Mina
1 oktober 2026
Het kabinet wil werken aan de gezondste generatie ooit. Daarom lag in de troonrede twee weken geleden de nadruk op preventie. Het Platform Ondernemende Sportaanbieders POS onderschrijft die ambitie, maar vindt dat sport in dat verhaal onderbelicht blijft, en dan met name de rol die ondernemende sportaanbieders hebben als het gaat om preventie. "Wij denken dat een zorgvraag niet altijd direct een medisch antwoord hoeft te krijgen. Daarom hadden we gehoopt dat sport expliciet zou worden genoemd in het kader van preventie", aldus Elise van Bergenhenegouwen van POS.
1 oktober 2026
Nieuws
In een reactie op de troonrede ziet POS de aandacht voor preventie en de ambitie van het kabinet om te werken aan de gezondste generatie ooit als een vorm van erkenning en brengt daarbij nadrukkelijk de rol van de ondernemende sportaanbieder over het voetlicht. 'Sport en bewegen dragen niet alleen bij aan de fysieke gezondheid, maar ook aan mentale veerkracht, sociale verbinding en participatie. Ondernemende sportaanbieders kunnen mensen bereiken voordat gezondheidsproblemen ontstaan die medische of structurele zorg vereisen. Ook begeleiden zij mensen die vanuit zorg en welzijn weer in beweging willen komen. In de financiële uitwerking krijgt preventie echter nog sterk een medisch karakter. Juist in kwetsbare wijken kunnen laagdrempelig sporten en bewegen hierop een waardevolle aanvulling zijn en bijdragen aan een brede, duurzame aanpak van gezondheidsachterstanden en het verkleinen van kansenongelijkheid. Preventie is meer dan het voorkomen van ziekte via medische interventies. Structureel sporten en bewegen moet een volwaardig onderdeel zijn van het preventiebeleid.'
"Als mensen een griepprik komen halen, kun je ze ook doorverwijzen naar een lokale sportaanbieder"
Elise van Bergenhenegouwen
Hoe sport en preventie zich in de financiële uitwerking exact tot elkaar verhouden, is volgens Van Bergenhenegouwen lastig in kaart te brengen, maar zij pleit er vooral voor om de preventie op medisch niveau te koppelen aan sport en bewegen: "Preventie komt terug op verschillende begrotingsposten en het totale sportbudget bestaat uit meer dan alleen preventie, dus die vergelijking is moeilijk te maken. Wel zien we dat er 27 miljoen euro wordt uitgegeven aan medische preventie, maar wat aan niet-medische preventie wordt uitgegeven is niet helemaal duidelijk. Je kunt het heel goed koppelen, bijvoorbeeld door leefstijladvies te koppelen aan een vaccinatieprogramma. Als mensen een griepprik komen halen, kun je ze ook doorverwijzen naar een lokale sportaanbieder."
Elise van Bergenhenegouwen
POS juicht toe dat het kabinet extra investeert in sport, lokale samenwerking en toegankelijke sportvoorzieningen, maar constateert ook dat veel middelen beschikbaar komen voor gemeenten en niet-commerciële organisaties: 'Ondernemende sportaanbieders komen voor veel regelingen niet in aanmerking. Daardoor blijft een belangrijk deel van de sportinfrastructuur buiten beeld, net als de vele mensen die daar sporten of dat zouden willen doen.'
"Twintig procent van de bevolking doet aan fitness. Daarmee is het de allergrootste sport by far"
Elise van Bergenhenegouwen
Van Bergenhenegouwen: "Een groot deel van de middelen wordt verdeeld via de gemeenten en daarmee gaat het veelal naar bestaande sportstructuren. Het gaat vaker naar verenigingen dan naar ondernemers. Wij zien liever dat de focus ligt op de maatschappelijke impact die sport en bewegen in het algemeen heeft. De rechtsvorm van de aanbieder moet daarbij niet uitmaken. Historisch gezien is Nederland een verenigingsland en wij denken dat ondernemende sportaanbieders vaak onderbelicht blijven."
