19 december 2024
Nieuws
door: Emilie Maclaine Pont | 19 december 2024
Hoe staat de Nederlandse rugbycultuur ervoor? Wat is het imago van de sport en verandert dat in de tijd? En wat valt er te leren van het rugby wat mogelijk ook buiten de sport te benutten is? Het zijn vragen waar Justus Beth, docent-onderzoeker aan het lectoraat Bewegen, School en Sport van Hogeschool Windesheim, zich over buigt aan de hand van tien interviews onder ouders van jeugdige rugbyspelers. De eerste resultaten zijn inmiddels bekend.
Rugby zit Justus Beth in het bloed. “Ik begon ermee toen ik twaalf jaar was. Mijn gymleraar was rugby’er en introduceerde mij bij de plaatselijke vereniging. Ik vond het niet alleen een leuk spelletje, maar het trok mij ook dat het anders is dan een sport als voetbal, tennis of hockey.”
Waar rugby in landen als Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en Engeland huge is, is het in Nederland met zo’n 18.000 beoefenaars een groeiende, maar nog altijd een kleine, ‘andere’, sport. Reden wellicht waarom Nederlands onderzoek naar de rugbycultuur schaars is. Het prikkelt Beth des te meer om daar verandering in te brengen, om te beginnen met dit relatief kleinschalige onderzoek.
“Ik heb er bewust voor gekozen om mijn onderzoek onder één team met kinderen in de leeftijd van elf en twaalf jaar uit te voeren. Een echte casestudy dus. Een deel van deze kinderen speelt al meerdere jaren rugby, een ander deel is pas net begonnen. Zo kan ik ook kijken hoe nieuwe spelers in de rugbycultuur worden geïntroduceerd. Het voordeel van deze leeftijdscategorie is dat hun spel op rugby begint te lijken. Er vindt meer contact plaats dan als ze jonger zijn.”
Vanaf de zijlijn
Niet de rugby’ers zelf, maar dus hun ouders werden bevraagd. “Zij zien letterlijk en figuurlijk van de zijlijn hoe trainers en scheidsrechters optreden. Juist die externe blik is interessant om te zien wat hen opvalt aan de cultuur in en om het veld.” De reden dat Beth voor tien interviews (op zeventien spelers) koos, is volgens hem eenvoudig. “Ik hoorde in nieuwe interviews steeds hetzelfde. Voor mij was dat een teken dat ik de kern te pakken had en nader onderzoek voor nu niet nodig is.”
Voorzichtig, omdat hij nog niet alle interviews heeft geanalyseerd, deelt Beth zijn bevindingen. “De jeugdcompetitie zit vol tradities die draaien om sportiviteit. Het doen van drie hoeraatjes voor de tegenstanders voorafgaand aan een wedstrijd. Het stilleggen van een duel om de regels uit te leggen. Maar ook het husselen van de teams als halverwege de wedstrijd het scoreverschil gigantisch is. In dat geval spreken de ploegen bijvoorbeeld af om de ruststand op papier te verdubbelen, maar op het veld hebben alle spelers dan een leuke tweede helft. Na afloop maken de winnaars een erehaag, waar eerst de tegenstanders en de scheidsrechters doorheen lopen. Vervolgens is het de beurt aan de verliezers om de erehaag door te zetten voor de winnaars. Stuk voor stuk zijn dit tekenen van respect die in ieder geval door de ouders opgemerkt en gewaardeerd worden.”
Meegaan met de tijd
Toch zijn er volgens Beth ook punten van kritiek. “Een eerste team vierde een debuut met veel drank en schunnige liedjes in het clubhuis waar ook de kinderen rondliepen. Dat vonden de ouders maar niks. Datzelfde gold voor het uitroepen van de dick of the day: een ‘prijs’ voor de speler die zich knullig had gedragen. Dat is aangepast naar de banaan. Die term kon wel op goedkeuring van de ouders rekenen. Het is in mijn optiek een voorbeeld van hoe rugby enerzijds qua cultuur en gewoonten hetzelfde blijft en zich anderzijds aanpast aan de tijd.”
Voor Beth is deze casestudy nog maar het begin. Zijn voornemen is om een NWO-lerarenbeurs aan te vragen om vervolgens meer de diepte in te gaan en uiteindelijk een proefschrift te schrijven over de Nederlandse rugbycultuur. Niet zichtbaar maakt zijn studie nu bijvoorbeeld wat de invloed is van dynamieken binnen een team. Ook het interviewen van de rugby’ers zelf, in plaats van hun ouders, wil Beth in de toekomst meenemen. “Daarnaast lijkt het mij waardevol om rugby te vergelijken met andere sporten als het gaat om sportiviteit. Mijn hypothese is dat rugby absoluut en relatief een sportieve sport waarvan we kunnen leren als het gaat om normen, waarden en een sociaal veilige omgeving.”
Beth meent dan ook dat rugby in Nederland meer aandacht verdient dan het nu krijgt. “Niet iedereen hoeft te rugbyen, maar werkzame elementen uit de sport mogen wel meer gezien en elders gebruikt worden. Het rugby kent geen hooligans. Respect voor de tegenstander en de scheidsrechters staat voorop. Ook buiten de sport zijn dat soort waarden nuttig. Dat zie je onder meer bij De Harde Leerschool, waar mensen die hun draai in de maatschappij niet vinden, geholpen worden door te rugby’en. Met kickboksen bereik je misschien hetzelfde, maar rugby heeft afhankelijkheid van de ander een extra dimensie. Je hoort het, ik kan niet wachten om mijn onderzoek verder uit te breiden. Rugby is geen wondermiddel, maar kan wel een inspiratiebron zijn.”
Voor meer informatie: Rugby Nederland, Lectoraat Bewegen, School en Sport - Windesheim
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.