11 december 2014
Nieuws
door: Marc Hoeben | 11 december 2014
Wetenschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse sport leek jarenlang een ondergeschoven kindje en afhankelijk van toevallige, individuele inspanningen. Maar sinds kort draait er onder leiding van dr. Marjet Derks tot en met 2018 een onderzoeksprogramma bij de faculteit der letteren van de Radboud Universiteit Nijmegen: ‘Sport, identiteit en moderniteit’, over de periode van 1813 tot 2000. Zoals de naam het al zegt: bij het onderzoek gaat het om de cultuurhistorische betekenis van sport en identiteit.
Marjet Derks duidt zichzelf aan als een ‘veteraan.’ Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw publiceerde de wetenschapster, ze hield zich lang bezig met het thema sport en verzuiling. “De Nederlandse sport heeft een historie van georganiseerde kaders op grond van confessies of ideologie. Je had vier grote stromingen; de katholieken, de protestanten, de sociaal-democratische zuil en de liberale zuil. Zeker voor de Tweede Wereldoorlog werden de sportverenigingen ook op die manier ingericht.”
Juist vanwege die typerende inrichting en de debatten daarover was het voor historica Derks altijd al zaak om de Nederlandse sportgeschiedenis serieus te nemen. Ze werkte ooit als junior-onderzoeker aan de Radboud Universiteit, deed samen met anderen ook onderzoek naar de rol van vrouwen in de sport en zag tot haar leedwezen dat onderzoek een zachte dood sterven.
Liefde voor sportgeschiedenis
Later werkte Derks ruim anderhalf jaar bij het in 1995 geopende Sportmuseum in Lelystad. Met het museum ging het zoals met meer initiatieven op dat gebied. Het verdween, Derks ging haar eigen weg, om een paar jaar terug – opnieuw bij de Radboud Universiteit - de liefde voor sportgeschiedenis nieuw leven in te blazen.
“Als je niks met sport hebt,” zegt ze, “dan doe je dit niet. Ik heb actief aan roeien en triathlon gedaan. Daarnaast vind ik het heel interessant om vanuit cultuurhistorisch perspectief te bekijken waarom sport zo belangrijk is geworden, welke betekenissen eraan gegeven zijn en hoe het is ingezet als culturele macht. Als je ziet hoe clubs zich nu soms presenteren. Dan gebeurt dat vaak vanuit een selectieve interpretatie van hun verleden.”
Nederland had ooit aan de Vrije Universiteit van Amsterdam in Theo Stevens een bijzonder hoogleraar sportgeschiedenis. “Maar daar is helaas nooit een systematisch onderzoeksprogramma uit voortgekomen.” Twee sociologen - Ruud Stokvis en Maarten van Bottenburg - lieten wat dat betreft eerder een erfenis achter. “Maar dan ging het om grote, sociologische kaders. Historisch onderzoek laat meer een enorme diversiteit zien.”
Geld tot en met 2018
Met twee aio’s – Jelle Zondag en Aad Haverkamp – en buitenpromovendi Jan Luitzen en Jan Rijpstra is Derks nu aan de slag gegaan. “Ik heb onderzoeksvoorstellen ingediend bij de faculteit der letteren, waar geschiedenis onder valt, en ik heb daarmee geld weten te genereren. We zijn in januari begonnen en hebben de kans om tot en met 2018 door te gaan.
Naast het eigen onderzoek van Derks richt Zondag zich op de sport als middel tot het verhogen van weerbaarheid in de periode van 1890 tot 1940. Haverkamp kijkt naar sportbiografieën als een belangrijke bron voor het veranderde maatschappelijke denken over sporters. Luitzen kijkt naar de import van moderne Engelse sporten aan de hand van de geschiedenis van het jongensinternaat Noorthey in de periode 1800 tot 1886. En Rijpstra onderzoekt de historie van de sport als instrument van het koninklijk huis om goodwill onder het volk te vergaren.
Derks: “Het gaat erom hoe de moderne sport halverwege de negentiende eeuw in Nederland is komen binnendruppelen, hoe die vorm heeft gekregen, welke sociale lagen ermee aan de slag gingen, welke nieuwe levensstijlen werden gecreëerd, op welke weerstanden het stuitte en welke producten eruit zijn voortgekomen. Sport is in die zin eigenlijk het aangrijpingspunt van ingewikkelder historische processen.”
Nadruk op 20e eeuw
De nadruk bij het onderzoek ligt op de twintigste eeuw. “Die keuze is niet zo moeilijk,” vindt Derks. “We hebben het over de moderne, Angelsaksische sport. Over sport met regels, met een eigen organisatie en een competitie-element.” Alles draait daarbij volgens Derks ook om identiteit, gekoppeld aan de beoefende sport. “Mensen zeggen dat ze een zwemmer zijn of een hockeyer. Het bepaalt voor een deel het uiterlijk, met wie we omgaan, de keuze voor de partner, noem maar op. Het drukt ook uit wie we niet zijn of niet willen zijn. Dat is de individuele identiteit. Tegelijk is sport een sociale identiteit. Dat is bij hockey totaal anders dan bij ijshockey, terwijl het toch maar drie letters scheelt. Sport heeft ook sterk te maken met een gevoel van nationale identiteit. Een land wil zich graag groot en krachtig voelen door de sport.”
Onderzoek naar sportgeschiedenis loopt in Nederland mijlenver achter bij dat in Engeland, Duitsland en Frankrijk, beaamt Derks. “Typisch voor Nederland is de verzuiling en dus ook de historie daarvan binnen de sport. Ook gingen het leger, met een duidelijke invloed binnen het Nederlands Olympisch Comité, ondernemers en - veel later - de overheid zich ermee bemoeien. “Na de Tweede Wereldoorlog ging de overheid meer en meer plannen maken en werden de gedachten over weerbaarheid vervangen door bijvoorbeeld overwegingen over gezondheid en sociale cohesie.”
Wat dat betreft, geeft Derks aan, komt de huidige fitnesscultuur en looprage ergens vandaan. “Je kunt zeggen dat de ideologie heel erg geslaagd is. Vroeger werden zulke zaken, dat sport gezond of beschaafd was, van bovenaf opgelegd. Tegenwoordig willen we allemaal uit onszelf fit zijn.”
Grote historische kaders
De komende jaren is Derks met het viertal nog wel aan de slag. Waar het toe moet leiden? “Ik zal blij zijn als we beter in kaart krijgen hoe de sport zich heeft ontwikkeld binnen grote historische kaders. Het is nadrukkelijk geen onderzoek naar sportweetjes. Daarnaast zou het mooi zijn als er weer een soort bewustzijn van sporthistorie komt en we dat in dialoog met de sportwereld kunnen communiceren. Zo van: waar kom je vandaan, waar liggen je sociale wortels? Soms worden dingen wel heel gemakkelijk gezegd en worden er van sportverenigingen wel heel veel dingen verwacht. Neem de gedachte dat clubs kunnen bijdragen aan integratie. Sport heeft juist altijd onderscheid in groepen gemaakt. Een bijdrage aan integratie is voor de sport echt iets nieuws, als je kijkt vanuit historisch perspectief.”
Voor meer informatie: m.derks@let.ru.nl of klik hier
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.