Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Promotieonderzoek moet beter beeld geven van sporttalent

Promotieonderzoek moet beter beeld geven van sporttalent

15 januari 2015

Nieuws

door: Marc Hoeben | 15 januari 2015

Geen natte vingerwerk meer, maar serieus testen en tot een evenwichtig beeld komen van de mogelijkheden van het jongste sporttalent in de leeftijd tussen 6 en 10 jaar. Het was de overtuiging van bewegingswetenschapper Irene Faber dat er nog een terrein braak lag en wat was er mooier dan een begin te maken in haar eigen sport: tafeltennis. Het werd het onderwerp van haar promotieonderzoek voor Saxion Enschede - waar zij ook docent is - en Radboudumc Nijmegen.

XL2TalentenTesten-1Natuurlijk komt haar promotieonderzoek niet uit het niets. Bewegingswetenschapper Irene Faber volgde gedeeltelijk haar sportieve wortels en hart. “Ik heb van jongs af aan getafeltennist en vanaf mijn twintigste ben ik het trainerschap ingerold bij De Toekomst in Lochem. Daar heb ik alle groepen getraind, van 6 tot en met 16 jaar.”

Ze noemt zichzelf ‘nogal fanatiek.’ Graag is ze met de jeugd van De Toekomst op pad, naar competitiewedstrijden, toernooien, maar ook naar talentendagen. “Tafeltennisbond NTTB organiseert jaarlijks de ‘Dag van het Talent.’ Ook in het district Oost hebben we daarvoor een voorronde. De kinderen worden daar op een bepaalde manier gescout en dat had natuurlijk mijn interesse als fysiotherapeut en als bewegingswetenschapper.”

Duitse test verworpen
De bond gebruikte sinds 1998 een Duitse test voor het opsporen van jong talent, ooit meegenomen door een werknemer. Faber: “Maar bij twee tests werden de resultaten eigenlijk te onbetrouwbaar omdat de kinderen te moeilijke opdrachten moesten uitvoeren. Het was meer een kwestie van geluk als ze het goed deden. Terwijl je juist het liefst een stabiel beeld ziet.”

Beetje bij beetje was er door de NTTB zelf, na discussie onder trainers, al geschaafd aan de oorspronkelijke test. Dankzij Faber, die haar studenten van Saxion inzette bij de onderzoeken, is een en ander nog eens in een stroomversnelling gekomen. “We wilden kijken of de testen wel echt hout sneden. Ik zag mogelijkheden voor een meer wetenschappelijke ondersteuning. We wilden eerst een goede oog-handcoördinatietest. We hebben deze meer gericht op balvaardigheid, specifieker voor de sport, met vier testprotocollen en een lang lopende lijn.”

Acht testen
Via doorontwikkeling kwamen de onderzoekers tot in totaal acht testen: sprint (naar balletje rennen, oppakken en terugbrengen), behendigheid (obstakelparkoers afleggen), springen (zo hoog mogelijk springen), dribbelen (dribbelend een zigzagparkoers voltooien), mikken (tafeltennisbal met batje op doel mikken), balvaardigheid (bal via een wand vanuit twee richtingen naar een doel werpen), gooien (bal zo ver mogelijk gooien), oog-handcoördinatie (bal tegen een wand gooien en met de andere hand opvangen).

De testen moeten een zuiverder beeld dan voorheen geven over de motorische mogelijkheden van een kind. “Normaal wordt er in sport door scouts geobserveerd en bijvoorbeeld ook gekeken naar de ranking op de jeugdranglijst. Maar dat is moeilijk vergelijken. De een kan pas twee maanden spelen en de ander twee jaar. Ervaring speelt dan een grote rol. Bij deze testen hebben we gezegd dat het meer om de onderliggende vaardigheden gaat en dat het niet moet uitmaken hoe lang je tafeltennist.”

XL2TalentenTesten-2Faber raakt daarmee wel een teer punt. Trainers met jarenlange ervaring in de sport zijn eerder geneigd te geloven wat ze zelf zien, dan af te gaan op objectieve criteria. “Scouts kunnen natuurlijk een goed oog voor talent hebben, maar je kunt je afvragen of het objectief is. Vaak hebben ze een voorkeur voor talent dat bij henzelf past. We hebben wat dat betreft ook de proef op de som genomen tijdens een landelijke dag voor het talent. We lieten de kinderen door de hogere trainers beoordelen, om te kijken of dat overeen kwam met de testresultaten. Toen bleken de scouts niet op één lijn te zitten. Op die manier is het dus moeilijk een betrouwbare score te krijgen.”

De testen vormen wat Faber betreft een prima instrument om op jonge leeftijd de beste talenten voor de topsport eruit te filteren. Toch gaat het ook haar te ver om ze heilig te verklaren. “Het oordeel van trainers blijft belangrijk. Je hebt het hier puur over motorische vaardigheden. Maar bij talentherkenning en talentontwikkeling richt je je op meer vlakken. Dan neem je ook zaken als mentale hardheid en omgevingsfactoren als de ouders mee. Soms komt het meer op het doorzettingsvermogen van het kind aan. Maar ook daar kun je over discussiëren. Tafeltennis is vooral in de Aziatische landen een enorm professionele sport, het stikt er van de doorzetters. Dat maakt dan al niet meer het verschil.”

Executive functies
Met een collega - een neuropsycholoog - nam Faber ook nog een zijstapje richting de zogeheten ‘executive functies’. “Dan kijk je naar zaken als creativiteit en oplossend vermogen. Tafeltennissers uit de nationale (jeugd)teams en de subtop blijken daarin beter dan gemiddeld. We wilden ook kijken of we een beeld konden krijgen van het verschil tussen elite en subtop. Het lijkt dat de toppers vooral beter zijn in het goed selecteren van informatie.”

Komende zomer hoopt Faber haar promotieonderzoek af te ronden. Ze heeft de smaak te pakken en zou graag doorgaan in het onderwerp. Een verbreding richting andere sporten sluit ze niet uit. Dat kan als wetenschapper, het zou ook op zelfstandige en dus commerciële basis kunnen. “Ik ben ambitieus, ik geloof in de waarde van het onderzoek voor de topsport. Maar ik ben, eerlijk gezegd, nooit iemand geweest die voor het grote geld gaat.”

Voor uitgebreide achtergrondinformatie over het onderzoek (waaronder een filmpje): klik hier. Voor de inhoud van een eerder gepubliceerd artikel over het onderzoek in vakblad Sportgericht klik hier.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.