5 juli 2012
Nieuws
Het hebben van een talent, voor muziek, kunst of sport brengt verplichtingen met zich mee. Het talent moet het beste uit zichzelf kunnen halen en de gemeenschap moet de situatie creëren waarin dit kan. Dat vindt althans Sylva Homburg, studiecoördinator bij de jeugdopleiding van voetbalclub Sparta. Volgens haar bestaat er echter willekeur als het gaat om het faciliteren van jonge talenten. Zij wil duidelijkheid.
De jongens in de jeugdopleiding van Sparta noemt Homburg stelselmatig ‘kleine aap’ of ‘mannetje’. Liefkozend, want kom niet aan haar jongens, zoveel maakt Homburg al snel duidelijk. Die kleine apen waar Homburg op doelt, zijn de jonge spelers van Sparta die nog op de basisschool zitten. Ze trainen tot hun tiende drie keer per week anderhalf uur, en tot hun twaalfde vier keer per week. Dit is een normale trainingsintensiviteit voor een kind dat speelt bij een Betaald Voetbal Organisatie (BVO).
De kinderen trainen bij Sparta in de namiddag om half vijf, zodat ze dan 's avonds niet te laat thuis zijn. Aangezien de basisschool vaak om half drie uit is, zijn verreweg de meeste kinderen ruim op tijd op de training. Maar voor kinderen die ver buiten van Rotterdam wonen, kan dit krap zijn, of zelf onhaalbaar. Het is de taak van de studiecoördinator en haar medewerkers om dan afspraken met de school te maken, zodat de jongen eerder weg kan om zijn training te halen.
En dat gaat vaak goed, heel vaak zelf. Maar de laatste twee jaar is er iets geks aan de hand: waar Homburg nooit problemen had met scholen, is een aantal directeuren ineens kritisch. Sommige kinderen mogen niet eerder weg van school. “De leerplichtwet wordt de laatste jaren strenger gecontroleerd. Je merkt dat directeuren banger zijn geworden voor de leerplichtambtenaar. Maar in die oeroude leerplichtwet staat ook geschreven dat kinderen onder de twaalf jaar niet aan topsport mogen doen, er is dus wel meer achterhaald aan deze wet”, zegt Homburg. Als een school de leerplicht ondermijnt, moet het een boete betalen van 3500 euro.
Maar scholen hebben wel degelijk een grond om kinderen vrij te geven voor training, zegt Homburg. Uit haar hoofd citeert zij een andere wet: “in de Wet op het primair onderwijs is vastgelegd (Art. 41 lid 2 van de WPO, red.) dat het bevoegde gezag van de school op vastgestelde gronden vrijstelling kan verlenen.”
In die wet staat duidelijk welke kinderen in aanmerking zouden komen voor vrijstellingen. In het geval van een jonge voetballer is spelen in de jeugd van een van de veertien BVO’s met een opleiding voldoende. In het schoolplan moet dan worden aangegeven welke vrijstellingen worden verleend en welke onderwijsactiviteiten er voor in de plaats moeten komen. De leerling dient alle vakken te volgen en af te ronden. De leerling zal dus een aantal lessen kunnen missen maar moet wel de totale lesstof doorlopen. De school maakt een plan van aanpak. Hierin dienen de praktische uitwerking en verantwoordelijkheden duidelijk beschreven te zijn.
De wet geeft ruimte aan het talent om zich te ontwikkelen, zo bevestigt een woordvoerder van Van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: “Een basisschool die dat echt wil kan - binnen de mogelijkheden van de WPO - in het schoolplan wel enige ruimte voor topsporttalenten organiseren. Wat we zien is dat in de praktijk basisscholen en ouders goede afspraken weten te maken. Uitgangspunt is dat ieder kind voldoende lesuren krijgt. Het kan niet zo zijn trainingsuren ten koste gaan van de schoolontwikkeling van een kind.”
En daar is Homburg het ook volkomen me eens. “Er zijn misschien maar twee jongens uit de A1 van Sparta die uiteindelijk het eerste elftal halen. De rest moet in ieder geval kunnen terugvallen op een goede opleiding.” Als een talent op school niet goed presteert en de school neemt daarom contact op met Sparta, wordt het kind direct uit de training gehaald.
De problemen waar Sparta tegenaan loopt bij basisscholen, zijn er niet bij middelbare scholen. De regelingen voor kinderen ouder dan twaalf jaar zijn veel beter, zegt Homburg. “We hebben met veertig middelbare scholen te maken en niet een school zorgt voor problemen, terwijl de leerlingen soms wel drie uur missen. Bij basisscholen gaat het hoogstens om een half uur.” Als wisselgeld voor het missen van die lessen, zijn de leerlingen natuurlijk wel verplicht om studiebegeleiding te volgen bij Sparta.
Als studiecoördinator bij Sparta heeft Homburg tien studiebegeleiders onder zich. Homburg meldt zich als er problemen zijn op school, zoals gedrags- en studieproblemen. Zij zorgt dat er in dat geval een gesprek plaatsvindt tussen het kind, de ouders, de school en de club. Ook verzorgt Homburg de communicatie met scholen. Deze krijgen drie keer per jaar een mailing over de voortgang van het kind. Om de scholen nog beter inzicht te geven in hetgeen Sparta allemaal doet, worden schoolbestuurders en leerkrachten twee keer per jaar bij Sparta uitgenodigd om een kijkje te nemen in de keuken: “We krijgen dan alleen maar positieve reacties”, aldus Homburg.
De spagaat waarin basisscholen dus steeds vaker lijken te verkeren, is voor Homburg reden geweest om contact te zoeken met zowel de inspectie als met het ministerie van Onderwijs. Beide instanties gaven niet thuis. En een voorlopige oplossing, voor wat Homburg ‘complete willekeur’ noemt, is er nog niet. Hoewel Homburg die oplossing heus wel eens krijgt aangedragen. Met name door mensen die er volgens haar niet zoveel van begrijpen: “Een directeur van een school uit Zoetermeer zei dat het kind dan maar in de buurt moest spelen. Alsof er tien BVO’s dichter bij Zoetermeer liggen dan Sparta Rotterdam.”
Homburg verwacht dat andere BVO’s met hetzelfde probleem kampen, maar heel veel overleg lijkt er niet tussen de veertien clubs met een jeugdopleiding. “Misschien is het een optie om eens de koppen bij elkaar te steken”, denkt Homburg hardop. Als het aan haar ligt, wordt de wet aangepast en is het voor alle betrokken, dus ouders, talenten, sportbonden, clubs en scholen glashelder wat de regels zijn omtrent het vrijgeven van talentvolle spelers voor trainingen en eventueel wedstrijden. En bovendien moet dit dan worden vastgelegd in beleidsstukken van scholen en gemeenten.
Maar Homburg wil nog verder gaan, want deze regels moeten ook gelden voor talenten op andere gebieden zoals kunst en muziek. Hoe ze dit moet aanpakken, weet ze nog niet. "Ondanks mijn ‘levensgrote netwerk’ krijg ik nergens voet aan de grond. Misschien dat ik hier met mijn verhaal een discussie kan ontketenen."
Voor meer informatie: www.sparta-rotterdam.nlDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.