8 december 2011
Nieuws
Ruim de helft van de Nederlandse sportverenigingen staat open voor een maatschappelijke stage. In opdracht van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) deed het Mulier Instituut onlangs onderzoek naar de ervaringen van verenigingsbestuurders met maatschappelijke stages in de sport.
In 2009 sprak NISB met toenmalig staatssecretaris Van Bijsterveldt af dat met het project ‘Maatschappelijke stage in de sport’ de sportsector twaalfduizend maatschappelijke stages zou aanbieden aan jongeren in het voortgezet onderwijs. Tijdens deze maatschappelijke stage doen de scholieren minimaal dertig uur vrijwilligerswerk. De stage vindt vooral plaats in de non-profitsector: bij een vrijwilligersorganisatie, vereniging, instelling of maatschappelijke organisatie. Vanaf het lopende schooljaar is de stage verplicht voor alle leerlingen in het voorgezet onderwijs (praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo).
Kennismaking
Het doel van de stage is om jongeren meer betrokken te laten raken bij de maatschappij en ze bewust te maken van de positieve invloed die zij op hun omgeving kunnen hebben. Jongeren maken door een maatschappelijke stage kennis met het nut en de noodzaak van vrijwilligerswerk en deze kennismaking versterkt een belangrijke taak van het onderwijs: het voorbereiden van leerlingen op hun latere rol in de maatschappij.
Van Bijsterveldt is inmiddels minister en kan volgens het coördinerende NISB constateren dat de elf provinciale sportraden en het voortgezet onderwijs hun afspraak - twaalfduizend maatschappelijk stages in de sportsector - zijn nagekomen.
Onderzoek
Janine van Kalmthout is onderzoeker bij het Mulier Instituut en in opdracht van NISB deed ze onderzoek naar de ervaringen van verenigingsbestuurders. Ze verzamelde data van februari tot en met april 2011 en analyseerde de gegevens van 520 sportverenigingen. “De helft van de verenigingen staat open voor een maatschappelijke stage. Uit het rapport blijkt dat de aard van de vereniging de belangrijkste reden is om geen stagiair te hebben. Verenigingen zeggen bijvoorbeeld: ‘Onze vereniging is niet geschikt voor maatschappelijke stage, omdat wij uitsluitend recreatief sporten’ of ‘Wij zijn een sjoelvereniging en spelen altijd in de avond’ of ‘Onze activiteiten vinden alleen in de weekenden plaats en ook alleen in de zomer.”
Uit het onderzoek blijkt verder dat een derde van de clubs de afgelopen jaren één of meer maatschappelijke stagiaires hebben gehad. Deze verenigingen hebben over het algemeen goede ervaringen met de stages, een kwart geeft zelfs aan zeer goede ervaringen te hebben. Stagiaires worden voornamelijk ingezet voor het assisteren bij trainingen, het begeleiden van sportactiviteiten voor kinderen en het organiseren van activiteiten zoals toernooien, kampen en feesten.
Op de hoogte
Verder is driekwart van de verenigingen op de hoogte van de verplichte maatschappelijke stage in het schooljaar 2011-2012. “Van de verenigingen die hiervan niet op de hoogte zijn geeft zestig procent aan nu of in de toekomst open te staan voor maatschappelijke stagiairs.” Verenigingen werken nog niet veel samen met andere partijen als het gaat om een maatschappelijke stage, maar waarom dat niet gebeurt maakt het rapport niet duidelijk.
NISB hoopt in de toekomst nog veel meer stagiaires in de sportsector te zien en ontwikkelde de afgelopen periode flyers, dvd’s, stappenplannen en een training om lokale organisaties te helpen bekendheid te geven aan de stages en om te komen tot een lokaal netwerk.
Voor de inhoud van het rapport: klik hier. Voor verdere informatie: www.maatschappelijkestageindesport.nlDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.