17 december 2015
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 17 december 2015
Het kabinet is er al jaren van overtuigd dat talent in het basisonderwijs speciale aandacht verdient. In de gymzaal wordt dat echter nog lang niet altijd herkend en op waarde geschat. Saskia Torn Broers, docent van het Graafschap College in Doetinchem, wil er met een zelf ontwikkeld talentherkenningsprogramma aan bijdragen dat er aan die situatie iets verandert. Gemotiveerde mbo-studenten staan aan de basis.
Motivatie, zo is haar ervaring, daar ontbreekt het nogal eens aan bij derdejaars mbo’ers in het profiel Buurt Onderwijs en Sport. Deze studenten lopen vaak stage op basisscholen om hun vaardigheden te verbreden, maar in de praktijk blijkt dat ze niet geneigd zijn hun lessen af te stemmen op waar de leerlingen behoefte aan hebben. Torn Broers:
“Het kernwoord is hier differentiëren, dat wil zeggen het lesontwerp aanpassen aan het bewegingsniveau van hun leerlingen. We zien dat nauwelijks gebeuren, studenten doen er te weinig moeite voor. Waarom dat achterblijft heb ik niet onderzocht, het zou kunnen dat onze studenten het te moeilijk vinden. Het is hoe dan ook in lijn met de afname van motivatie onder mbo-ers die de onderwijsinspectie in 2014 in algemene zin constateerde.”
Ontwikkeling talentherkenningsprogramma
Torn Broers ging er mee aan de slag in het kader van haar master Pedagogiek Talentontwikkeling en Excelleren aan de Vrije Universiteit en Windesheim Zwolle. Als eindopdracht ontwikkelde ze een talentherkenningsprogramma dat mbo-studenten wél zou moeten kunnen motiveren. Torn Broers zocht en vond samenwerking met HAN SENECA, expertisecentrum van de Hogeschool Arnhem Nijmegen op het gebied van talentherkenning en –ontwikkeling. De HAN was verantwoordelijk voor een eerste inleidende college dat de studenten van Torn Broers volgden op Papendal.
“Voor veel studenten moest er op dit hbo-niveau een tandje bij, maar het is belangrijk om de theorie achter talentherkenning te kennen. Bovendien bleken ze het aan te kunnen, wat meteen een extra stimulans betekende.”
Toolbox
Daarna werd het programma praktischer. De studenten van Torn Broers konden gebruik maken van een eerder door HAN SENECA ontwikkelde toolbox om de vaardigheden van leerlingen in het basisonderwijs te toetsen. Springen, balanceren, coördinatie, verschillende elementen komen voorbij. De test koppelt motorische waarden aan karaktereigenschappen als doorzettingsvermogen en de bereidheid samen te werken.
“Zo komt er een talentcoëfficiënt tot stand”, zegt Torn Broers. De test is er niet alleen voor kinderen die heel hoog scoren, maar gaat uit van een brede benadering. Ook kinderen die minder goed bewegen krijgen een score.
De studenten voerden de opdrachten uit in overleg met de vakleerkracht bij wie ze stage liepen. Torn Broers is tevreden over de resultaten. “De studenten vonden het programma leuk, leerzaam en interessant. Bovendien is het niet te ingewikkeld. Ze begrijpen de gegevens die eruit komen en het gaf hen een nieuwe kijk op bewegen.”
Verdiepende gedifferentieerde gymles
Toch is de cirkel nog niet helemaal rond, want het uiteindelijke doel is de verdiepende gedifferentieerde gymles. Daar loopt het nu enigszins spaak. “De studenten hebben zeker de intentie de testresultaten te gebruiken, maar ze vinden het vooralsnog moeilijk ze toe te passen en tot een concreet lesontwerp te komen.”
Torn Broers stelt dat het programma doorontwikkeld moet worden, zodat studenten en het beweegonderwijs er nog beter mee uit de voeten kunnen. “Mijn overtuiging is dat heel veel mensen van goede wil zijn, maar meer tools zijn wenselijk. Ze beschikken nu namelijk niet over de juiste handvatten om echt het maximale uit hun les te halen. De combinatie van theorie en een concreet praktisch onderdeel maakt dit talentherkenningsprogramma in dat opzicht interessant. Voor mbo-studenten is extra begeleiding hoe dan ook noodzakelijk. Dit is een eerste begin.”
Eigen motivatie
Torn Broers hoopt dat ook CIOS-opleidingen, Pabo’s en ALO’s en andere Sport en Bewegen-opleidingen de bevindingen van haar onderzoek ter harte nemen. “Er is zoveel talent in het beweegonderwijs dat er nog niet uitkomt. Lesgeven aan dat talent vergt erkenning en herkenning. Als docenten en trainers het potentieel zien komt dat ook hun eigen motivatie ten goede.”
Torn Broers wil talent overigens breder definiëren dan toekomstige olympisch kampioenen. Iemand die op verenigingsniveau om de prijzen kan meedoen behoort ook tot de top en zal in de gymles regelmatig uitblinken. “Iedereen in het basisonderwijs moet zichzelf afvragen hoe deze kinderen het best ondersteund kunnen worden. Dat is goed voor de prestaties en de eigenwaarde van het kind.”
Voor meer informatie: Saskia Torn Broers MSc., 06-3019 8530, info@active-impulse.com, www.active-impulse.com
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.