Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Noc nsf moet verantwoordelijkheid nemen

“NOC*NSF moet verantwoordelijkheid nemen”

19 september 2024

Nieuws

door: Leo Aquina | 19 september 2024

“Het gaat niet om mij”, Cor van der Geest herhaalt het nog maar eens nadrukkelijk. De 79-jarige oud-bondscoach en voormalig technisch directeur van de judobond schreef begin november brandbrieven aan de Judobond Nederland en aan NOC*NSF. Nederland kwam na de Olympische Spelen in Parijs thuis met nul judomedailles. Van der Geest loopt al meer dan tien jaar te hoop tegen de in zijn ogen heilloze centralisatie van het topjudo op Papendal: “NOC*NSF moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ze hebben er twaalf jaar over gedaan om het topjudo in Nederland bijna kapot te maken en we hebben zeker twaalf jaar nodig om het opnieuw op te bouwen. Dan ben ik er waarschijnlijk niet meer bij, maar daar gaat het dus niet om.”

CorVanderGeest-1Cor van der Geest nam na de Olympische Spelen van 2012 in London afscheid van het topjudo. Sindsdien zag hij de gevestigde naam van Nederland als olympisch judoland verdampen. “Ik ben bij zes Spelen geweest en daar hebben we in totaal zeventien medailles gehaald, op de Spelen van 2016 één bronzen medaille, in 2021 één bronzen medaille en in Parijs helemaal niets, terwijl we heus wel sporters hebben die het kunnen. Het topjudo in Nederland ligt inmiddels aan het infuus. Naast het gebrek aan medailles op Olympische Spelen, is de onderliggende structuur compleet verwoest.”

Mislukte centralisatie
De kern van Van der Geests kritiek draait om de mislukte centralisatie van de judosport. Terwijl andere sporten zoals atletiek opbloeiden met een nationaal trainingscentrum op Papendal, deed dit het judo juist geen goed. Van der Geest legt uit: “Judo is een sparringsport. Ik had vier steunpunten voor talentontwikkeling in het land en twee grote steunpunten in Rotterdam en Haarlem. De beste judoka’s trainden op hun clubs. Daar waren voldoende prestatiesporters als sparringpartners aanwezig. Dan hoefden er dus geen zestig sporters naar Papendal. We hebben in Nederland simpelweg niet genoeg volledig professionele judoka’s die daaraan toe zijn. Waar bovendien veel te licht naar gekeken is, is dat er voor zo’n centraal programma te weinig geld beschikbaar was.”

Het gevolg van twaalf jaar centralisatie is desastreus. Van der Geest: “Als iemand nu naar Papendal gaat is het contact met de club zo goed als weg. Als de stap naar Papendal om wat voor reden vervolgens niet succesvol is, dan stoppen die sporters er helemaal mee. Prestatiesporters die vroeger jarenlang bij clubs judoden en meededen aan Nederlandse kampioenschappen, zijn voor een groot deel gestopt. Er stromen veel minder judoka’s door richting senioren, clubs zijn afgehaakt en het fulltimeprogramma op Papendal is nooit betaalbaar geweest. In mijn visie is de oorzaak het door NOC*NSF, zonder voldoende specifieke kennis van zaken, op macht doordrukken van de centralisatie van het judo op Papendal.”

"NOC*NSF is verantwoordelijk. Ze moeten nu niet opeens geld gaan steken in bijvoorbeeld kleiduivenschieten"

In zijn brief aan NOC*NSF laat Van der Geest het vermoeden doorschemeren dat NOC*NSF de centralisatie om meer dan alleen sportieve redenen wilde doordrukken. Hij schrijft: “Papendal moest gered worden, omdat het meer een congrescentrum dan een sportcentrum was, en dat kon met de komst van een aantal ‘grote’ programma’s veranderen.”

Handschoen oppakken
Doordat NOC*NSF de topsportbudgetten verdeelt op basis van de toptienambitie, loopt judo het risico te worden gekort op topsportgelden. Van der Geest maakt zich er kwaad over: “NOC*NSF is verantwoordelijk. Ze moeten nu niet opeens geld gaan steken in bijvoorbeeld kleiduivenschieten. Ze maken die toptien helemaal heilig maar wat betekent een medaille in een sport waar bijna niemand aan doet? NOC*NSF moet de handschoen oppakken. Ik heb duidelijk aangegeven waar de schoen wringt. Ik heb dat destijds al duidelijk gecommuniceerd. Ik heb er nog woorden over gehad met Charles van Commenée, die in mijn tijd bij NOC*NSF prestatiemanager van het judo was. Dat vond ik best jammer, want we konden het goed met elkaar vinden.”

CorVanderGeest-2De weg terug naar boven is niet gemakkelijk. Van der Geest: “Je kunt niet zomaar terug naar de oude situatie, dat is niet meer haalbaar, maar judoka’s moeten binding houden met hun club. Ze hebben een voorbeeldfunctie bij die club en ze moeten meedoen met NK’s en teamwedstrijden van de clubs.” De oud-bondscoach hoopt dat de judobond zijn brief niet als een bedreiging ziet, maar ‘als een startpunt voor een nieuwe periode voor onze mooie sport’. Die nieuwe periode vraagt volgens hem om ‘beleid en visie’ en nog belangrijker: de goede mensen op de juiste plaats. “En die moet je dan ook nog vinden”, zegt Van der Geest. “We hebben mensen nodig met verstand van topjudo. Bij de JBN zitten bijna alleen maar breedtesporters. De meeste bonden kunnen topsport niet zelf regelen, daar is NOC*NSF heel belangrijk in.”

Zelf wil Van der Geest meedenken, maar: “Ik ga niet in een praatgroepje zitten en ik ben ook zeker niet uit op een bestuursfunctie of wat dan ook. Ik heb ze een handvat gegeven en ik hoop dat ze er iets mee doen.” Vooralsnog wacht Van der Geest op antwoord. “In de pers is voldoende aandacht geweest, maar verder gebeurt er weinig. André Cats heeft mij laten weten dat hij na de Paralympische Spelen contact zou opnemen en van de judobond heb ik nog niets gehoord. Mogelijk zijn ze geïrriteerd omdat ik het direct met de pers heb gecommuniceerd, maar daar heb ik een duidelijke keuze in gemaakt. De pers is mijn getuige.”

Voor meer informatie: de brief van Cor van der Geest aan de judobond en aan NOC*NSF

“We hebben mensen nodig met verstand van topjudo. Bij de judobond zitten bijna alleen maar breedtesporters"
(Geen) reactie judobond
logoJBNSport Knowhow XL heeft Rob Geleijnse - directeur van de judobond - benaderd met het verzoek om zijn kant van het verhaal te vertellen. Zijn reactie: 'In principe reageren we niet op dergelijke verzoeken, omdat in ons persbericht van eerder deze week alles staat wat we erover kwijt willen. De woordvoering hieromtrent ligt sowieso bij het bestuur. Ik zal het verzoek desondanks toch doorleggen en kom er bij je op terug.'

Zijn reactie in tweede aanleg luidde: 'Ik heb het bestuur eerder geadviseerd om lopende de evaluatie geen inhoudelijke uitspraken te doen over het beleid bij de JBN. Het bestuur handelt in die geest en geeft derhalve aan op dit moment niet mee te werken aan een interview.'

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.