Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Sofyan mbarki sportverenigingen zijn cruciaal in de samenleving

Sofyan Mbarki: “Sportverenigingen zijn cruciaal in de samenleving”

25 juni 2024

Nieuws

door: Emilie Maclaine Pont

Sofyan Mbarki is wethouder Economische Zaken, Sport en Bewegen, MBO, Jongerenwerk en Aanpak Binnenstad in de gemeente Amsterdam. Een veelomvattende portefeuille waarbinnen sporten en bewegen door jongeren een rode draad vormt. Mbarki maakt zich in het bijzonder hard voor het verenigingsleven. “De backbone van een gezonde samenleving moeten verenigingen blijven. Daar moeten we op investeren.”

Sofyan Mbarki is als geboren en getogen Amsterdammer tien jaar actief in de politiek. Eerst als gemeenteraadslid en fractievoorzitter van de PvdA Amsterdam en sinds 2022 in de rol van wethouder. Met een onderwijsachtergrond, eerder vervulde functies als pedagogisch medewerker, projectmanager jongerenparticipatie, docent economie en later ook teammanager op middelbare scholen past zijn portefeuille volledig in zijn straatje.

"Zodra er een spelelement aan te pas komt, gebeurt er iets. Jongeren openen zich. Maken makkelijker contact"

Ook sport maakt altijd al een belangrijk deel uit van Mbarki’s leven. Nu nog doet hij zelf aan zaalvoetbal en fitness en daarnaast staat hij – als zijn agenda het toelaat – langs de lijn bij zijn drie voetballende zoons. “Mijn baan is ook topsport”, vult Mbarki aan. “Het is niet iets om trots op te zijn. Ik maak veel uren, maar doe er ook alles aan om het in balans te houden. Bijvoorbeeld door zelf te blijven sporten.”

SofyanMbarki-1Een van Mbarki’s stokpaardjes is het belang van sport voor jongeren. “Sporten en bewegen is een goede manier om jongeren te activeren. Zodra er een spelelement aan te pas komt, gebeurt er iets. Jongeren openen zich. Maken makkelijker contact. Sporten heb ik daarom altijd in mijn werk verweven en doe dat nu in deze rol.”

Eigen accenten
Doelstelling van het Rijksbeleid is om driekwart van de bevolking in beweging te krijgen. Amsterdam volgt – met een jaarlijkse begroting van € 90 miljoen all-in – uiteraard dat streven, maar legt juist ook eigen accenten. “In een aantal wijken - Zuidoost, Nieuw-West en Noord - is sprake van beweegarmoede, ook bij jongeren onder de achttien. Daar zit vaak een sociaal-economische component aan vast. Als gemeente proberen we zeker in die wijken onder meer financiële en praktische belemmeringen weg te nemen. Denk aan ouders die niet beschikbaar zijn om hun kinderen te halen en brengen naar een sportvereniging. Pas als die barrières zijn opgeheven, kan je nadenken over het bewegen zelf.”

Een actiepunt dat de gemeente in deze wijken opgepakt heeft, is de Dynamische Schooldag. Een initiatief waarbij basisschoolleerlingen dagelijks minimaal een uur in beweging komen door onder meer 'bewegend leren'-activiteiten en buitenlessen. Mbarki is ook een groot voorvechter van schoolzwemmen. “In Amsterdam stimuleren we dat. We hebben daarnaast ideeën om het bij nog meer scholen terug te laten komen. Bijvoorbeeld door de zwemles aan het begin of einde van de schooldag in te roosteren. Daardoor hebben de ouders minder reistijd, is er meer lestijd over doordat er minder vervoersbewegingen plaatsvinden en leren kinderen zwemmen. Dat laatste is een land als Nederland een must. Bovendien geeft het zelfvertrouwen. Ik leerde zelf pas laat zwemmen en weet dus uit eigen ervaring hoe onzeker je je kan voelen zonder diploma.”

