2 oktober 2008
Nieuws
door: Bake Dijk | 2 oktober 2008
Onderzoek naar de optimale ‘racestrategie’ bij schaatsers wijst uit dat een snelle start tot een beter eindresultaat van de race leidt. Maar valt dit wel te trainen? Bewegingswetenschapper Floor Hettinga deed promotieonderzoek naar het optimaliseren van de indeling van een sportwedstrijd en verdedigt op 2 oktober haar thesis.
Bewegingswetenschapper dr Floor Hettinga is de afgelopen vier jaar bezig geweest met haar promotieonderzoek naar het optimaliseren van de indeling van een sportwedstrijd. Na een stage bij Jos de Koning aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam en een extra buitenlandstage aan de Universiteit van Wisconsin-La Crosse - waar zij onder de hoede van Carl Foster onderzoek heeft verricht - werd Hettinga bij terugkomst in Nederland gevraagd om promotieonderzoek te doen. Op 2 oktober vindt de mondelinge verdediging plaats van haar thesis: ‘Optimal pacing strategy in competitive athletic performance’.
Beste eindresultaat
De probleemstelling van het onderzoek vond zijn basis in het vermogensbalansmodel, dat aan de VU ontwikkeld is door Gerrit Jan van Ingen Schenau. “Prestatie kan gemodelleerd worden met behulp van een vermogensbalansmodel om inzicht te krijgen in de relatie tussen vermoeidheid, techniek en de energieproductie van de sporter. Door veel verschillende wedstrijden te simuleren kun je erachter komen bij welke specifieke indeling van de race de sporter het beste eindresultaat kan halen”, aldus Hettinga.
Het doel van het onderzoek was om het vermogensbalansmodel geschikt te maken voor onderzoek naar de optimale racestrategie. Hettinga: “Er bestaan modellen voor anaerobe (zuurstofloze) en aerobe (zuurstofrijke) energievoorziening. Verandering in strategie heeft nauwelijks effect op de anaerobe energie die de sporter vrij kan maken, maar verandering in het aerobe model liet wel iets moois zien.” Zo bleek dat een snelle start een soort ‘trigger’ is voor het activeren van het aerobe systeem, wat normaal gesproken pas later in het energieleverantieproces een rol speelt.
Snelle start
“We hebben deze bevindingen eerst getest bij fietsers. Daaruit bleek dat goede wedstrijdprestaties vaak samengingen met een goede start. Werd er slecht gestart dan verliep de rest van de wedstrijd ook niet bepaald rooskleurig”, aldus Hettinga. Vervolgens werd het onderzoek verplaatst naar de schaatswereld. “Schaatsers die de 1.500 meter gingen rijden, legden we op om te starten alsof het een 300 meter betrof. Dit is qua energieverdeling het meest efficiënt en zou eigenlijk moeten leiden tot een betere eindtijd.” Helaas voor Hettinga bleek dat iets te kort door de bocht. “Wanneer schaatsers sneller starten, gaat dat vaak ten koste van de techniek en dat heeft ook weer invloed op de tijd.” Als aanbeveling geeft zij dan ook mee dat het vooral oefenen is geblazen op de nieuwe strategie en dat eerdere ervaringen erg belangrijk zijn bij het ontwikkelen van de optimale racestrategie.
Symposium
De VU, NOC*NSF en TNO grijpen het promotieonderzoek van Hettinga aan om op de dag na haar promotie (op vrijdag 3 oktober) een symposium te organiseren: 'Science meets practice: pacing & fatigue in sports’. Tijdens deze dag leggen een aantal topsprekers de link van de nieuwste wetenschappelijke inzichten op het gebied van wedstrijdstrategie en vermoeidheid naar de sportpraktijk. Iedere spreker belicht dit onderwerp vanuit zijn eigen expertise. Hierdoor ontstaat een totaaloverzicht dat toepasbaar is in vele takken van sport.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.