Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
School en sportprestaties beïnvloeden elkaar

School- en sportprestaties beïnvloeden elkaar

2 oktober 2008

Nieuws

door: Anne Schulze | 2 oktober 2008 

Ruim zeventig procent van de Nederlandse sporttalenten zit op de havo of het vwo. Dit is niet geheel toevallig: sport- en schoolprestaties hangen nauw met elkaar samen. Beide resultaten hebben te maken met het vermogen tot zelfregulatie, zo blijkt uit het onderzoek van prof. dr. Chris Visscher.

De mate waarin kinderen in staat zijn om zelfstandig en pro-actief te bepalen hoe hun leerproces eruit ziet, heeft een verband met het sportieve niveau dat zij bereiken. Zo blijkt uit een oratie van Visscher naar aanleiding van zijn benoeming op de leerstoel jeugdsport, een initiatief van NOC*NSF.

Studieprofijt van sport
Zelfregulatie speelt volgens Visscher hierin een belangrijke rol. “Kinderen die op een hoog niveau sporten, zijn in staat zelf een traject te plannen dat naar een prestatiedoel toewerkt”, aldus Visscher. “Daarnaast hebben zij het vermogen om te zien of een bepaalde handeling wel of niet aan dat doel bijdraagt en kunnen zij hun traject tussentijds evalueren. Tot slot zijn dergelijke talenten in staat tot zelfreflectie op hun gehele leerproces.”
 
Naast deze metacognitieve vaardigheden is het voor jonge topsporters echter ook essentieel om gemotiveerd te blijven en vaardigheden te bezitten die nodig zijn om een doel te bereiken. Dergelijke factoren spelen volgens Visscher niet alleen in de sport een rol, maar ook bij schoolprestaties. “In de sport leer je dingen waar je vervolgens op school profijt van hebt”, aldus Visscher. In zijn onderzoek toont hij dan ook aan dat sportieve leerlingen op alle onderwijsniveaus hoger scoren op metacognitie en motivatie dan reguliere scholieren. Zelfs sportieve vmbo- leerlingen scoren hoger dan reguliere vwo’ers.

Verschil intelligentie en metacognitie
De vraag waarom deze vmbo- scholieren niet op de havo of het vwo zitten, heeft te maken met het verschil tussen intelligentie en metacognitie. Intelligentie speelt eerder een rol bij leren door herhaling, terwijl metacognitieve vaardigheden vooral van belang zijn bij het aanleren van complexe en onbekende taken. Voetbal en hockey zijn voorbeelden van sporten waarbij dergelijke taken naar voren komen: de situatie verandert voortdurend, ook onder invloed van de tegenstander. Sporters moeten in zo’n geval telkens een nieuwe situatie inschatten en een beslissing maken. “Dit maakt zulke sporten ingewikkeld. De dingen moeten precies op het juiste moment gebeuren”, legt Visscher uit.

Hoewel complexe en onbekende taken vooral in de topsport voorkomen, speelt zelfregulatie ook op lagere sportniveaus een belangrijke rol. Wanneer je een realistisch prestatiedoel voor ogen hebt en er actief aan wilt werken om ergens beter in te worden, komen metacognitieve vaardigheden om de hoek kijken. “Toch worden deze vaardigheden bij het bedrijven van topsport net iets meer getest, omdat sporters op hoog niveau vaak onder tijdsdruk beslissingen moeten nemen”, aldus Visscher.

Meer onderzoek
Nu Visscher tot bijzonder hoogleraar jeugdsport is benoemd, wil hij zijn theorie de komende jaren op diverse groepen gaan testen. Ten eerste wil hij jonge kinderen onder de twaalf jaar testen om te kijken of zelfregulatie wellicht al eerder vorm krijgt dan werd gedacht. Daarnaast is Visscher van plan meer onderzoek te doen naar het verschil tussen de ‘blijvers’ en de ‘afvallers’ binnen talentvolle groepen sporters. Tot slot gaat hij kinderen met leerproblemen volgen om te achterhalen in hoeverre de motorische en cognitieve ontwikkeling bij deze groep kinderen samenhangen.

Hoewel er dus nog veel te ontdekken valt op het terrein van jeugdsport, is Visschers advies al helder: “Het ontwikkelen van zelfregulatie op scholen verdient eigenlijk meer aandacht. Bewegingsonderwijs moet als een leer- en presteervak gezien worden, in plaats van kinderen simpelweg een uurtje te laten doen waar ze zin in hebben.” Daarnaast spoort Visscher ook ouders aan. “Laat kinderen sporten en laat ze dat vooral doelgericht doen als ze daadwerkelijk iets willen bereiken. Dit heeft absoluut een positieve uitwerking op hun metacognitieve vaardigheden.”

Voor meer informatie: prof. dr. Chris Visscher, c.visscher@rug.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.