Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Onderzoek veel sportclubs hebben maatschappelijke potentie

Onderzoek: veel sportclubs hebben maatschappelijke potentie

20 november 2014

Nieuws

door: Marc Hoeben | 20 november 2014

De gemeente Rotterdam ziet sportverenigingen graag een grotere rol spelen bij het behalen van maatschappelijke doelstellingen op gebieden als jeugdzorg, gezondheid en werkgelegenheid. Niet voor niets riep ze daarvoor het zogeheten Sportplusprogramma in het leven. De laatste vier jaar deed het Verwey-Jonker Instituut onderzoek naar dit programma. De sport heeft zeker potentie voor het realiseren van maatschappelijke doelstellingen, kwam uit het onderzoek naar voren. Hoewel een deel van de Rotterdamse sportverenigingen dat ook graag wil, is niet elke sportclub daar zonder meer voor geschikt; tussen sportverenigingen en sociale instellingen moet nog wel een brug worden gebouwd.

Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut werd uitgevoerd door Niels Hermens, Vita Los en Freek de Meere. Rotterdam Sportsupport wilde graag weten wat de resultaten van het Sportplusprogramma waren en wat de bijdrage was aan de maatschappelijke beleidsdoelstellingen van de gemeente.

Hermens: “Bij het inzetten van sport kun je aan het realiseren van tal van doelstellingen denken. Bijdragen aan de positieve ontwikkeling van jeugd, reïntegratie van langdurig werklozen, de zelfredzaamheid van ouderen of het voorkomen van overgewicht. Een mooi voorbeeld is een handbalvereniging in Rotterdam, SV Atomium ‘61. Ze doen veel dingen voor mensen in de wijk, zoals verschillende beweegactiviteiten voor ouderen." Een ander voorbeeld dat Hermens noemt is budovereniging Alexander die samenwerkt met een jeugdzorginstelling.

"Enerzijds kunnen jeugdhulpverleners jongeren voor hun hulpverleningstraject begeleiden naar speciaal sportaanbod bij deze vereniging. Anderzijds kunnen trainers van deze vereniging contact opnemen met jeugdhulpverleners als zij zich zorgen maken over specifieke jongeren. Sport Support werkt met adviseurs die verenigingen ondersteunen en meedenken over welke maatschappelijke activiteiten passend zijn en welke ze over een langere termijn kunnen vasthouden.”

Ontwikkeling Sportplusprogramma
Om te kijken of bij lopende projecten op al die terreinen vooruitgang werd geboekt, voerden de onderzoekers gesprekken met vrijwilligers van sportclubs en vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen. Hermens: “Het mooie is dat je daardoor de twee kanten in beeld kunt brengen. Want: hoe ervaren sportverenigingen het? Wat levert het hen op? Hoe kijkt de maatschappelijke instelling tegen de samenwerking aan? Het onderzoek had een ontwikkelingsgericht karakter, wij deden jaarlijks aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het Sportplusprogramma.”

Vanaf 1 januari krijgen gemeenten door de nieuwe wetgeving op het gebied van zorg vele taken voor de kiezen, waarbij budgetten onder druk staan. Tegen deze achtergrond is het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut relevant. In Rotterdam stikt het van de mooie initiatieven, maar ze zijn lang niet altijd vanzelfsprekend, weet Hermens na alle gesprekken. “Een praktisch probleem is bijvoorbeeld dat sociale instellingen vooral overdag functioneren en dat sportclubs juist actief zijn in de avonduren. Het zijn totaal andere organisaties. Daar moeten in de toekomst oplossingen voor worden gevonden.”

De druk op sportverenigingen om mee te denken en te participeren in het realiseren van maatschappelijke doelstellingen zal toenemen, is de verwachting van Hermens. “En dit onderzoek laat zien dat veel sportclubs zeker potentie hebben. In Rotterdam praat je dan over zestig tot zeventig clubs. Maar niet iedereen kan en wil dit en het is heel belangrijk om clubs goed te ondersteunen. Daarnaast verschillen sportverenigingen en organisaties in het sociaal domein erg van elkaar, bijvoorbeeld qua cultuur en werkwijze. Dat geldt voor Rotterdam, dat geldt ook voor andere plaatsen. Het is belangrijk dat landelijk wordt gekeken hoe sportverenigingen, die een bredere maatschappelijke rol willen vervullen, ondersteund kunnen worden.”

Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut kijkt deels ook naar de financiële kant. Investeringen in een bredere rol van sportverenigingen hoeven niet altijd extra uitgaven te betekenen. Hermens wijst erop dat het ook kan gaan om een andere inzet van een bestaande financiering of om de inzet van menskracht.

“Sportdeelname als onderdeel van een jeugdzorgtraject kan een alternatief zijn voor een ander hulptraject. Als huisartsen mensen met beginnend overgewicht begeleiden naar een sportvereniging kan zwaardere zorg worden voorkomen. Sportverenigingen zijn bijvoorbeeld ook mogelijk een plek waar GGZ-instellingen gebruik van kunnen maken voor dagactiviteiten. Een deel van de dagactiviteitencentra wordt vanwege bezuinigingen namelijk gesloten.”

Voor meer informatie: rapport Sportverenigingen helpen Rotterdam vooruit (pdf)

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.