17 januari 2011
Nieuws
Sportend Nederland kan deze innovativiteit niet alleen creëren. Het vraagt om een gezamenlijke inspanning van topsport, breedtesport, kennis-instellingen, onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en overheden. Met de dynamiek rond het Olympisch Plan 2028 heeft Nederland de kans om als een van de eerste landen in de wereld een innovatiesysteem te ontwikkelen rond sport en innovatie waarin al deze partners een rol spelen. De kans om een innovatiesysteem voor sport te ontwikkelen, op maat gesneden voor Nederland (Nederlands sportinnovatiesysteem). De inrichting van een doordacht Nederlands sportinnovatiesysteem maakt het mogelijk een duurzame voorsprong op concurrerende sportlanden te creëren.
Analyse van het Nederlandse sportinnovatiesysteem, aan de hand van de regionale innovatiesysteemtheorie, brengt naar voren dat het innovatiesysteem rond sport in Nederland op dit moment nog niet helemaal goed is ingericht en nog niet optimaal functioneert. Er moet structureel aandacht worden besteed aan het ontwikkelen, toepassen en vermarkten van kennis op sportgebied.
Wat ontbreekt in het huidige Nederlandse innovatiesysteem rond sport is de structurele participatie van bedrijven en ondernemers in het daadwerkelijk ontwikkelen van sportinnovaties en de vermarkting daarvan. Opvallend is dat het bedrijfsleven wel betrokken is bij de sport, maar dat innovatieprojecten voor topsport marketing gedreven zijn, gericht op het genereren van publiciteit rondom evenementen of individuele topsporters. Tot nu toe ontbreekt een kritische massa aan bedrijven en start-ups die zich bezighouden met sport(innovatie). Ten tweede is het sportonderwijs en -onderzoek niet voldoende op niveau. Op hbo- en universitair niveau zijn er bijvoorbeeld weinig specifieke opleidingen gericht op de sportsector, zoals een topcoachopleiding of opleiding die techniek en sport koppelt. Een derde tekortkoming van het huidige sportinnovatiesysteem is dat de netwerken in de sport vrij homogeen zijn.
Kansen om het Nederlands sportinnovatiesysteem verder te ontwikkelen lijken
met name te liggen in het benutten van hoogwaardige vraag vanuit de
topsport, het benutten van topsporters als beta-testers en sportlabs als
testomgeving, en het betrekken van het bedrijfsleven.
De
analyse van de huidige sterktes en zwaktes van het Nederlandse
sportinnovatiesysteem heeft geleid tot vier bouwstenen voor de ontwikkeling
van dit systeem richting 2028. Aanbeveling is om de uitwisseling met het
bedrijfsleven in kennis en productontwikkeling te vergroten, door onder
andere een ‘clubhuis voor innovatie’ op te zetten en de InnosportLabs door
te ontwikkelen waaraan testteams gelieerd zijn. Ten tweede is aandacht nodig
voor het creëren van (startend) ondernemerschap rond sportgerelateerde
innovaties. Dit door aan sportlaboratoria een incubator-functie te ontwikkelen
en een seedfonds voor sportinnovaties te initiëren. De derde en vierde bouwsteen
richten zich op het op niveau brengen van sportonderwijs en -onderzoek. Op
universitair en hbo-niveau zou bijvoorbeeld ten minste een opleiding tot
topsportcoach en minstens een opleiding waar techniek en sport gekoppeld zijn
ontwikkeld kunnen worden.
Titel: Olympisch goud, economisch
goud
Auteurs: Frans Nauta, Marijn Gielen en Sybrand de
Boer
Uitgave: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, lectoraat
innovatie in de publieke sector
Opdrachtgever:
InnosportNL
Pagina’s: 38
Inhoud: klik hier
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.