Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Prijswinnend vrouwenvoetbalproject ervaart ook subsidiestress

Prijswinnend vrouwenvoetbalproject ervaart ook subsidiestress

5 december 2013

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 5 december 2013

Het pilotproject ‘Met de meiden centraal, onze verenigingen vitaal’ won dit jaar de gouden UEFA Grassroots Award voor beste club: een prijs waarmee de Europese voetbalbond initiatieven uit de breedtesport beloont. Het Gelderse project focust op het beter ontwikkelen van de snelst groeiende sport van Nederland - vrouwenvoetbal - via samenwerking tussen vier amateurverenigingen. Lydia Zwier-Kentie mocht in Oslo de prijs uit handen van de voormalige Italiaanse stervoetballer Giovanni Rivera in ontvangst nemen en was als initiatiefnemer en coördinator ruim anderhalf jaar betrokken bij het project. Inmiddels maakt Zwier-Kentie geen deel meer uit van het projectteam. Ze leerde van zowel de positieve als negatieve ervaringen die ze in die periode opdeed.

Toen de UEFA contact opnam met Lydia Zwier-Kentie met de vraag of een cameraploeg mocht langskomen voor een item over het project, ontstond het besef dat de Europese prijs nog wel eens gewonnen kon worden. “We dachten: ‘Ze zullen vast niet bij alle 150 genomineerden langskomen'." Toen de UEFA-cameraploeg in het dorp Klarenbeek arriveerde, was de crew verbaasd dat ze bij nog eens drie verenigingen in de regio moesten filmen.

Clusterproject
‘Met de meiden centraal, onze verenigingen vitaal’ is namelijk een clusterproject, verspreid over vier Gelderse clubs: SC Klarenbeek, VV Voorst, SV Wilp en SV Cupa. De fundering van het project werd in 2011 gelegd, ruim voordat het officieel aanving in het voorjaar van 2012. Zwier-Kentie was in de jaren daarvoor actief als leidster en meidencoördinator bij de grootste van de vier verenigingen - SC Klarenbeek - waar op dat moment haar beide dochters voetbalden.

“Klarenbeek was een beetje het vrouwenvoetbalwalhalla in onze regio. Toch was het opvallend dat het vrouwenvoetbal leefde bij de senioren, maar in de jeugd de aantallen juist terugliepen. En als je vrouwenvoetbal wilt doorontwikkelen, moeten daar juist de aantallen stijgen, anders wordt het lastig beleid vormen”, zegt ze over de aanleiding van het project.

Waarderend onderzoek
Vervolgens ging Zwier-Kentie zich verdiepen in de oorzaken van die teruglopende vrouwelijke jeugdleden via de onderzoeksmethode Appreciative Inquiry, oftewel waarderend onderzoeken: datgene onderzoeken wat werkt, in plaats van datgene wat fout gaat. “We vroegen de jonge meiden daarom niet waarom ze stopten, maar waarom ze juist wilden voetballen.”

Uit dat onderzoek bleken drie zaken: de meiden wilden graag voetballen in hun eigen dorp, ze wilden het liefste met meerdere meiden voetballen en ze wilden graag voetballen op het niveau waar ze zich prettig bij voelden. “En dat ging allemaal niet binnen een vereniging lukken, zagen we al snel”, aldus Zwier-Kentie.
    
Mede doordat één van de twee dochters naar de eigen dorpsclub overstapte (van SC Klarenbeek naar VV Voorst) bleek dat de vier clubs meer banden en wensen met elkaar deelden dan men dacht. Samenwerking werd het credo. Met hulp van de KNVB werd een plan van aanpak geschreven voor het project, waarna de clubs een intentieverklaring ondertekenden: de clustergroep kreeg twee jaar ‘beleidsruimte’ van de besturen om het mogelijke succes van een dergelijke samenwerking te laten zien. Zwier-Kentie werd coördinator van de clustergroep, waarin ook de vier clubs vertegenwoordigd waren.

Samengestelde teams
In het uiteindelijk project kunnen meiden - ongeacht bij welke van de vier clubs ze lid zijn - wedstrijden spelen in samengestelde teams. Per competitiehelft wijzigt de vlag waaronder het samengestelde team speelt. Doordat het project in clusterverband is opgezet, gaan de kwantiteit en kwaliteit van het vrouwenvoetbal in de regio omhoog volgens Zwier-Kentie, en ontwikkelen de verenigingen een duidelijke visie en helder beleid op gebied van meisjes- en vrouwenvoetbal.

“Elke vereniging houdt zijn eigen identiteit, beleid en doelstellingen. Virtueel zijn ze samen één grotere vereniging en ze geven elkaar tips, maar in de praktijk zijn ze zeker niet gefuseerd”, benadrukt Zwier-Kentie. “Uiteindelijk zijn verenigingen via het project beter in staat om meer meisjes te enthousiasmeren voor voetbal en hen meer mogelijkheden te bieden waardoor ze blijven voetballen.”

