Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Op zoek naar een verantwoorde prestatiecultuur

Op zoek naar een verantwoorde prestatiecultuur

2 oktober 2014

Nieuws

door: Marc Hoeben | 2 oktober 2014

Leggen we de lat voor sporttalenten steeds hoger? Neemt de druk dan ook in allerlei opzichten toe? Onlangs verscheen de rapportage 'Een kwetsbare balans, tussen prestatiecultuur en verantwoorde talentontwikkeling' van de hand van onderzoekster dr. Agnes Elling en collegae van het Mulier Instituut. Ze ging vorig jaar op de vier CTO’s in Nederland focusgroepgesprekken aan met 24 talentcoaches en begeleiders (o.a. studiebegeleiders, fysiotherapeuten, life skill coaches). De uitkomsten geven een beeld van verantwoorde talentontwikkeling, op basis van een grote inzet van de begeleiders. Maar het leidde ook tot niet al te veel optimisme.

Het onderzoek naar prestatiecultuur en verantwoorde talentontwikkeling is verricht op initiatief van het Mulier Instituut zelf, met als mede-opdrachtgever NOC*NSF. Het maakt deel uit van het project ‘Topsportloopbanen van start tot start van het meerjaren onderzoekspro- gramma ‘Sportland Nederland, ambities en prestaties 2011-2014’ van het ministerie van VWS. Elling schetst een beeld van een toegenomen prestatiecultuur en daaruit voortvloeiende dilemma’s waar sporttalenten, coaches, begeleiders en ouders tegenaan lopen. Sportland Nederland lijkt de zaken bij de combinatie van sport en onderwijs goed op orde te hebben, maar juist die verbeterde randvoorwaarden voor ontwikkeling brengen weer nieuwe eisen met zich mee.

“Voorheen hadden mensen vooral zelf de ambitie om olympisch kampioen te worden of keihard te trainen,” vertelt Elling. “Daar is de laatste, pakweg twintig jaar iets anders bijgekomen. NOC*NSF en sportbonden leggen de ambitie neer en spreken die heel concreet uit in het streven naar een plek bij de beste tien landen van de wereld. Dat is een omdraaiing van hoe het vroeger was, de cultuur is veranderd. We hebben er voor gezorgd dat dingen als sport en studie goed zijn te combineren, we hebben meer tijd en ruimte gecreëerd voor het beoefenen van topsport.”

Veeleisender
Zo is het aantal Topsport Talentscholen, voorheen LOOT-scholen, sinds 1991 gegroeid van zes naar dertig en is de ondersteuning van jonge talenten mede daardoor sterk verbeterd. "Maar de talentontwikkelingsprogramma’s van de bonden zijn veeleisender geworden en het aantal trainingsuren is sterk toegenomen”, aldus Elling.

Uit de gesprekken filterde Elling een toegenomen druk. “Dat gaven de begeleiders zelf aan. In een eerder onderzoek onder talentcoaches en ouders ‘Talenten in balans’ kwam dat beeld ook sterk naar voren. De talenten draaien vaak een voltijd programma, terwijl ze ook nog naar school moeten. Ze bevinden zich continu op de rand van overbelasting. Daarvan zijn er voorbeelden bij alle CTO’s genoeg. We hebben in de rapportage er alleen bewust voor gekozen geen namen te geven en de talentprogramma’s of CTO’s niet bij naam te noemen.”

De druk leidt tot psychosociale en maatschap- pelijke dilemma’s, concludeert Elling in het onderzoek.

“De coaches weten ook wel dat het jonge mensen zijn en dat het merendeel de top niet zal halen. Dat werpt vragen op. Moet je niet af en toe toch leuke dingen doen? Terwijl topsport juist verlangt dat je alleen met topsport bezig bent. Die dilemma’s nemen ook toe omdat de leeftijd van instromen bij de CTO’s steeds lager wordt. Het is een heel ander verhaal of je veertien bent of zeventien. Op je veertiende ben je nog echt een kind, het brengt risico’s met zich mee als je op die leeftijd niet meer thuis bij je ouders bent. De huisvesting is soms niet ideaal, met jongens en meiden onder een dak. Van deze talenten wordt zelfregulatie verwacht, dat ze eerder volwassen worden en verantwoordelijkheid nemen. We kennen een voorbeeld dat de jongens meteen checken welk vlees ze in de kuip hebben, als de nieuwe talenten van veertien jaar binnenkomen. Een coach zei ook heel eerlijk dat hij zijn dochter nooit naar het CTO zou sturen.”

Het ‘afstromen’ van sporttalent naar een lager onderwijsniveau blijft, ondanks het bestaan van topsporttalentscholen, een belangrijke zorg, zegt Elling. “Je praat over een groep van zo’n twintig procent, vooral bij talenten met een zeer hoge trainingsintensiteit. In alle interviews keert het onderwerp terug. Als je aan topsport doet, is het heel verleidelijk om de school in de wacht te zetten. Een schoolloopbaan blijft echter belangrijk en het is beter om er langer over te doen dan op heel jonge leeftijd af te stromen naar een lager niveau. Daar krijgen ze als volwassene vaak spijt van.”

Elling maakt zich middels de rapportage tevens hard voor een verbeterde nazorg. “Als je niet goed genoeg bent, houdt het op een gegeven moment op. Je kunt zeggen: dat is de selectie die bij topsport hoort. De talenten zijn zich dat ook wel bewust. Maar evengoed stort hun hele wereld in als ze niet meer voldoen. Ze voelen zich eerst uitverkoren en dan worden ze afgedankt. Die begeleiding zou echt beter kunnen, zowel logistiek als psychosociaal. Met - waar nodig - een langduriger inzet van psychologen of andere professionals. Talenten denken dat ze het zelf wel kunnen verwerken. Maar dat is niet altijd zo.”

10 praktische aanbevelingen
Het rapport doet ook tien concrete, praktische aanbevelingen, waaronder het gebruikmaken van onderwijskundige modellen en digitale volgsystemen, het zorg dragen voor voldoende pedagogische deskundigheid binnen begeleidingsteams, het plannen van structurele overlegmomenten in het begeleidingsteam en met talenten en ouders, het aanstellen van een vertrouwenspersoon, de verbetering van nazorg, en interne (jaarlijkse) en externe (tweejaarlijkse) monitoring van het pedagogisch klimaat.

“Overkoepelend gaat het om een meer structurele inbedding van aandacht voor verantwoorde talentontwikkeling,” weet Elling. “NOC*NSF en de CTO’s zijn ermee bezig. Ze volgen de ontwikkeling van talenten niet alleen op sportief gebied. Daar zijn lijstjes voor. Maar het gaat er ook wel om dat de informatie wordt gedeeld en dat gebeurt te weinig. Gesprekken met ouders zijn er vaak alleen als er problemen zijn. Dat moment kun je voor zijn.”

Van het rapport gaat een signalerende functie uit. “We schuiven heel langzaam op richting een prestatiecultuur,” zegt Elling. “Het gaat de kant op van landen waar we vroeger boos naar verwezen. Het levert wat op, in de vorm van medailles. Maar het is een kwetsbare balans, waarbij ouders soms het gevoel krijgen dat ze hun kind naar een sportfabriek brengen.”

Klik hier voor de inhoud van het rapport 'Een kwetsbare balans, tussen prestatiecultuur en verantwoorde talentontwikkeling' (pdf)

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.