door: Thomas van Zijl | 22 mei 2014
In de sport lijkt het vaak om winnen te draaien. Natuurlijk: winnen is leuk, maar niet ten koste van alles. Zeker bij jonge kinderen zouden trainers meer kunnen sturen op plezier en ontwikkeling, want die twee gaan hand in hand. Veel trainers weten het wel, maar de praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Op initiatief van het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’ (VSK) is onderzoek verricht naar de succesfactoren van de Trainer-Kind-Interactie bij het creëren van een sociaal veilig sportklimaat. 
Sinds 2012 werken de sportbonden en sportbrancheorganisatie NOC*NSF aan het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’. Gedragingen van ouders, bestuurders, maar ook trainers worden daarin onder de loep gelegd.
“Kinderen beginnen meestal aan een sport omdat ze er plezier aan beleven”, zegt Jens van der Kerk, die vanuit het actieplan VSK als opdrachtgever betrokken was bij het onderzoek. “Met enige regelmaat sneeuwt dat plezier langzamerhand onder, vanwege een te grote focus op winnen. Trainers spelen daarin een belangrijke rol.”
Pedagogische verantwoordelijkheidUit deze door onderzoeksbureau Kennispraktijk uitgevoerde studie komt naar voren dat zij zich over het algemeen goed bewust zijn van hun pedagogische verantwoordelijkheid. Om tot die conclusie te komen zijn zo’n 120 wedstrijden en trainingen van 37 jeugd-trainer-coaches geanalyseerd. Van der Kerk: “Ze weten dat ze een voorbeeldfunctie vervullen, dat ze duidelijk moeten communiceren en dat positief coachen belangrijk is, maar als de training eenmaal begonnen is of de scheidsrechter gefloten heeft voor het begin van de wedstrijd neemt de hectiek van het moment het nog wel eens over.”
Uit het onderzoek komen vier duidelijke succesfactoren bij het creëren van een sociaal veilig en ontwikkelingsgericht sportklimaat naar voren. Op de eerste plaats is het belangrijk structuur aan te brengen. Maak duidelijk hoe er getraind wordt en creëer heldere randvoorwaarden. Zorg dat iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt.
Oprecht positief coachenStimuleren is een belangrijke tweede. Van der Kerk: “Positief coachen is tegenwoordig erg populair. Het etiket wordt overal opgeplakt als de opperste waarheid. Uit het onderzoek blijkt dat het geven van complimenten inderdaad erg belangrijk is, maar ook dat het alleen werkt als ze gemeend zijn en op het juiste moment geven worden. Geef naast complimenten ook concrete tips hoe iets een volgende keer beter kan. Dat werkt.”
Een derde element is de aandacht voor individuele verschillen. Zeker in een teamsport is dat niet altijd eenvoudig. Van der Kerk onderschrijft dat dit zaken zijn die het vak ingewikkeld maken. “Het is belangrijk verschillen te erkennen en te zien dat de een verder is in zijn ontwikkeling dan de ander. Dat betekent dus ook dat de volgende stap daarin per speler kan verschillen.”
Eigen verantwoordelijkheidDe vierde succesfactor blijkt voor veel trainer/coaches een lastige: help de sporter verantwoordelijkheid voor zijn eigen ontwikkeling te nemen. “Een coach - ook een die vasthoudt aan een heldere structuur en duidelijke afspraken - kan de regie soms deels bij de sporter leggen. Het spel verbetert vaak als spelers zelf gaan inzien wat ze fout doen. Dat hoeven ze niet altijd van bovenaf te horen.”
Beter worden, daar draait het uiteindelijk om, en dat is iets anders dan winnen. “Nu gaat het zelfs op een laag niveau vaak in de eerste plaats om de overwinning. In de jeugd hoeft dat niet altijd heilig te zijn.” Van der Kerk hecht minstens evenzeer aan individuele succeservaringen. Die ene voorzet die plotseling wel lukt, die geslaagde smash.

“Een sporttechnische ontwikkeling en de bijbehorende succeservaring hangt nauw samen met persoonlijke en sociale ontwikkeling. Iemand die succes ervaart, krijgt een positiever zelfbeeld en durft ook volgende grenzen te verleggen. Natuurlijk, winnen is ook succes, maar het is minder krachtig dan iets kunnen wat eerst niet lukte.”
Trainers ondersteunen bij dilemma'sHoewel er op alle vlakken ruimte voor verbetering is, beschouwt Van der Kerk het rapport als positief. Met name het feit dat belangrijke uitgangspunten van goed trainerschap bij coaches op het netvlies staan heeft hem aangenaam verrast. “Waar we aan moeten werken is dat het er in de praktijk ook uitkomt. We zullen de trainers moeten ondersteunen bij dilemma’s als ontwikkeling versus winnen, plezier versus structuur en instructies versus regie uit handen geven.” De bevindingen van het onderzoek zullen worden gebruikt om overeenkomende competenties uit de kwalificatiestructuur sport verder te concretiseren.
Voor meer informatie: het volledige onderzoeksrapport én de publieksversie zijn te downloaden onderaan deze webpagina