16 november 2023
Nieuws
door: Leo Aquina | 16 november 2023
Cees Vervoorn verruilde in 2020 de Hogeschool van Amsterdam na ruim twintig jaar voor Kenniscentrum Sport & Bewegen, waar hij aan de slag ging als Manager Toegepaste Wetenschap. In die rol ontsluit hij wetenschappelijke kennis en onderzoek voor de sport- en beweegpraktijk. Bij zijn overstap vertelde hij in een interview met Sport Knowhow XL dat het zijn ‘rol is om als doorsnijdende activiteit samen met de medewerkers op de specifieke thema's op zoek te gaan naar toepasbare oplossingen als er zich vraagstukken aandienen'. We spreken elkaar een kleine vier jaar later opnieuw. Hoe bevalt zijn rol als coördinator en verbinder? Wat zijn de resultaten en waar is hij op dit moment mee bezig?
“Het bevalt mij uitstekend”, zegt Cees Vervoorn, die ondanks een stevige verkoudheid tijd heeft vrijgemaakt voor een interview. “Als je bij een neutraal en onafhankelijk kennisgedreven instituut werkt, kom je op een andere manier met mensen in gesprek dan wanneer je het doet vanuit een kennisinstelling zoals in mijn geval lange tijd de Hogeschool van Amsterdam. In dat laatste geval speelt er altijd een belangenverhaal doorheen. In de onderzoekswereld zijn belangen direct gekoppeld aan de financiering van projecten. In mijn geval werd er toch altijd gekeken of Amsterdam specifiek belang had bij bepaald onderzoek. Kenniscentrum Sport & Bewegen doet zelf geen onderzoek. Wij ontsluiten wetenschappelijk onderzoek en kennis voor de praktijk. Daarbij hebben we twee doelgroepen, enerzijds beleidsmakers in het sport- en beweegdomein en anderzijds professionals uit de praktijk, van buurtsportcoaches tot TeamNL, maar ook bijvoorbeeld pedagogisch medewerkers in de kinderopvang.”
Kracht van sport
Je gaat ’op specifieke thema’s op zoek naar toepasbare oplossingen'. Aan welke thema’s moeten we denken? Vervoorn: “In de topsport gaat het om de vragen die daar veelal door coaches worden gesteld. Dat kan gaan over trainingsmethodieken, de invloed van slaappatronen, eetgewoonten, noem maar op. Als het gaat om de kracht van sport en bewegen in de samenleving draait het vooral om de vraag welke interventies werken en welke niet. Wat is er bijvoorbeeld aan kennis beschikbaar als het gaat om een beweegvriendelijke omgeving? Wat zijn toepasbare oplossingen? Als je nu op onze site kijkt, vind je een groot aantal kennisproducten, zoals een Inspiratiesheet voor de buurtsportcoach, een wetenschappelijk getoetst Human Capital Model in de sport, een toolkit voor bewegen op schoolpleinen, maar ook een handreiking om 65+ ers in beweging te krijgen en een SROI van Sport en Bewegen. Voor bijna elke doelgroep ligt er een specifieke tool die helpt bij het uitoefenen van je vak, het maken van beleid of het analyseren van verschillende routes die naar beweeggedrag leiden”.
Snotverkouden of niet, als het gaat over de maatschappelijke kracht van sport en bewegen, spat de passie ervan af bij Vervoorn. “Dat wordt nog altijd onvoldoende erkend. Sport kan zoveel meer betekenen dan het nu doet. Ik zie dagelijks zoveel voorbeelden voorbij komen. Wat gebeurt er met kinderen van 0-3 jaar als je ze niet laat bewegen? Hoe kunnen we schoolpleinen beweegvriendelijker inrichten? We kunnen nog zoveel meer winst boeken. Denk aan wat Erik Scherder zegt over het belang van bewegen, denk aan het vaststaande feit dat kinderen dankzij bewegen ook beter kunnen leren. Kijk ook naar het zelfvertrouwen dat mensen uit bewegen kunnen halen. Er zijn prachtige voorbeelden van kinderen met een verstandelijke beperking die deelnemen aan de Special Olympics en daar in een andere omgeving met gelijkgestemden zoveel zelfstandiger worden dat ouders ze vaak niet meer terug kennen als ze twee weken later thuiskomen. Ik zit in een fase van mijn carrière waarin je je realiseert dat er meer is tussen hemel en aarde dan twee baantjes hard zwemmen en een medaille. We lezen allemaal dagelijks de krant en dan vraag ik mij af: wat voor wereld laten we achter voor onze kinderen. Ik denk dat we die wereld een stukje mooier kunnen maken met behulp van de kracht van sport en bewegen.
Toch houd je je ook nog altijd bezig met topsport. Bloed kruipt waar het niet gaan kan? Vervoorn: “In eerste instantie had ik in deze functie niet het Topsport Topics-team onder mijn hoede, maar na het vertrek van mijn collega Herman IJzerman valt dat wel onder mij en dat vind ik eerlijk gezegd heel leuk, want daar was ik in het begin van mijn carrière eigenlijk ook al mee bezig. In mijn eerste functie bij NOC*NSF begin jaren negentig zorgde ik voor een koppeling tussen topsport en wetenschap. We hadden een project ‘Body of Knowledge’, waarbij coaches vragen bij mij neer konden leggen, waarmee ik vervolgens bij de wetenschap te rade ging. Indertijd ging dat vooral over de effecten van hoogtestages, wat toen net nieuw was.”
Onderzoek topsportcultuur
Er loopt op dit moment een groot onderzoek naar de Nederlandse topsportcultuur door Marjan Olfers en Anton van Wijk van Verinorm. Vervoorn doet zelf geen onderzoek, maar heeft wel een coördinerende rol namens Kenniscentrum Sport & Bewegen. “De Nederlandse topsport is robuust. Als je de medailles als graadmeter neemt, gaat het enorm goed met de Nederlandse topsport, maar het begint hier en daar ook te kraken. Er zijn bijvoorbeeld plekken in de topsport waar mensen zich niet veilig voelen. We willen erachter komen welke determinanten bepalend zijn voor de topsportcultuur in Nederland. Waar worden welke beslissingen genomen en wat voor invloed hebben die op topsport? Wat is de impact van de manier waarop we het financieren? Wat voor persoonlijkheidskenmerken hebben topsporters, maar zeker ook onze topcoaches. Als blijkt dat uit dit soort determinanten een cultuur voortkomt die kan leiden tot grensoverschrijdend gedrag of een suboptimale omgeving, dan moeten we daarover de discussie aangaan."
"Het is echter belangrijk dat die discussie zuiver wordt gevoerd en is gebaseerd op wetenschappelijke gegevens. Met dit onderzoek zijn we nadrukkelijk niet op zoek naar incidenten. Het gaat erom dat we de determinanten in kaart brengen die bepalend zijn voor de Nederlandse topsportcultuur.” Vervoorn verwacht de uitkomsten van het onderzoek in het eerste kwartaal van 2025. “Als we alles goed in kaart hebben, kunnen we met zijn allen de discussie aan. Wat is de rol van de coach, de sporter, maar ook: wat is de rol en de verantwoordelijkheid van de overheid als het gaat om topsport. De wetenschap brengt het nu in kaart en op basis van de feiten kun je vervolgens instrumenten ontwikkelen om de betrokken partijen te ondersteunen bij de door te voeren veranderingen en je kunt tevens een stevig maatschappelijk debat voeren.”
Voor meer informatie: www.kenniscentrumsportenbewegen.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.