Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Overal in de wijk sportaanbod op maat dankzij de buurtsportcoach

Overal in de wijk sportaanbod op maat, dankzij de buurtsportcoach

20 maart 2012

Nieuws

door: Karianne van der Zant

Na vier jaar ‘Impuls brede scholen, sport en cultuur’ is Nederland nu toe aan ‘Sport en Bewegen in de Buurt’. Of er daarmee veel verandert? Niets wezenlijks: de combinatiefunctionaris wordt buurtsportcoach en werkt in meer sectoren. De uitdaging volgens de meeste ingewijden: de financiering van 60% door gemeenten.

Op 13 februari jl. zijn de handtekeningen gezet. Sport en Bewegen in de Buurt is van start gegaan en gemeenten moeten al voor 15 april aanstaande aangeven of ze willen deelnemen aan deze nieuwe impuls vanuit de rijksoverheid. Of liever, aan het programma dat ‘slechts’ een verbreding is van de bestaande Impuls brede scholen, sport en cultuur. Want daar zijn de betrokkenen het over eens: in Sport en Bewegen in de Buurt vind je nauwelijks innovatief beleid. Het oude wordt er nadrukkelijk in voortgezet, wat overigens bij de meesten tot tevredenheid stemt.

Naamsverandering
Het belangrijkste verschil zit ’m erin dat sportactiviteiten niet alleen in het onderwijs kunnen worden aangeboden, maar ook in andere sectoren zoals welzijn, kinderopvang en zorg. Waar er lokaal behoefte aan is. En de combinatiefunctionaris wordt vervangen door de buurtsportcoach. In de aanvankelijk plannen heette de functie sportbuurtcoach en deze kleine naamsverandering typeert de nieuwe regeling: de wijk staat centraal. “De Impuls brede scholen, sport en cultuur had voornamelijk als doel meer sportaanbod te creëren en dan was het maar de vraag wie er op dat aanbod ingingen”, legt Jarno Hilhorst van adviesbureau Kennispraktijk uit. “Sport en Bewegen in de Buurt gaat meer uit van vraaggericht aanbod. Waar is behoefte aan? Wie wil welke sportactiviteiten beoefenen, wie wil meer bewegen? En hoe kunnen we, op maat, aan die behoefte voldoen? Door een goede scan te maken van de buurt, kom je ook meteen te weten welke groepen niet voldoende bewegen en hoe je hen zou kunnen aanspreken. Met het oude, aanbodgerichte programma kon het makkelijk zo zijn dat mensen die toch al veel aan sport deden enthousiast deelnamen, terwijl de groepen voor wie sporten niet vanzelfsprekend is, nog steeds aan de kant bleven staan”, voegt Hilhorst toe.

Weinig regels
Dat wordt als grote winst gezien: de mogelijkheid om doelgroepen die weinig bewegen te mobiliseren waardoor de sportparticipatie enorm kan toenemen. Om ook aan bijvoorbeeld senioren, hangjongeren, kinderen met overgewicht en gehandicapten op maat sportactiviteiten aan te kunnen bieden, heeft de overheid ervoor gekozen gemeenten zo min mogelijk regels op te leggen. Sport en Bewegen in de Buurt schrijft weinig voor, de overheid toetst marginaal. “Mijn ervaring is dat gemeenten blij zijn met die vrijheid”, zegt Rens van Kleij van adviesbureau Sportmaatwerk. “Het had ook niet anders gekund want met strikte regels is op maat leveren niet te doen. Nu kunnen ze per wijk het sportaanbod inrichten, waardoor de resultaten van de buurtsportcoach alleen maar beter zullen zijn.” Jarno Hilhorst ziet echter ook beleidsmedewerkers die die vrijheid als lastig ervaren. “Wat is nu het precieze doel van de regeling? Wat moeten we hebben bereikt over een aantal jaar?”