Het verenigingsleven versterken
In Amsterdam staan twee pijlers voorop als het om sport en bewegen gaat. “De eerste is simpelweg meer bewegen. Iets dat ook op landelijk niveau aandacht heeft. We richten ons nadrukkelijk op het vele zitten af te wisselen met bewegen. Bijvoorbeeld door op scholen niet alleen te bewegen tijdens gym maar ook tijdens rekenen en taal. Het tweede draait om het versterken van het verenigingsleven. Je wilt dat mensen meer sporten én de goede infrastructuur hebben, bij voorkeur in de vorm van verenigingen en met voldoende zwembaden en sportvelden.”

"Voetbalscholen ondermijnen de verenigingen. (...) Ze pikken, zelfs ongevraagd, velden in van clubs. Ze vragen soms exorbitante tarieven, die lang niet voor iedereen te betalen zijn"

Juist in het stimuleren van sporten bij verenigingen zit volgens Mbarki een uitdaging. “Verenigingen hebben het niet altijd even makkelijk. Dat komt deels omdat je vrijwilligers nodig hebt om een vereniging draaiende te houden. Daarbij komt de druk van commerciële partijen die in toenemende mate verschijnen. Dat zien we bijvoorbeeld aan de Amsterdamse Voetbal Agenda die we hebben opgezet om een scherper beeld krijgen met welke voetbalclubs het goed gaat, welke clubs het moeilijk hebben en welke daar tussenin zitten, zodat we kunnen toewerken naar een gerichte aanpak. Het aantal leden bij voetbalverenigingen neemt af en dat komt met name door de komst van voetbalscholen. Deze ondermijnen de verenigingen. Ze hoeven zich niet aan voorwaarden te houden die we als gemeente aan verenigingen stellen, zoals een Verklaring Omtrent Gedrag voor trainers. Ze pikken, zelfs ongevraagd, velden in van clubs. Ze vragen soms exorbitante tarieven, die lang niet voor iedereen te betalen zijn. Ze binden zoveel mogelijk talent aan zich door het aantrekken van de beste trainers en het doen van beloftes over hoe ver het kind kan komen – al zijn die beloftes in de meeste gevallen loos.”

“Sporten is meer dan bewegen”
SofyanMbarki-2Mbarki is dan ook een groot voorvechter van het versterken van sportverenigingen. Niet alleen als tegenreactie op de commerciële partijen, maar ook door de (landelijke) toename van het aantal ongebonden sporters. “Sporten is meer dan bewegen en je lichaam uitdagen. Het gaat ook over het verenigen. Als sport alleen een individuele aangelegenheid is, kost dat ook wat. Daarom vinden we als gemeente het versterken van de verenigingsstructuren zo belangrijk. Aanbod dat aanvullend is op verenigingen vind ik prima, maar als het verenigingen ondermijnt, dan gaat het de verkeerde richting op.”

“De backbone van de samenleving moeten verenigingen blijven”, vervolgt Mbarki stellig. “Daar moet je op investeren. We hebben als stad een grote diversiteit van 170 verschillende nationaliteiten. We willen dat niet iedereen in zijn eigen bubbel blijft zitten. Op een sportvereniging kom je elkaar tegen: je sport met of tegen elkaar of ontmoet elkaar in het clubhuis. Bovendien daagt sport uit en verbroedert het. Je kan leren en fouten maken. Daarbij weet ik zeker dat problemen worden opgelost door sporten in verenigingsverband. Denk aan bevlogen trainers die puberende jongens of meisjes onder hoede nemen in een vrij cruciale fase in hun leven. Zij weten een groepsgevoel te creëren, ze te corrigeren en ze te laten zien wat het is om te verliezen. Dat heeft alleen maar positieve effecten, alleen al omdat de jongeren minder tijd hebben voor andere dingen als ze sporten. En als er al een financiële bijdrage wordt gevraagd, hebben we als gemeente middelen om minimagezinnen te ondersteunen, zoals het Jeugd Fonds Sport en Cultuur en de Stadspas. Niet alle ouders kunnen rijden naar een uitwedstrijd, maar dan zijn er altijd wel anderen die het kunnen oppakken.”

