Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Seminar sport knowhow xl neemt olympisch plan de maat

Seminar Sport Knowhow XL neemt Olympisch Plan de maat

8 april 2012

Nieuws

door: Leo Aquina | 10 april 2012

Het scheelde niet veel of het Olympisch Plan 2028 was dinsdag 3 april jl. een vroege dood gestorven in de Tweede Kamer. Eén dag nadat moties om het plan te bevriezen of zelfs af te schieten waren verworpen, verenigde een groot deel van de Nederlandse sportbestuurders zich in het hoofdkantoor van Infostrada Sports in Nieuwegein voor de vierde editie van het seminar ‘Sport de maat nemen’ van Sport Knowhow XL dat in het teken stond van het Olympisch Plan 2028 in het algemeen en de toewijzing van de potentiële host city in het bijzonder. “Wíj willen wel”, aldus presentator Humberto Tan: “Het is aan óns om de brug te slaan met al die mensen die het níet willen.”Over de manier waarop dat het moet gebeuren, lagen de meningen in de zaal ver uiteen.

Draagvlak is het toverwoord. Het Mulier Instituut doet jaarlijks onderzoek naar het draagvlak voor de Olympische Spelen van 2028 in Nederland en in een begeleidende flyer konden de bezoekers van het seminar de laatste resultaten zelf bekijken. Het aantal voorstanders van de Spelen in Nederland liep tussen 2010 en 2011 terug van 41 procent naar 30 procent. Zorgwekkend maar niet hopeloos, zo merkte de eerste keynote speaker Richard Denton op. De managing director van sportmarketingbureau Trefpunt hield een lezing over branding van olympische merken en wees op een ander cijfer uit het onderzoek van Mulier. In 2011 was 74 procent van de bevolking niet bereid om een bijdrage te leveren aan de organisatie van de spelen. Denton ging terug in de tijd en wees op Los Angeles 1984. In die stad was de bevolking na het financiële echec van Montréal in 1976 nog veel sceptischer. Liefst 94 procent van de bevolking in LA was tegen de Spelen als die met belastinggeld moesten worden gefinancierd. Toch kwamen die Spelen er en het was een groot succes. “Zo slecht is dat cijfer van 74 procent dus ook weer niet”, aldus Denton.

Wereldkaart van Rio
Richard Denton liet aan de hand van enkele meer en minder recente voorbeelden uit de olympische geschiedenis zien waaraan een sterk merk moet voldoen. “Het moet inspirerend zijn, onderscheidend, relevant en authentiek.” De campagne van Rio de Janeiro voor de Spelen van 2016 ontleende een groot deel van zijn kracht aan een van die elementen namelijk onderscheidend vermogen. Denton liet de wereldkaart zien waarmee Rio zich bij de verkiezingen op het IOC-congres in Singapore presenteerde. Daarop waren alle continenten donker en één-voor-één werden alle gaststeden uit de Olympische geschiedenis ingevuld, waarbij de continenten werden verlicht. Zuid-Amerika bleef donker. Geen krachtiger manier om de boodschap aan het IOC-congres duidelijk te maken: ‘het wordt tijd dat Zuid-Amerika deel wordt van de Olympische geschiedenis’. Denton besloot zijn verhaal met een uitspraak van de Britse roeilegende Sir Steve Redgrave: “Vraag niet wat de Olympische Spelen kunnen doen voor het gastland, maar vraag wat het gastland kan doen voor de Olympische beweging.”

Lobbyen is stratego
Het verhaal van de tweede keynote speaker Jos Vaessen over lobbyen sloot daar bij aan. Iemand die lobbyt moet zich continu afvragen wat de verschillende partijen voor elkaar kunnen betekenen. Het grote verschil met branding is echter dat de lobbyist zijn werk op de achtergrond doet. “Lobbyen is niet netwerken en het is niet onderhandelen, het is voorwerken. Maar altijd met enige afstand tot het echte proces.”, aldus Vaessen. Als voorzitter van de wereldmotorbond FIM heeft Vaessen een schat aan bestuurservaring. In die hoedanigheid stond hij meestal op de voorgrond, dus het echte lobbywerk deed hij daar niet. Wel ging hij tijdens congressen laat op de avond altijd nog even naar de bar in het hotel. “Als je goed keek wie daar met wie praatte, wist je vaak al hoe de zaken de volgende dag op de vergadering zouden lopen.”

Eten bij Relus ter Beek
Vaesen maakte in zijn voordracht de vergelijking tussen lobbyen en het aloude bekende bordspel Stratego: “Om goed te kunnen lobbyen moet je weten welke personen de sleutel in handen hebben”, aldus Vaessen. “Wat voor functie hebben die mensen? Wat is hun achtergrond? Hoe oud zijn ze? Welke vrienden hebben ze? Wat zijn hun hobby’s?” Als voorbeeld noemt Vaessen het bezoek van de Vuelta aan Drenthe in 2009, waarvoor hij lobbywerk verrichtte. “De vice-voorzitter van de Vuelta-organisatie, die op de nominatie stond om in de toekomst voorzitter te worden, was een Spanjaard getrouwd met een Noorse. Hij was fan van Atlético Madrid en als hobby reed hij motor. Bij zo’n man moet je dus niet met de goede prestaties van Real Madrid aankomen. Maar ik heb hem natuurlijk wél uitgenodigd om de TT van Assen te bezoeken.” Het binnenhalen van de Vuelta leek te struikelen over geld. De toenmalige Commissaris van de Koningin in Drenthe, Relus ter Beek wilde de Spaanse wielerronde heel graag binnenhalen en hij had twee miljoen euro tot zijn beschikking. De Spanjaarden vroegen echter 2,6 miljoen euro. Vaessen heeft toen een etentje gearrangeerd bij Ter Beek thuis.