Functieprofielen
Die toekomstvisie is voor interpretatie vatbaar, maar de bedoeling lijkt toch wel dat de buurtsportcoach hét aanspreekpunt in de buurt wordt als het om sportactiviteiten en bewegen gaat. Jarno Hilhorst: “Ik denk dat de functie van buurtsportcoach en combinatiefunctionaris zich daarom moet gaan verleggen van een uitvoerende naar een meer organiserende én enthousiasmerende. Hij of zij moet inwoners inspireren te gaan bewegen, bewustwording kweken dat het goed en gezond is te sporten. Nu de overheid die visie niet expliciet geeft, wordt het moeilijker de switch naar die nieuwe invulling te maken. Ik ben ervan overtuigd dat het daarop uitkomt, maar het wordt een langzaam proces dat minimaal tien tot vijftien jaar duurt.”

Hans van Egdom, die gemeenten adviseert over en begeleidt bij de implementatie van combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches, ziet het onderscheid minder zwart-wit. “Als je denkt aan een combinatiefunctionaris die sportlessen geeft op scholen - zowel binnen als buitenschools en/of in de sportvereniging - dan denk je aan een klassiek type combinatiefunctionaris. Maar ik kan zo tien verschillende profielen opnoemen die ik in de praktijk tegenkom; er zijn er ook bij die alleen maar coördinerende taken hebben. Die variëteit zal je ongetwijfeld ook bij de buurtsportcoaches terugzien.”

Juiste balans
De inhoud van de functie mag dan voorlopig weinig veranderen, Van Egdom hoort wel geluiden dat scholen bang zijn hun combinatiefunctionaris te verliezen aan andere sectoren. “Het sportstimuleringsbeleid van de rijksoverheid heeft een structureel karakter - ook financieel - maar de gemeente moet het grootste deel zelf financieren. En dat doet elke gemeente op haar eigen manier. Het kan zijn dat een combinatiefunctionaris een contract heeft van twee jaar en dat daarna opnieuw gekeken wordt hoe en door wie die functie betaald gaat worden. Als de school de betreffende kracht niet meer kan betalen, maar bijvoorbeeld een zorginstelling voor ouderen wel, dan is het gemakkelijker om de functionaris naar die instelling te verplaatsen dan samen met de school nieuwe financiering te zoeken. Maar ik vertrouw erop dat dat niet op grote schaal gaat gebeuren. Vraaggericht werken en financiering zijn de bepalende factoren voor de profielen van de functionarissen. De meeste gemeenten zijn tegenwoordig professioneel genoeg om de juiste balans te vinden.”

Ingevulde fte’s
Het doel van de Impuls brede scholen, sport en cultuur was om in 2012 2.250 fte’s aan combinatiefunctionarissen werkzaam te hebben. De precieze getallen zijn nog niet bekend maar er schijnen zo’n 1.900 fte’s ingevuld te zijn. Althans, 1.000 tot 1.250 combinatiefunctionarissen zijn actief, voor de overige fte’s zijn aanvragen ingediend maar die zijn nog niet aan het werk. “Dat laatste klinkt logisch”, zegt Sjoerd van Tiel van Sportservice Noord-Holland, die voor circa 250 combinatiefunctionarissen het formele werkgeverschap op zich heeft genomen. “Ik weet bijvoorbeeld dat de gemeente Haarlemmermeer uiteindelijk 21 fte’s wil hebben en ze zitten momenteel op zo’n 16 fte’s. De combinatiefunctionarissen moeten geworven worden en opgeleid. Dat kost tijd.”

