Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Proeftuin vergroot samenwerking tussen groningse verenigingen

Proeftuin vergroot samenwerking tussen Groningse verenigingen

11 maart 2010

Nieuws

door: Anne Schulze | 11 maart 2010

Veel sportverenigingen in het noorden van ons land zijn erg klein: ruim vijftig procent heeft minder dan honderd leden. Uit ervaring is gebleken dat dergelijke verenigingen zelf geen initiatief nemen om een samenwerking aan te gaan, nieuw sportaanbod te ontwikkelen of het huidige aanbod te verbreden. Om deze verenigingen te ondersteunen en meer mensen in beweging te krijgen heeft Huis voor de Sport Groningen het project ‘Sportdorp’ opgezet.

“Het is onze taak om sportverenigingen bewust te maken van het belang van verbreding en vernieuwing van het sportaanbod en de noodzaak hierin de samenwerking te zoeken met andere sportverenigingen, het onderwijs en lokale welzijnsorganisaties”, aldus Jack Kamminga, sportconsulent van Huis voor de Sport Groningen en projectleider van Sportdorp. “Om die reden hebben we besloten ons hard te maken een proeftuin van NOC*NSF naar Noord-Nederland te krijgen.” De tijd en energie die hierin is gestoken is gelukkig niet voor niks geweest: NOC*NSF werd overtuigd en twee jaar geleden is in Groningen de proeftuin ‘Sportdorp’ gestart.

Sportverenigingen moeten leren samenwerken
Sportdorp is erop gericht om zoveel mogelijk inwoners uit Groningse dorpskernen te laten sporten en bewegen. Op basis van de geografische ligging van de dorpen, het aantal inwoners, de locatie van sportaccommodaties en de ruimte voor potentieel nieuw sportaanbod zijn bij de start van het project de dorpen Opende, Blijham, Siddeburen en Eenrum/Wehe-den Hoorn tot Sportdorp verkozen. “Siddeburen heeft zich vanwege te weinig draagvlak helaas teruggetrokken, maar die plek is later ingenomen door Stedum”, voegt Kamminga toe. “Vervolgens is Bellingwolde vanuit de subsidie Nationaal Actieplan Sport en Bewegen bij het project betrokken geraakt en hebben ook de dorpen Uithuizermeeden en Roodeschool afgelopen week aangegeven samen als Sportdorp te willen fungeren. Dat brengt het totaal nu op zes Sportdorpen.”

De inwoners van deze dorpen worden door het project in staat gesteld om te kunnen sporten en bewegen vanuit hun eigen interesse en omstandigheid, in een bereikbare en geschikte omgeving en tegen een betaalbare prijs. “Sportverenigingen worden hierbij gezien als de belangrijkste uitvoerders van het project, maar moeten dit niet alleen willen doen”, meent Kamminga. “Samenwerking met andere sportverenigingen, maar ook met lokale partijen in het dorp als buurt- en onderwijsinstellingen, fysiotherapiepraktijken en commerciële sportaanbieders staat in het project centraal.”

Innovatie-impuls met stappenplan
De afgelopen twee jaar zijn op deze manier zowel eenmalige als structurele sportactiviteiten opgezet. Door onder de vlag van lokale sportverenigingen nieuwe sporten aan te bieden, zijn grote groepen inwoners als sporter of vrijwilliger betrokken geraakt bij instuiven, gezamenlijke sporttoernooien en sportweken. “Ons doel is om de betrokkenheid van inwoners steeds verder te vergroten”, licht Kamminga toe. “Dit proberen we te bereiken door met een innovatie-impuls te werken die vier verschillende stappen kent.”

De eerste stap van deze impuls is om inwoners gratis lid te maken van Sportdorp, waardoor gerichter met bepaalde doelgroepen over geschikte sportieve activiteiten gecommuniceerd kan worden. De tweede stap is om speciale Sportdorpactiviteiten op te zetten waardoor mensen eenmalig in aanraking kunnen komen met één of meerdere sporten. “Vervolgens worden sportmodules van zes tot acht weken aangeboden waardoor mensen tegen een kleine vergoeding een relatief korte periode kunnen kennismaken met een bepaalde sport”, aldus Kamminga. “De vierde en tevens laatste stap is tenslotte het aanbieden van een regulier of flexibel lidmaatschap van een sportvereniging.”

Continuering van het samenwerkingsmodel
De sportdorpen krijgen nog één jaar subsidie van NOC*NSF. Daarna hoopt Huis voor de Sport Groningen dat de betrokken sportverenigingen in de vorm van een coöperatie met elkaar blijven samenwerken om nóg meer mensen nóg langer aan het bewegen te krijgen. “Via gemeenten gaan we daarnaast bekijken of de huidige sportdorpmanager voor minimaal acht uur in de week aangesteld kan blijven”, licht Kamminga toe. “Daarnaast is het de bedoeling dat er meer Sportdorpen opgezet gaan worden, aangezien ons project meegenomen is als interventie van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen. Bovendien zal na de analyse van de proeftuinen blijken in hoeverre het Sportdorpproject geschikt is om in vergelijkbare plattelandskernen tot uitvoering te brengen.”

Voor meer informatie: www.sportdorpen.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.