“Dat is voor Spanjaarden heel speciaal. Als je iemand thuis uitnodigt, zegt dat veel over de vertrouwensband die je hebt. Dat doe je alleen met echte vrienden.” Daarnaast had Vaessen aan de vicevoorzitter van de Vuelta-organisatie laten weten dat Drenthe mogelijk nog een marge van tien procent had bovenop de geboden 2 miljoen. Toen tijdens het diner puntje bij paaltje kwam, bood Ter Beek - daartoe ingefluisterd door Vaessen - die tien procent extra en daarmee waren alle partijen tevreden. Doordat hij Ter Beek had kunnen bewegen meer te betalen, had Vaessen bovendien krediet opgebouwd in Spanje en dat kon hij goed gebruiken om naast Rabobank een tweede Nederlandse ploeg aan de start te krijgen. Zo dankt Vacansoleil de Vuelta-deelname in 2009 aan dat lobbywerk. Zonder Vaessen was Johnny Hoogerland in 2009 geen twaalfde geworden in het eindklassement. Misschien dat de Zeeuwse Leeuw in 2015 nog hoger eindigt. “Ik ga ervan uit dat de Vuelta dat jaar weer in Drenthe start”, zo besloot Vaessen. De eindbeslissing ligt bij Provinciale Staten die daar in januari 2013 een politiek oordeel over vellen. De Spaanse organisatie heeft al een definitief positief standpunt ingenomen.

Amsterdamse arrogantie
Het seminar werd besloten met een discussie over de best mogelijke kandidaat-gaststad voor de Olympische Spelen in 2028. Daniël Klijn van Rotterdam Sportsupport deed een elevator pitch voor Rotterdam en Robert Geerlings - voorzitter van de Amsterdamse Sportraad - deed dat voor Amsterdam. Beide heren kregen exact vijf minuten de tijd. Klijn bleef ruim binnen de tijd en vertelde met vuur over de manier waarop het Olympisch Plan inspiratie bood aan de sportstimulering van moeilijk bereikbare doelgroepen en over het plan voor de Rotterdamse Delta Games. Geerlings had moeite binnen de tijd te blijven met zijn betoog, dat vooral leunde op de internationale naamsbekendheid van Rotterdam. Het ontlokte Harry Been de opmerking: “Zet nou eens die Amsterdamse arrogantie opzij. In Amsterdam denken ze altijd: ach het komt toch wel. In Rotterdam gaan ze echt aan de slag.”

Doel of middel?
De discussie ging uiteindelijk over veel meer dan de keus voor een potentiële gaststad. De richtingenstrijd rond het Olympisch Plan 2028 werd duidelijk zichtbaar. Er zijn mensen die het plan zien als een middel om Nederland naar een hoger niveau te tillen als sportland en er zijn mensen die de Spelen van 2028 als een doel zien, dat overigens als mooie bijkomstigheid heeft dat het de Nederlandse sport op een hoger niveau brengt. De sportbestuurders zijn het daar in ieder geval nog niet over eens en dat maakt het moeilijk om de door presentator en discussieleider Humberto Tan gepredikte olympische passie over het voetlicht te brengen. “Er is een sterke leider nodig voor het Olympisch Plan”, was de stellige mening van Vaessen. “We hebben Camiel Eurlings toch?”, riep Johan Wakkie – directeur van de hockeybond – vanaf de eerste rij. “Die zwerft ondertussen ergens in een KLM-toestel over de wereld”, antwoordde Vaessen. “Maar we hebben iemand nodig die zich er full time tegenaan bemoeit”, voegde hij eraan toe. Vaessen liet zich verleiden één voorbeeld te noemen: Pieter van de Hoogenband. Eén van de weinige topsporters uit het Topsportteam 2028 die niet aanwezig was op het Jaarcongres van Olympisch Vuur…Een teken aan de wand?

Uitreiking Sport Knowhow XL | award
Het seminar eindigde met de uitreiking van de Sport Knowhow XL | award 2012, een prestigieuze oeuvreprijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan ‘iemand die in zijn/haar bestuurlijke carrière op exceptionele wijze de sport in Nederland een grote dienst heeft bewezen’. Genomineerd waren Arie Kauffman, Jos Vaessen en Johan Wakkie. De winnaar werd aangewezen door de jury die bestond uit de vorige winnaars van de Sport Knowhow XL | award: Els van Breda Vriesman (winnares in 2009), Harry Been (2010) en Hans den Oudendammer (2011). Deze laatste had de eer de winnaar bekend te maken: Johan Wakkie, sinds 1994 directeur van de hockeybond - die sindsdien een spectaculaire groei doormaakte -maar daarnaast ook op vele andere terreinen actief, waaronder als voorzitter van het Jeugdsportfonds, secretaris van de Stichting Leerstoel Sport en Recht, bestuurslid Europees jaar van het vrijwilligerswerk en bestuurslid Taskforce sport en bewegen in de buurt. Wakkie was ook de drijvende kracht achter de oprichting van het Huis van de Sport in Nieuwegein, waar o.m. twaalf sportbonden gehuisvest zijn. Net als in 1998 (Utrecht) lukte het Wakkie met de KNHB het WK Hockey van 2014 (Den Haag) naar Nederland te halen.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.