Budgetten anders labellen
Sport en Bewegen in de Buurt moet ervoor zorgen dat er vanaf 2013 in totaal 2.900 fte’s aan combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches aan de slag zijn. Sjoerd van Tiel vindt dat aantal behoorlijk ambitieus. “Ik geloof wel dat er uiteindelijk ongeveer 2.900 van dergelijke full time functies opgevuld worden door professionals, maar niet dat dat allemaal nieuwe functies zijn. Gemeenten staan financieel onder druk. En zeker omdat ze heel vrij worden gelaten in de invulling van de taken van de buurtsportcoach, kan de verleiding ontstaan bestaand budget te labellen als buurtsportcoach-budget. Er blijft dan geld over voor gaten die ontstaan door bezuinigingen.” Jarno Hilhorst voegt hieraan toe dat dat geen onbekend verschijnsel is. “Ook toen de combinatiefunctionarissen hun intrede treden, werden veel bestaande functies uit de BOS-impuls (de voorganger van de Impuls brede scholen, sport en cultuur – red.) herbenoemd. Je kunt daar je vraagtekens bij zetten omdat het doel van die regelingen juist is om veel meer van dergelijke functies te creëren. Dat is maar beperkt gebeurd in de loop der jaren. Positieve punt is wel dat zulke functies een structureel karakter hebben gekregen.”

Commerciële cofinanciering
Een ander gevaar volgens Van Tiel is opportunisme bij de cofinanciering. De gemeente moet - net als in het oude programma - 60% zelf financieren; de rijksoverheid zorgt voor de overige 40%. Verschil is dat die 60% overal vandaan mag worden gehaald; eerder waren daar richtlijnen voor opgesteld en had de gemeente minder vrijheid om bij externe partijen aan te kloppen. “Met de verbreding van sectoren kan er samenwerking worden gezocht met commerciële partijen, die doorgaans meer te besteden hebben en gemakkelijker als financier kunnen optreden. Als zo’n commerciële partij, zoals een fitnessschool, het doel van de overheidsregeling voor ogen blijft houden (bijvoorbeeld meer ouderen die bewegen) is er natuurlijk geen enkel probleem. Maar fitnessscholen zijn nu eenmaal geen maatschappelijke non-profit organisaties. De gemeente zou de regie te veel kunnen kwijtraken, waardoor de impuls zijn doel voorbij kan gaan schieten.”

Nieuwe mogelijkheden
Rens van Kleij ziet de verbreding van sectoren juist als een kans, ook als het om de cofinanciering gaat. “Gemeenten hebben een veel groter potentieel en ze kunnen die nieuwe partijen laten zien dat ze investeren in een bewezen experiment. Ik ben ervan overtuigd dat in gemeenten waar combinatiefunctionarissen succesvol aan het werk zijn, er alleen maar meer vraag naar sport- en beweegactiviteiten komt. Neem alleen al de groeiende doelgroep senioren. Gemeenten moeten wel op zoek naar samenwerkingsverbanden die eerder niet tot de mogelijkheden behoorden, maar ik denk dat dat juist voor meer dynamiek kan zorgen.” Ook Jarno Hilhorst erkent het voordeel dat er commerciëlere partijen zoals fitnessscholen, woningcoöperaties en bedrijven die buitenschoolse opvang aanbieden, betrokken kunnen worden. “Het is de kunst om geldstromen van dat soort partijen te bundelen. Voor veel beleidsmedewerkers is het echter niet vanzelfsprekend om naar die mogelijkheden te kijken.”

Risico bij afhaken
Gevraagd naar een mogelijk nadeel van de cofinancieringsregeling, kan Ton Friederichs van Sportservice Zuid-Holland alleen maar bedenken dat gemeenten meer risico lopen als ze de hele financiering bij externe partijen neerleggen. “Er wordt uit gegaan van 50.000 euro per jaar aan kosten voor één fte. In de afgelopen vier jaar mocht slechts 20% hiervan - dus 10.000 euro per fte - door bedrijven en andere instanties betaald worden. Nu geldt dat voor de volle 60%, dus 30.000 euro. Je hebt dan een groter financieel probleem als de externe partijen afhaken. Maar dit nadeel weegt zeker niet op tegen het voordeel van de verruimde financieringsmogelijkheden. Bovendien kan medefinanciering door externe partijen ook de betrokkenheid van deze partijen vergroten wat juist tot duurzaamheid kan bijdragen.”

