17 februari 2011
Nieuws
De betekenis van sport hoeft allang geen uitleg meer te krijgen. Maar om te zorgen dat sportactiviteiten echt doeltreffend zijn, is meer kennis nodig op het gebied van sport en bewegen. Kennis zorgt er immers voor dat topsporters betere prestaties kunnen leveren en dat de breedtesporter met plezier een sport kan beoefenen. Hoewel er in de praktijk al veel gebeurt, wordt er nog te weinig gemonitord en geëvalueerd of inderdaad de juiste dingen worden uitgevoerd. Het sectorplan Sportonderzoek en -onderwijs 2011-2016, dat mede door NOC*NSF is opgesteld, brengt in kaart wat er de komende vijf jaar op universiteiten en hbo-instellingen moet gebeuren om de kennisinfrastructuur te verbeteren.
Aanleiding voor het opstellen van het sectorplan was het masterplan van NOC*NSF over Sport en Wetenschap. Hieruit bleek dat hoewel sport en wetenschap veel raakvlakken hebben, de kloof tussen de twee vakgebieden te groot was. “Sport sluit nog te weinig aan bij wetenschap en wetenschap te weinig bij sport. Daarom zijn we met activiteiten begonnen om die kloof te verkleinen en een van die activiteiten richt zich op het hoger onderwijs”, vertelt Nicolette van Veldhoven, programmamanager Onderzoek bij NOC*NSF en redacteur van het sectorplan.
Samenwerking leidt tot gezamenlijk opgesteld sectorplan
Tijdens het WK Schaatsen in Heerenveen in maart 2010 had NOC*NSF daarom een bespreking met voorzitters van universiteiten en de HBO-raad over hoe de kloof tussen wetenschap en sport kon worden verkleind. “De belangstelling voor het onderwerp was groot, en dat komt uiteraard mede door de olympische ambities die zijn opgesteld. Na dit gesprek zijn we door het ministerie van OCW gevraagd of we in samenwerking met de sportsector een sectorplan konden schrijven wat er in de komende vijf jaar moet gebeuren om universiteiten en hogescholen op olympisch niveau te krijgen”, aldus Van Veldhoven.
Het sectorplan Sportonderzoek en –onderwijs is mede tot stand gekomen in samenwerking met de Directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid, de Directie Hoger Onderwijs en Studiefinanciering van het ministerie van OCW en de Directie Sport van het ministerie van VWS. Hierbij heeft de nationale sportkoepel de regie en coördinatie in handen gehad. Van Veldhoven legt uit: “De sector sportonderzoek en –onderwijs is een complexe sector. Er zijn ruim honderd organisaties actief op het gebied van sportgerelateerd onderzoek. Naast universiteiten en hogescholen kun je bijvoorbeeld denken aan onderzoeksinstituten, sportbonden, sportserviceorganisaties, Centra voor Topsport en Onderwijs en commerciële bureaus. Om iedereen te bereiken, hebben we daarom twee werkconferenties georganiseerd waarin gediscussieerd werd over de thema’s en doelstellingen die in het plan moesten worden behandeld.”
Zes thema’s
Uiteindelijk heeft NOC*NSF met de hele sector een gezamenlijk gedragen strategisch programma opgesteld voor sport, onderwijs en onderzoek met een onderbouwd investeringsplan voor de periode 2011-2016. In het sectorplan wordt uitgegaan van de vijf olympische ambities die de Rijksoverheid hanteert en die ook in de Kennisagenda Sport 2011-2016 – die door het ministerie van VWS is geïnitieerd – zijn aangegeven: talentvol Nederland (topsportambitie), Meedoen Nederland (sociaal-maatschappelijk en breedtesportambitie), Vitaal Nederland (welzijnambitie), Nederland in Beeld (economische ambitie, evenementambitie en media) en Kaart van Nederland (ruimtelijke ambitie).
Bovendien is het sectorplan aangevuld met een zesde thema: Ondersteuning Studie Topsporters. “Binnen al deze thema’s is het doel om het sportonderzoek en -onderwijs naar olympisch niveau te brengen. Uiteraard begint het met een schets van de huidige situatie bij de kennisinstellingen. Zodoende komen in het rapport steeds dezelfde vragen terug: ‘Waar staan we nu?’, ‘Waar willen we naartoe’ en ‘Wat moet er in de komende vijf jaar nog gebeuren om daar te komen?’”, aldus Van Veldhoven.
Verantwoordelijkheid ligt bij kennisinstellingen zelf
Eind oktober 2010 is het concept aangeboden aan een stuurgroep met vertegenwoordigers van onder meer de HBO-raad, VSNU en de ministeries van OCW en VWS. “Die groep reageerde zeer positief en enthousiast. Vervolgens hebben we de laatste puntjes op de spreekwoordelijke ‘i’ gezet en is het plan in de vorm van een boekje op 20 januari 2011 tijdens een congres van Olympisch Vuur officieel gepresenteerd.” Nu is het volgens Van Veldhoven zaak dat de universiteiten en hogescholen met het sectorplan aan de slag gaan. “Het plan staat vol aanbevelingen en ambities hoe de kennisinfrastructuur kan worden verbeterd, maar uiteraard zijn er geen zekerheden en garanties dat die projecten daadwerkelijk van de grond komen. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de hoger onderwijsinstellingen zelf hoe ze de projecten concretiseren.”
Van Veldhoven merkt dat de onderwijsinstellingen zowel gezamenlijk als individueel met het sectorplan aan de slag gaan. “Maar het is niet alleen de bedoeling dat alleen het onderwijs het programma ter hand neemt, de gehele sportsector moet zich met het plan bezighouden alleen op die manier kunnen we de kennisinfrastructuur verbeteren.” Een programmabestuur, waar ook NOC*NSF in participeert, zal het project de komende vijf jaar nauwkeurig monitoren en zal betrokkenen regelmatig van updates voorzien. “Hoe die updates er precies uit gaan zien, is nog niet bekend. Daar moeten we nog over brainstormen. Misschien maken we een LinkedIn-groep aan of sturen we nieuwsbrieven per e-mail. Maar dat we de sportsector op de hoogte houden mag duidelijk zijn”, besluit Van Veldhoven.
Meer lezen: ‘Fundament onder de olympische ambities | Sectorplan Sportonderzoek en –onderwijs 2011-2016’, Nicolette van Veldhoven en Lieteke van Vucht Tijssen (red.), € 15. Om te bestellen klik hier. Om de inhoud te downloaden klik hier.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.