Volgens Van Bergenhenegouwen zijn juist die ondernemende sportaanbieders belangrijk als het gaat om preventie. "Volgens de leefstijlmonitor van het RIVM sport ongeveer een kwart van de bevolking bij verengingen en een kwart bij commerciële aanbieders. Dat is ongeveer gelijk, maar we zien ook dat jongeren meer sporten bij verenigingen en volwassenen juist meer bij ondernemende sportaanbieders. Bovendien ging het in de vragenlijst om abonnementen of lidmaatschappen, terwijl juist bij ondernemende aanbieders ook veel met losse kaarten of knipkaarten wordt gewerkt, waardoor het aandeel wel eens een stuk groter zou kunnen zijn. Twintig procent van de bevolking doet aan fitness. Daarmee is het de allergrootste sport by far."
Valpreventie bij een ondernemende sportaanbieder in Venlo
POS constateert bovendien dat uitgerekend ondernemende sportaanbieders een belangrijke rol vervullen als het gaat om kwetsbare groepen. Van Bergenhenegouwen: "Mensen met een beperking of een chronische aandoening, mensen met een lage SEP (sociaaleconomische positie) en mensen met een migratieachtergrond sporten relatief meer bij ondernemers. Dat komt waarschijnlijk omdat ondernemers een flexibeler aanbod, professionele begeleiding en innovatieve sportvormen hebben. Op een vereniging is het moeilijker sport aan te passen aan specifieke wensen of eisen. Hockey wordt nu eenmaal binnen een team en volgens bepaalde regels gespeeld. Bij sporten als fitness of klimmen kan een ondernemende aanbieder beter inspringen op individuele wensen en behoeften."
"Je investeert op die manier in de sporter, in de maatschappelijke impact, niet in de winst van de ondernemer"
Elise van Bergenhenegouwen
De ondernemende sportaanbieder wordt volgens POS nog te vaak beschouwd als een bedrijf dat slechts uit is op financieel gewin. Daarmee wordt de maatschappelijke impact over het hoofd gezien. Van Bergenhenegouwen wijst op de lokale functie die Sabra Rahiembaks heeft in Den Haag met Sabra's Bootcamp. Van Bergenhenegouwen: "Wij zouden graag zien dat de overheid kijkt naar het specifieke aanbod dat een ondernemer heeft. Je hoeft niet iedere ondernemer te steunen, je kunt duidelijke voorwaarden stellen. Als een ondernemer echt bijdraagt, moet je die ondernemer beoordelen op de maatschappelijke winst. Neem bijvoorbeeld een ondernemer die extra investeert in fitnessapparatuur voor mensen met een beperking, of een ondernemer die een extra trainer in dienst neemt ter ondersteuning van kwetsbare groepen. Nu doen ondernemers dat vaak uit eigen zak. Als de overheid daarin een bijdrage kan leveren, helpt dat. Je investeert op die manier in de sporter, in de maatschappelijke impact, niet in de winst van de ondernemer." Zij verwijst naar de oratie van Remco Hoekman, die sprak over ongelijk investeren voor gelijke kansen.
Staatsecretaris Tielen (midden links) op werkbezoek bij Sabra Rahiembaks (midden rechts)
Uiteraard pleit POS naar aanleiding van de troonrede ook voor duidelijke regelgeving: 'Het kabinet belooft minder regels en meer ruimte om te ondernemen. Ook moet een nieuwe zelfstandigenwet duidelijkheid geven over de inzet van zzp’ers. Dat is hard nodig: sportaanbieders lopen aan tegen hoge administratieve lasten en onzekerheid. Tegelijkertijd wordt de fiscale ondersteuning voor ondernemers verder afgebouwd.'
De belangrijkste boodschap is echter dat het Nederlandse sportlandschap meer is dan de veelgeroemde lappendeken aan verenigingen en POS grijpt de troonrede aan om dat te benadrukken: 'Preventie krijgt politieke urgentie, de gezondste generatie blijft een centrale ambitie en er komt extra geld voor sport en bewegen. De volgende stap is ervoor zorgen dat die ambities ook daadwerkelijk leiden tot meer mensen die gaan én blijven sporten. Dat lukt alleen wanneer de overheid gebruikmaakt van de volledige sportinfrastructuur van Nederland. Ondernemende sportaanbieders staan klaar om hun bijdrage te leveren.'
Deel dit bericht:
Door: Leo Aquina
1 reacties
Mina
1 oktober 2026
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.