Eigen initiatief
Dat er in deze economische laagconjunctuur een spanningsveld is tussen hoe de gemeente inhoud wil geven aan het beleid en wat er te financieren valt, is duidelijk. Maar volgens Hans van Egdom kan het partijen ook creatiever maken. “Neem sportverenigingen. Zij zijn misschien bang dat sportscholen hun functie gedeeltelijk overnemen, maar daar hoeven ze zich niet bij neer te leggen. Sterker nog, eigen initiatief schept enorme kansen. Stel dat uit een buurtscan blijkt dat vooral jonge moeders weinig sporten en dat de gemeente ook weet dat zij relatief vaak in een sociaal isolement zitten. Dan kan een sportclub - beter dan een sportschool - daarop inspelen door die jonge moeders niet alleen sportles te geven, maar ook vrijwilligerswerk aan te bieden. Inhoudelijk zal het draagvlak dan groot zijn, wat zwaarder kan wegen dan de betere financiering door de sportschool. Bovendien kan in dat geval allicht nog een ander gemeentelijk budget worden aangesproken. ”

Gunstige voorwaarden
Om het gemeenten financieel makkelijker te maken, zijn ze flexibeler gemaakt in hun keuze hoeveel fte’s ze willen inzetten. Op basis van het aantal inwoners tot 18 jaar is per gemeente het aantal fte’s aan combinatiefunctionarissen/buurtsportcoaches vastgesteld waarop kan worden ingetekend. In 2008 was het nog zo dat een gemeente voor dát aantal meedeed of helemaal niet. Nu kan een gemeente kiezen voor 60%, 80%, 100% of 120% deel te nemen. Ambitieuze gemeenten kunnen hierdoor extra fte’s inzetten, gemeenten die de financiële impact willen verkleinen, kunnen kiezen voor 60% of 80%.

Roy Simons van adviesbureau Ne9eN verwacht dat veel gemeenten die de vorige impuls aan zich voorbij hebben laten gaan, nu wel willen aanhaken. “Het is een herkansing met gunstiger voorwaarden. Ze hoeven niet voor de 100% fte’s te gaan en kunnen de buurtsportcoaches veel breder inzetten.” Dat sommige gemeenten nog niet overtuigd zijn, wijt Simons voornamelijk aan verkeerde aannames. “Zo zeggen veel beleidsmedewerkers dat externe partijen toch niet willen financieren. Maar hebben ze het ooit serieus gevraagd? Vaak niet. In de praktijk blijkt er best veel bereidwilligheid te zijn om mee te betalen. Ook denken gemeenten vaak dat ze de buurtsportcoaches zelf in dienst moeten nemen, dat het altijd extra geld gaat kosten en dat ze de salarissen na twee jaar zelf moeten gaan ophoesten. Allemaal niet waar.”

Vliegwiel
Op het moment zit Simons vooral om tafel met gemeenten die niet hebben deelgenomen aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur. In heel Nederland zijn dat er 117, waarop de verschillende adviesbureaus hun pijlen richten. Natuurlijk hebben deze bureaus er baat bij dat zoveel mogelijk gemeenten deelnemen aan Sport en Bewegen in de Buurt maar er klinkt toch vooral oprecht enthousiasme. Rens van Kleij is ervan overtuigd dat het programma kan werken als een vliegwiel voor het sportaanbod in de wijken. “Met de verbreding en de flexibelere regels over het aantal fte’s waarvoor een gemeente kan opteren, zijn wat mij betreft alle eerdere hindernissen weggenomen.” Roy Simons raadt elke gemeente aan meteen in te tekenen, ook al zijn er zorgen over de financiering. “Als het niet mocht lukken met de financiering kan je altijd nog afhaken. En mijn ervaring leert dat als het proces eenmaal op gang komt, veel mogelijk blijkt. Binnen de begroting, binnen bestaande budgetten en/of bij lokale partners. Als gemeenten het een beetje slim aanpakken, kan het budgetneutraal geregeld worden. En dan is het helemaal een mooie impuls om sportparticipatie een boost te kunnen geven.”

Voor meer informatie: klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.