Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Shockwavetherapie dé oplossing voor een springersknie

Shockwavetherapie: dé oplossing voor een springersknie?

27 november 2008

Nieuws

door: Anne Schulze | 27 november 2008 

Voor sporters die veel moeten springen, is het een bekend fenomeen: de springersknie. Voor deze blessure is nog altijd geen optimale behandeling gevonden. Daarom voert het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) momenteel een nationaal onderzoek uit naar het effect van shockwavetherapie in een vroege fase van de springersknie.

Dertig tot vijfenveertig procent van de topsporters die veel springen heeft last van een zogeheten springersknie: een chronische en pijnlijke blessure van de knieschijfpees. Bij recreatieve sporters gaat het om zo’n tien procent. Deze cijfers komen voort uit een enquête die het UMCG onder zo’n 2.400 volleyballers en basketballers heeft gehouden. Aan geënquêteerde sporters met een springersknie werd gevraagd hoe zij de ernst van hun blessure zouden beoordelen op een schaal van nul tot honderd - waarbij nul betekent dat ze helemaal niets meer kunnen en honderd inhoudt dat ze perfect functioneren. Hieruit kwam naar voren dat de geënquêteerde sporters gemiddeld een score van 65 toekent. “Deze sporters geven hun knie dus een zesje”, aldus Hans Zwerver, sportarts/onderzoeker bij het UMCG. “Vaak hebben zij al langdurig klachten.”

De afgelopen jaren is binnen diverse ziekenhuizen en fysiotherapiepraktijken geëxperimenteerd met shockwavetherapie; een therapie waarbij krachtige geluidsgolven op een geblesseerd lichaamsdeel worden afgegeven. Bij peesaandoeningen in bijvoorbeeld de schouder, elleboog of achillespees blijkt deze therapie een gunstig effect op de klachten te hebben. Of de methode ook effect heeft bij de behandeling van een springersknie in een vroeg stadium is nog niet bekend. “Hoewel al eerder sporters met een springersknie van shockwavetherapie gebruik hebben gemaakt, is er vanwege de diversiteit in de behandeling van deze patiënten - fysiotherapie, injecties, medicijnen of zelfs operaties - geen duidelijk beeld van het effect van de therapie ontstaan”, legt landelijk onderzoekscoördinator Hans de Vries uit.

De TOPGAME-studie
Om de effectiviteit van shockwavetherapie op de genezing van een springersknie te onderzoeken, werkt het UMCG samen met het VU medisch centrum in Amsterdam, het Maastricht UMC+, het St. Anna Ziekenhuis in Geldrop, de Nederlandse Volleybal Bond, het Nederlandse Handbalverbond en de Nederlandse Basketbal Bond. “Om op wetenschappelijke gronden te kunnen bepalen of shockwavetherapie effectief is, hebben we negentig deelnemers nodig”, aldus De Vries. “Hiervan krijgt de helft een shockwavetherapie en de andere helft een placebobehandeling.” De deelnemers moeten volleyballers, handballers of basketballers in de leeftijd van achttien tot en met vijfendertig jaar zijn, minder dan een jaar last hebben van een springersknie en nog actief bezig zijn met trainingen en wedstrijden.

“De sporters die meedoen aan het onderzoek krijgen eerst een consult door een sportarts”, licht De Vries toe. Daarna volgen drie wekelijkse behandelingen, waarna de deelnemers een half jaar lang tijdens hun competitie worden gevolgd. Gedurende deze periode worden enkele testen en metingen uitgevoerd. De deelnemers moeten bovendien een logboek bij houden. De risico’s van het onderzoek zijn uitvoerig gecheckt met behulp van een literatuuronderzoek en een controle door de Medisch Ethische Commissie. “Deelnemers zouden hooguit wat last van lichte bijwerkingen kunnen krijgen zoals een bloeduitstorting, maar de therapie heeft absoluut geen nadelige effecten”, verzekert De Vries.

Op zoek naar geschikte sporters
Doel van het onderzoek is om beter in kaart te brengen hoe een springersknie behandeld zou moeten worden. “We willen graag weten of shockwavetherapie inderdaad in een vroeg stadium van de springersknie zou moeten worden toegepast of dat het eerder als laatste redmiddel moet worden gezien”, aldus De Vries. Tevens wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een preventief programma dat het ontstaan van de springersknie tegen zal moeten gaan. Zwerver: “Hiervoor wordt met de resultaten uit de eerder genoemde enquête gewerkt. Geprobeerd wordt om mogelijke risicofactoren te ontdekken.”

Voordat deze resultaten bekend zullen worden, zijn eerst nog een groot aantal sporters nodig die hun deelneming aan het onderzoek willen verlenen. De Vries: “We hebben een oproep gedaan via de betreffende bonden en in veel sporthallen posters opgehangen. Ook hebben we contact gezocht met verschillende verenigingen om deelnemers te werven.” Ondertussen is al een grote groep sporters onderzocht, maar de onderzoekers zijn nog steeds op zoek naar deelnemers. Zwerver: “Iedere volleyballer, handballer of basketballer tussen de achttien en vijfendertig jaar, die sinds een jaar of korter last heeft van een springersknie, nodigen we daarom uit om zich aan te melden.”

Voor meer informatie of om je aan te melden voor het onderzoek, klik hier of neem contact op met Hans de Vries, j.de.vries@sport.umcg.nl of 050-361 3366

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.