Zwier-Kentie legt uit dat er namelijk veel meisjes zijn die willen voetballen, maar geen lid worden - of stoppen - omdat het aanbod van de vereniging niet aansluit bij hun behoeften. “Vooral meisjes tussen de 14 en 18 jaar besluiten om te stoppen. Meestal worden vriendjes of werk dan opgegeven als redenen, maar ik zeg: het is gewoon niet slim organiseren van de verenigingen. Want die meiden willen best voetballen, ze willen als jong meisje alleen niet in een team met bijvoorbeeld dertigers spelen. Als de organisatie beter is, zul je zien dat ze blijven voetballen.”

Succes
Het project werkt intensief samen met de KNVB. De voetbalbond moest onder meer enkele regels weer opnieuw uitvinden, uitleggen of een ombuigen, zodat het combinatieteam van de vier verenigingen in de competitie uit mocht komen. “Die samenwerking werkt echt waanzinnig goed”, zegt Zwier-Kentie. “We organiseren bijna alles samen met de KNVB, zoals de vriendinnendagen, waarbij de voetbalsters hun vriendinnen uitnodigen een dagje mee te kijken.”

Het pilotproject bleek succesvol. In een jaar tijd steeg het totaalaantal voetbalsters van de vier clubs van 171 naar 199 meiden en de uitstroom daalde.

Subsiediestress
Dat succes leverde het project uiteindelijk de UEFA Grassroots Award op, maar in de achtergrond sluimerden moeilijkheden. Reden? Geld. In de zomer van 2012 bleken er financiën nodig om het project - dat eerder via Sportimpuls van de KNVB gefinancierd werd - draaiende te houden en uit te breiden. Zwier-Kentie: “En in deze tijd kun je moeilijk steeds bij de verenigingen aankloppen voor geld. Daarom besloten we om een Sportimpuls-subsidieaanvraag in te dienen bij ZonMw.”

De deadline voor de subsidieaanvraag naderde snel en er moesten nog enkele hobbels in de aanvraagprocedure geëffend worden. Zo was de stuurgroep die het clusterproject aanstuurde geen rechtsentiteit, terwijl alleen rechtsentiteiten subsidie mochten aanvragen bij ZonMw. “Daarom moesten we snel iets bedenken, en we kozen voor Voorst als rechtsentiteit.”

Spanningen
De aanvraag werd gehonoreerd. Voorst mocht bijna 40 duizend euro bijschrijven op haar rekening voor het project. Maar euforie maakte al snel plaats voor wantrouwen tussen de stuurgroep en Voorst. Zwier-Kentie zegt dat het bestuur van de club zich na de subsidietoekenning nadrukkelijk met het gehele project ging bemoeien en dat zorgde voor spanningen.

Volgens Zwier-Kentie was de kracht van het project juist de constructie waarbij de clustergroep opereerde zonder de afzonderlijke verenigingsbesturen en daardoor te allen tijde gelijkwaardig en vanuit het motto van het project (de meiden centraal, de verenigingen vitaal) kon handelen. “De meiden merkten niets van de verslechterde relaties, maar het werkte niet meer. De afspraken en intenties waren weg.”

Zwier-Kentie erkent dat er tijdens de haastige subsidieaanvraag fouten zijn gemaakt. “We hadden heel duidelijk moeten zeggen tegen de besturen, aan de voorkant: ‘Wie wil de verantwoordelijkheid voor het geld dragen en hoe gaan we daar samen mee om’. We gingen, zo bleek, veel te snel door bestaande structuren en belangen.”

Na bijna een jaar vol negatieve ervaringen, is Zwier-Kentie in september uit de stuurgroep gestapt en de subsidie werd overgedragen naar SC Klarenbeek. Het project wordt momenteel aangestuurd door een geheel andere projectgroep.

Lessen
Zwier-Kentie leerde veel lessen van ‘Met de meiden centraal, onze verenigingen vitaal’. Ze waarschuwt: “Voetbalclubs zijn vaak zeer conservatief. Een subsidie kan prachtig zijn, maar weet altijd wat je doet, aanvraagt, en uit handen geeft en wat voor verantwoordelijkheden daarbij komen kijken. Die moeten namelijk niet tornen aan de peilers van je project. Dat is een enorm aandachtspunt. Let altijd op of betrokkenen de klok én de klepel zien.”

Momenteel is Zwier-Kentie druk met het doorontwikkelen van haar platform ‘Vrouwenvoetbal Stedendriehoek’, dat ze met collegae oprichtte ter bevordering van het meiden- en vrouwenvoetbal in de regio Apeldoorn, Deventer en Zutphen: “Daarmee zal ik mijn bijdrage blijven leveren aan de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in de regio en in Nederland. Misschien waren de dingen die zijn misgegaan wel het leerzaamste van het project. Ik wil graag mijn kennis delen.”

Haar droom? “Dat de vier verenigingen over een jaar nog steeds bezig zijn met het originele project en, belangrijker, dat de oorspronkelijke essentie en intentie van het project doorleeft: te allen tijde het oog op de meiden.”

Voor meer informatie: KNVB-brochure 'Het meisje centraal'

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.