe van de Atletiekunie en de bond krijgt ook rap het predicaat Koninklijk.
Belang wedstrijd
Hoe belangrijk de wedstrijd tussen de het Engelse en Schotse team is geweest voor de komst van in het bijzonder rugby naar Nederland, vindt Van de Vooren moeilijk in te schatten. “Als dat duel er niet geweest was, wat dan? Tsja, dat is what if-history en dat heeft niet zo veel zin. We weten het niet.”
Het is wel duidelijk dat rugby ondanks de inspanningen van de Britten, die de sport hier volgens Ken Wright ook echt wilden promoten, in tegenstelling tot het voetbal na de oorlog geen stormachtige groei heeft doorgemaakt. Van de Vooren vermoedt dat dit komt doordat voetbal hier al eerder wortel geschoten had en snel een professionaliseringsslag doormaakte. Voor rugby gold dat niet. Overigens hebben de Britten in het kamp wel hun stempel op het voetbal gedrukt. “In het Noorden maakten ze eerder kennis met nieuwe trainingstechnieken en tactieken. Van de Vooren: “Dat het Groningse Be Quick in 1920 als eerste club uit het Noorden zelfs landskampioen werd, is geen toeval. Dat succes dankten ze aan een sterke Britse connectie.”
Voor meer informatie: programma Centennial Memorial Match
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.