Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Schaatsbond kiest voor decentrale opleiding van talent

Schaatsbond kiest voor decentrale opleiding van talent

11 december 2014

Nieuws

door: Thomas van Zijl | 11 december 2014

De opleidingsstructuur van schaatsbond KNSB verandert ingrijpend. Binnen twee jaar zullen talenten via regionale trainingscentra (RTC) klaargestoomd worden voor de top. Dat heeft met name consequenties voor Heerenveen, want Thialf huisvest momenteel een nationáál trainingscentrum. Bernard Fransen was onafhankelijk voorzitter van de commissie die de bond desondanks adviseerde om voor een RTC in Groningen te kiezen.
XL42Schaatstalent_1

Fransen werd aangesteld om ervoor te zorgen dat de procedure zuiver verliep, zelf nam het oud-bestuurslid van de KNSB geen standpunt in. “De commissie koos unaniem voor Groningen. Ze hebben hun zaakjes daar goed voor elkaar. Het businessplan klopte, net als de infrastructuur en de samenwerking met bijvoorbeeld onderwijs in de vorm van hogeschool en universiteit. Het zijn facetten waarop Heerenveen het enigszins liet afweten. Fransen sluit niet uit dat de Friezen iets te vanzelfsprekend dachten dat de buit op voorhand binnen was.

“Er zijn daar natuurlijk uitstekende faciliteiten. Thialf is verankerend in onze schaatscultuur, maar wie een wedstrijd wil winnen moet altijd voorbereidingen treffen, blijvend innovatief zijn en zijn huiswerk doen. Dat is niet goed genoeg gebeurd.”

In Heerenveen is teleurgesteld gereageerd op het besluit het RTC toe te wijzen aan Groningen, maar Fransen verwacht dat de Friezen de klap snel te boven komen. “Thialf is echt niet afhankelijk van die paar centen die de KNSB beschikbaar stelt aan een RTC. Er kan daar een prima aanbod in stand gehouden worden. Het is eerder een stimulans voor Groningen en het schaatsen, dan een strop voor de Friesland.”

"Heerenveen moet niet mekkeren"
Voor schaatstalent zal Thialf immers altijd aantrekkingskracht houden, al was het maar omdat er nergens in Nederland snellere tijden gereden worden. “En tijd blijft het selectiecriterium voor deelname aan nationale wedstrijden”, zegt Fransen. “In Heerenveen moeten ze niet mekkeren en blijven doen waar ze goed in zijn. Dan behouden ze hun positie al heet dat geen NTC meer. De naamgeving maakt niet zoveel uit.” De bestuurder verwacht dan ook dat ook Heerenveen - net als Groningen - snel een RTC zal krijgen, maar zegt erbij daar als onafhankelijk voorzitter niet over te gaan. Verspreid over heel Nederland zullen de komende jaren vijf of zes RTC's verrijzen.

Hoewel de huidige aanpak tot een recordaantal medailles leidde op de Spelen van Socchi, begrijpt Fransen wel dat de KNSB werkt aan een nieuw model. Deze sport is er in zijn ogen groot genoeg voor. “ De prestatiedichtheid van het schaatsen en aanwezigheid van hoogwaardige expertise in het schaatsen is hier op alle fronten ongekend. Overal zijn goed opgeleide trainers, verenigingen, het is een vast onderdeel van onze cultuur. Er is dus zeker op meerdere plekken in het land ruimte voor een RTC. Dat brengt de sport dichterbij.” Die centra moeten idealiter niet als eilanden opereren, maar elkaar daar waar nodig ondersteunen en kennis met elkaar delen. Fransen ziet ze het liefst minder afhankelijk van de bond en meer self supporting.

“In Nederland hebben wij deze sport telkens een stap verder gebracht. Door de professionalisering binnen de merkenteams, maar ook door te innoveren en te investeren in wetenschappelijk onderzoek. Die kennis, daar moet de hele schaatsinfrastructuur gebruik van kunnen maken.” Fransen hamert ook op het belang van competitie. Om die reden ziet hij geen strikte scheiding tussen nationaal en regionaal. “De grootste talenten moeten via een RTC uiteindelijk op nationaal niveau de strijd met elkaar aan kunnen gaan. “De top van de piramide komt elkaar vroeger of later in de opleiding vanzelf tegen. Regionale centra kunnen als springplank dienen.”

XL42Schaatstalent_2Prominente rol merkenteams
Die springplank leidt bij een doorbraak van een talent veelal tot een plek bij een van de merkenteams. Voorheen stonden die op afstand bij de opleiding van schaatsers, nu speelt bijvoorbeeld Beslist.nl een prominente rol in Groningen. Niet gek vindt Fransen, aangezien de teams baat hebben bij voldoende talent om alle ongeveer veertig plekken van het schaatspeloton volwaardig in te vullen.

“Merkenteams verdienen uiteindelijk aan goede schaatsers die internationaal op het podium komen, waardoor ze meer waard worden in exposure. Om daar ook in de toekomst op te kunnen rekenen is een goede opleiding onontbeerlijk. Logisch dat zij nu een plek vinden in dat hele traject en dat de afstand tussen jonge toppers en merkenteams kleiner wordt.” Fransen voegt daar wel aan toe dat de eindverantwoordelijk altijd bij de overkoepelde bond hoort te liggen om over de langere termijn een consistent beleid te kunnen voeren uiteraard in zeer nauwe samenwerking en afstemming met de merkenteams. “Samen vormen ze internationaal een combi die ijzersterk is en gegarandeerd medailles oplevert. Het is dus een communicerend vat waarbij de merkenteams ook in de breedte bijdragen en investeren in hun eigen toekomst.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.