3 september 2009
Nieuws
Utrechtse sporttalenten hebben de mogelijkheid om op veel verschillende plaatsen begeleid en getraind te worden. Om dergelijke talentencentra op een goede manier verder te ontwikkelen en in te springen op de ambities van sportkoepel NOC*NSF, heeft de provincie Utrecht besloten om voor waterpolo, korfbal en badminton een Regionaal Talentencentrum (RTC) op te zetten.
Een Regionaal Talentencentrum (RTC) is bedoeld om talenten uit de regio onder begeleiding van gekwalificeerde trainers relatief dicht bij huis samen te laten trainen. Daarnaast kunnen talenten tevens bij RTC’s terecht voor medische en mentale begeleiding, voedingsadvies, studiebegeleiding en maatschappelijke ondersteuning. “Deze vorm past precies binnen het landelijke sportbeleid van NOC*NSF, dat uitgaat van de ambitie om in 2012 bij de internationale top-tien te horen en daar vervolgens ook te blijven”, aldus Mirjam Preusterink van Vereniging Sport Utrecht/Olympisch Netwerk Midden Nederland (VSU/ONMN).
Onderzoek met selectiecriteria
Om in deze top-tien terecht te komen zal er echter meer aandacht aan talentontwikkeling moeten worden besteed. “De provincie Utrecht heeft er daarom voor gekozen een budget beschikbaar te stellen voor het opzetten danwel verder professionaliseren van drie RTC’s”, licht Preusterink toe. “Het gaat hier om talentencentra die worden erkend door de betreffende sportbond en die dus geen initiatief zijn van particuliere sportliefhebbers, zoals je ook wel eens in Utrecht tegenkomt.”
Om te bepalen welke sporten in aanmerking komen voor financiële ondersteuning zijn diverse criteria gehanteerd. Naast de erkenning van een sportbond is ook gekeken naar het aantal knelpunten dat binnen een tak van sport wordt ondervonden op het gebied van talentontwikkeling. Daarnaast is gelet op de mogelijkheden die er binnen de provincie zijn om een talentencentrum op te starten en de meerwaarde die een RTC kan hebben voor het sporttalent in een bepaalde regio.
“Er is door de provincie Utrecht uitgebreid onderzocht hoe door elf verschillende sporten wordt gescoord op de zojuist genoemde criteria”, vertelt Preusterink. “Uiteindelijk zijn er vijf sporten overgebleven die aan alle criteria bleken te voldoen: badminton, korfbal, schaatsen, volleybal en waterpolo.” Na de toepassing van twee extra bepalingen - minimaal één RTC moet nieuw worden opgericht en alledrie de RTC’s moeten een meerwaarde hebben voor de provincie Utrecht - zijn uiteindelijk badminton, waterpolo en korfbal geselecteerd. “Schaatsen en volleybal zullen wel worden meegenomen in het traject, maar worden geholpen met een eenmalige financiële bijdrage. Daarnaast kunnen zij faciliterende ondersteuning aanvragen.”
Ideaalbeeld: voor iedere sport een RTC
In het geval van badminton en waterpolo zullen de al bestaande RTC’s verder worden geprofessionaliseerd, terwijl voor korfbal een nieuw talentencentrum zal worden opgezet. VSU/ONMN zal de drie RTC’s intensief gaan coördineren en ondersteuning geven bij het aangaan van samenwerkingen met partners, het creëren van faciliteiten en het ontwikkelen van een overlegstructuur. “De komende tijd zullen er met de betrokken sportbonden gesprekken worden gevoerd over de exacte invulling van de RTC’s”, legt Preusterink uit. “Tot en met 2011 zullen vervolgens samenwerkingsovereenkomsten gesloten worden, zal een stappenplan worden gemaakt en zullen financiële middelen geoormerkt worden.”
Om de sportbonden en initiatieven die wél aan het onderzoek van de Provincie Utrecht hebben deelgenomen maar niet voor financiële ondersteuning in aanmerking zijn gekomen toch bij elkaar te houden, wordt door VSU/ONMN een speciaal netwerk opgezet. De bedoeling van dit netwerk is om alle mensen die betrokken zijn bij RTC’s van elkaar te laten leren op het gebied van talentontwikkeling en -begeleiding. Om dit te stimuleren zullen onder andere themabijeenkomsten georganiseerd gaan worden.
Preusterink heeft goede hoop dat zowel het netwerk als de drie RTC’s zich in de toekomst positief gaan ontwikkelen. “Het zou mooi zijn als de bonden binnen het netwerk inderdaad ervaringen kunnen gaan delen. We willen er daarnaast voor zorgen dat de drie gefinancierde RTC’s een meerwaarde gaan worden voor sporttalenten en uiteindelijk voor een doorstroom naar nationale selecties gaan zorgen”, zo legt ze uit. “Hopelijk kunnen RTC’s op termijn onderdeel gaan uitmaken van het provinciale en wellicht ook landelijke sportbeleid.” Het ideaalbeeld dat Preusterink voor ogen heeft is in ieder geval helder: “Het zou mooi zijn als er op termijn voor iedere sport een RTC komt in de provincie Utrecht.”
Voor meer informatie: Mirjam Preusterink, m.preusterink@sportutrecht.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.