18 juni 2009
Nieuws
Nederland kent 4.600 actieve beroepssporters. Dit blijkt uit een onderzoek dat het W.J.H. Mulier Instituut in opdracht van de Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) heeft uitgevoerd. Het onderzoek maakt deel uit van een onderzoeksrapport dat de WOS het afgelopen jaar heeft uitgevoerd naar de arbeidsverhoudingen van beroepsporters in Nederland. Doel van het rapport is om de arbeidsverhoudingen van deze sporters te verbeteren. De uitkomsten van het rapport worden op 25 juni gepresenteerd.
Het is voor het eerst dat er onderzoek in Nederland is gedaan naar het aantal actieve sporters die geheel of gedeeltelijk van de sport kunnen leven. Volgens Eric Lankers, projectleider onderzoek van de WOS, was het hoog tijd om deze doelgroep in kaart te brengen. “Voor het merendeel van de topsporters in Nederland was sporten tot voor kort geen middel van bestaan. Nu blijkt dat er 4.600 beroepsporters zijn, geeft dit juist een bevestiging van onze gedachte dat we voor deze groep de arbeidsverhouding ook helder en goed moeten regelen.”
Goede schatting van aantal beroepssporters was lastig
Het onderzoek werd door het W.H.J. Mulier Instituut onder leiding van hoogleraar Sportontwikkeling prof. dr. Maarten van Bottenburg uitgevoerd. Volgens de onderzoekers was het lastig om te komen tot een precies aantal beroepssporters dat hun geld verdient aan hun sportbeoefening, omdat sporters hun inkomsten op verschillende manieren verzamelen. “Daarom hebben de onderzoekers ruim 20 sporttakken onderzocht en contact opgenomen met experts van sportbonden. De selectie van deze sporttakken heeft plaatsgevonden op basis van de grootte van de sportbond (het aantal leden) en de mate van professionalisering en commercialisering van de sporttak”, legt Lankers uit.
Tot de 4.600 beroepsporters behoren onder meer ruim duizend betaald voetbalspelers en ongeveer 300 topsporters met een A- of HP-status die een stipendiumuitkering ontvangen van het Fonds voor de Topsporter. De overige beroepsporters zijn voornamelijk actief in het basketbal, tennis, wielrennen, schaatsen en hockey.
Roep om betere arbeidsverhoudingen
Het onderzoek naar actieve beroepsporters maakt deel uit van een onderzoeksrapport dat de huidige arbeidsverhoudingen van Nederlandse topsporters in kaart brengt. Dit onderzoek werd gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en zal aanbevelingen en een visie geven die kunnen leiden tot een structurele verbetering van de arbeidsverhoudingen en rechtspositie van topsporters. Dat is volgens Lankers zeker nodig: “We hebben in Nederland nogal wat leemtes als het gaat om hoe we de arbeidsverhoudingen van beroepssporters hebben geregeld.”
In Nederland bestaan voor de meeste beroepsgroepen afspraken over arbeidsbescherming, sociale zekerheidsvoorzieningen, salariszekerheden en gezondheids- en veiligheidsmaatregelen. Dergelijke afspraken zijn er in de sportsector ook voor bijvoorbeeld de bureaumedewerkers, bondscoaches en technisch directeuren bij sportbonden en voor beroepsvoetballers. Opvallend genoeg blijven de andere beroepssporters in Nederland achter en zijn de arbeidsverhoudingen voor hen nog niet goed geregeld. “De cijfers van Maarten van Bottenburg en het W.J.H. Mulier Instituut geven echter aan er intussen een behoorlijke groep is ontstaan waarvoor de sportbeoefening een geheel of gedeeltelijk middel van bestaan is. Dan horen ook voor deze groep de arbeidsverhoudingen op een fatsoenlijke manier geregeld te worden”, stelt Lankers.
Toewerken naar professioneel topsportklimaat
De uitkomsten van het onderzoeksrapport moeten zowel de positie van de Nederlandse beroepssporters versterken als Nederland als topsportland. Lankers vervolgt: “Nederland wil toewerken naar een professioneel topsportklimaat. Helder en evenwichtig geregelde arbeidsverhoudingen horen daar, naar onze opvatting, ook bij. Goede arbeidsverhoudingen zorgen immers voor rust in de sportsector. Daardoor hoeft de topsporter zich alleen maar te richten op datgene waarin hij goed is: het leveren van uitstekende sportprestaties.”
Hoewel de resultaten van het deelonderzoek over het aantal actieve sporters al op 28 mei openbaar werden gemaakt, kan Lankers over de uitkomsten van het onderzoeksrapport nog geen uitspraak doen. Het onderzoeksrapport wordt 25 juni in het Internationaal Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag overhandigd aan een vertegenwoordiger van het Ministerie van VWS. Rondom de presentatie van het rapport is een strategiemeeting georganiseerd waarbij onder andere Yves Kummer (voorzitter van NL Sporter) en Maurits Hendriks (technisch directeur NOC*NSF) een reactie geven op de belangrijkste resultaten van het verslag. De meeting zal worden afgesloten met een debat, waarbij ook een aantal topsporters zullen deelnemen.
Voor meer informatie: www.w-o-s.nl of e.lankers@w-o-s.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.