De gemeente voert op meerdere fronten beleid uit om de lokale sportverenigingen vitaler te maken

De speciale aandacht voor verenigingen wil niet zeggen dat de gemeente bewust niet investeert in sporten in de openbare ruimte, zoals in parken. “We hoeven daar alleen geen specifiek beleid op te voeren. Als stad hebben we volop mogelijkheden en daar wordt ook rijkelijk gebruik van gemaakt. Denk aan bootcampen in het Vondel- of Rembrandtpark of een rondje om de Sloterplas rennen. Ook dat faciliteren we, maar vraagt niet om meer stimulering. Voor sportverenigingen is die stimulans wél nodig om tot wasdom te komen.”

MBO-opleiding Trainer
De gemeente voert op meerdere fronten beleid uit om de lokale sportverenigingen vitaler te maken. “We ondersteunen ze bij het aangaan van onderlinge samenwerking. We hebben samen met het ROC van Amsterdam-Flevoland een MBO-opleiding Trainer - Coördinator Jeugdvoetbal opgezet, die in augustus 2024 van start gaat. Studenten gaan stage lopen, bij voorkeur bij sportverenigingen in Amsterdam. Ook kijken we hoe we verenigingen kunnen helpen met hun vrijwilligersbeleid. Een ander speerpunt is het aantrekkelijk maken van voetbal voor meiden, bijvoorbeeld door in bepaalde wijken zonder meidenvoetbal kijken bij welke clubs het opgezet kan worden. En we reguleren een en ander. Voetbalscholen mogen bijvoorbeeld alleen nog maar actief zijn op voetbalverenigingen als het een interne voetbalschool betreft. Zo niet, dan moeten ze zich melden bij de gemeente en onder meer de commerciële tarieven betalen, die aanzienlijk hoger liggen dan de huur die verenigingen voor hun velden betalen.”

SofyanMbarki-3Inspiratie uit binnen- en buitenland
Haar inspiratie voor het sport- en beweegbeleid haalt de gemeente onder meer uit de contacten met andere gemeenten, zoals de overige G4: Rotterdam, Den Haag en Utrecht. We delen uitdagingen en daarmee ook oplossingen. Zo heeft de prominente straatvoetballer Soufiane Touzani met zijn openbare clinics een grote aantrekkingskracht op Rotterdamse kinderen. Hij weet de kinderen daarmee echt te mobiliseren om hun telefoon weg te leggen en in beweging te komen. In Amsterdam zetten we nu iets soortgelijks op.”

Ook in het buitenland doet Mbarki nu en dan ideeën op. Zo was hij onlangs in Tokyo, Japan, voor een werkbezoek. “Het viel mij op hoe zij in de openbare ruimte een plek geven aan sport. Ook Amsterdam wordt drukker en verdicht. Op minder vierkante meters willen we nog meer doen. In Tokyo zag ik oplossingen waar ik zelf nog niet aan had gedacht, zoals een voetbalveld op een gebouw of een in een tussenverdieping. Tegelijkertijd denk ik dat zij ook van ons kunnen leren. Onze samenleving is iets minder gestrest. Dat mogen we koesteren. Het laat zien hoe belangrijk het is om een balans te houden tussen werk en privé en te gaan of blijven sporten en bewegen.”

Toekomstplannen
Ondanks zijn overvolle agenda straalt Mbarki. “Als geboren Amsterdammer heb ik een van de mooiste banen van het land. Ooit komt er een einde aan. Dat vind ik gezond. Ik ben de baan niet. Wellicht ga ik iets totaal anders doen, maar wel met de thema’s waar ik altijd al mee bezig ben: op het snijvlak van jongeren, economie en onderwijs. Daar zit mijn drijfveer. En vooral wil ik het blijven doen op een gezonde manier. Juist door alles wat ik meemaak in deze baan besef ik dat gezondheid voorop staat.”

"Als geboren Amsterdammer heb ik een van de mooiste banen van het land. Ooit komt er een einde aan. Dat vind ik gezond. Ik ben de baan niet"

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.