31 mei 2012
Nieuws
Er zijn twee nationale zaken waar ruim 16 miljoen Nederlanders een mening over hebben: de opstelling van het Nederlandse elftal en of de Olympische Spelen weer in Nederland moeten worden gehouden. Dit laatste vraagstuk kreeg door de financiële crisis een negatieve lading: het zou te duur worden, te groot. Toch organiseert het Architectuurcentrum Amsterdam (ARCAM) een tentoonstelling over de Olympische Spelen in Nederland, maar dan in ruimtelijk opzicht. ARCAM hoopt daarmee de negatieve spiraal te doorbreken.
“Als Architectuurcentrum Amsterdam zijn wij altijd bezig met de ontwikkeling van de stad en daarbij kijk je natuurlijk naar de toekomst. En een van de dingen die in Nederland mogelijk gaan plaatsvinden, zijn de Olympische Spelen van 2028.” Maaike Behm is projectmanager bij ARCAM en zij is een van de samenstellers van de tentoonstelling die deze zomer van 16 juni tot 18 augustus gehouden wordt. De discussie of de Olympische Spelen al dan niet in Nederland plaats moeten gaan vinden, gaan vooral over afnemend draagvlak en financiële risico’s. Minder aandacht is er voor de vraag hoe in dit land aan de Olympische Spelen letterlijk ruimte kan worden gegeven. ARCAM onderzocht hoe wordt gewerkt aan het fysiek inpassen van eventuele Spelen in Nederland en hoe de ruimtelijke visies rond dit grootste evenement ter wereld zich in de aanloop naar 2028 zouden kunnen ontwikkelen. De resultaten van dat onderzoek worden gepresenteerd in de expositie ‘Olympic Impact’.
Verslag van een zoektocht
“De tentoonstelling is eigenlijk een verslag van de zoektocht naar de (on)mogelijkheid om de Spelen in 2028 in Nederland een plek te bieden. En die zoektocht begon eigenlijk al 2000, toen de equipes enthousiast terugkwamen uit Sydney,” aldus Behm. Vervolgens heeft Bureau Nieuwe Gracht - in opdracht van het ministerie van Verkeer Ruimtelijke Ordening en Milieu - de ruimtelijke mogelijkheden voor Olympische Spelen in Nederland onderzocht. En de uitkomst is positief: de Spelen zijn hier inpasbaar. “We kunnen het beeld dat het niet kan in Nederland loslaten: we kunnen voldoen aan alle eisen.”
Bovendien hoeven we volgens Behm niet bang te zijn dat we van alles gaan bouwen dat we uiteindelijk nooit meer zullen gaan gebruiken. Zij stipt hiermee de kern van het probleem aan als het gaat om beeldvorming rond de Olympische Spelen. Als men spreekt over de Olympische Spelen dan ziet men immers uitgestorven dorpen, leegstaande stadions en treinen die na een paar weken Spelen in een landschap staan te verroesten. “Nederland is veel te klein daarvoor”, zegt de projectmanager, “we hebben weinig ruimte en die moeten we zo efficiënt mogelijk gebruiken.” En dat zal volgens haar ook gebeuren. Maar dit is wel een van de grootste misverstanden die uit de weg geruimd moet worden.
Eerdere voorbeelden van olympische ruimtelijke legacy zijn illustratief: “Voor de Spelen van 1928 is het Plan Zuid - het uitbreiden van Amsterdam in de zuidelijke richting van de stad van de architect Berlage - aangepast zodat het Olympisch Stadion een centraal punt werd. De straten en wegen liepen naar het stadion toe, daar hebben we een prachtig stuk architectuur aan overgehouden.” En ook voor 1992 was er sprake van een mogelijk kandidaatschap van Nederland. En ook daar hebben we iets groots aan overgehouden, namelijk de ringweg rond Amsterdam. “De Olympische Spelen moet je zien als wenkend perspectief. Projecten worden afgestemd op de Spelen, maar ze worden gerealiseerd omdat ze sowieso nodig zijn. Dus ongeacht of die Spelen er komen, de projecten krijgen een plaats in het Nederlandse landschap.” Zoals ook de Amsterdamse wijk Nieuw Sloten is ontstaan - het gedroomde Olympische dorp voor 1992 - en daarom al in de jaren tachtig overgenomen van de tuinders. Uiteindelijk verrees er een groene wijk om Amsterdamse gezinnen voor de stad te behouden.
Brede visie
Dit komt dus allemaal terug in de tentoonstelling Olympic Impact. Een tentoonstelling met als belangrijkste doel om de nuance terug te brengen in de discussie over de Spelen. Naast informerend moet de tentoonstelling vooral ook inspirerend zijn, zodat er op grotere schaal kan worden nagedacht over de mogelijkheden die in de toekomst liggen. “De reeks toekomstplannen die wij nu tonen, gelden misschien over zestien jaar helemaal niet meer. Om de Olympische Spelen in te kunnen richten, heb je een hele brede visie nodig. Een visie die is samengesteld uit de hoofden van zo veel mogelijk partijen. Wat wij nu presenteren, zal er in 2028 ongetwijfeld anders uitzien, maar alle verhalen samen maken hoe we de Olympische Spelen in de toekomst zouden kunnen beleven.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.