Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Noc nsf meet met index de hartslag van de sport

NOC*NSF meet met index de hartslag van de sport

20 maart 2014

Nieuws

door: Leo Aquina | 20 maart 2014

De ‘hartslag van de sport’. Daar wilden Richard Kaper en Erik Lenselink van NOC*NSF graag een beeld van toen zij begin vorig jaar de NOC*NSF Sportdeelname Index bedachten. Samen met onderzoeksbureau GfK begonnen zij in januari 2013 met maandelijkse metingen naar sportparticipatie in Nederland. Aan de hand van de cijfers van januari 2014 was het voor het eerst mogelijk reëel te vergelijken met het jaar daarvoor. “De sportdeelname in januari 2014 ligt veel hoger dan in 2013, met name als het gaat om fitness, wielrennen en hardlopen”, aldus Lenselink.

“Voorheen werd de sportdeelname slechts eens in de drie of vier jaar gemeten”, vertelt Lenselink, die als manager Sportontwikkeling van NOC*NSF graag wil weten hoeveel er nu daadwerkelijk wordt gesport in Nederland. Dat geldt eveneens voor zijn collega Richard Kaper, hoofd sportparticipatie.

“Wij worden rond de Olympische Spelen toch vooral gezien als een topsportorganisatie”, vertelt Lenselink. “Maar we zijn natuurlijk ook het overkoepelend orgaan van de bonden en daarmee van de Nederlandse breedtesport. Wij willen sportdeelname verhogen door te inspireren en te adviseren en dat gaat beter als je het kan onderbouwen met goede cijfers.”

2013 is honderd
Lenselink legt uit hoe de Sportdeelname Index tot stand komt. “Het is een gewogen gemiddelde van zes cijfers. Ten eerste meten we hoeveel mensen één keer per maand sporten, dat was de doelstelling uit het oorspronkelijke Olympisch Plan. Ten tweede meten we hoeveel mensen er wekelijks sporten; ten derde meten we de combinorm; ten vierde hoeveel mensen bewegen bij een beweegaanbieder; ten vijfde de leden van sportbonden en tot slot het aantal keer dat sporters per maand sporten (in 2013 was dat zeven keer per maand)."

Van deze zes cijfers maakten ze een index gemaakt met het gemiddelde over 2013 op 100. Op die manier konden ze alle maanden afzetten tegen het gemiddelde. "Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat er in januari minder wordt gesport dan in mei. In januari 2013 was de beweegindex 70 en in januari 2014 is het 100. Dit betekent dat circa 590.000 mensen meer dan in januari 2013 minimaal één keer per week hebben gesport.”

Drempel
Hoewel de Sportdeelname Index alleen de cijfers in beeld brengt en geen verklaring voor de cijfers biedt, heeft Kaper daar wel een idee over: “Dat heeft waarschijnlijk voor een groot deel te maken met het weer. Dit jaar was het heel zacht in januari en je ziet dat mensen dan meer de deur uitgaan. Ook naar fitnesscentra, hoewel dat binnen is. We weten dat mensen graag sporten en we weten ook dat het niet aan tijdgebrek ligt als zij het niet doen. Nederlanders kijken gemiddeld drie uur per dag televisie. Mensen willen graag sporten, maar als er ook maar een heel kleine drempel is, krijgt gemakzucht vaak de overhand. Slecht weer is zo’n drempel.”

NOC*NSF doet zelf geen onderzoek doen naar verklaringsgronden, maar hoopt wel dat andere instellingen de handschoen oppakken. “Wij willen hiermee het debat voeden. Bovendien gebruiken we het als effectmeting en trendanalyse. Er zijn al gemeentes geïnteresseerd om mee te doen met veel vaker meten, ook als effectmeting ”, zegt Lenselink. “Het zou mooi zijn als organisaties als bijvoorbeeld het Mulier Instituut vervolgonderzoek doen. Zoiets kost ook geld en dat hebben wij niet gebudgetteerd.”

Gericht beleid
NOC*NSF hoopt met de Sportdeelname Index gerichter beleid te kunnen voeren op het verhogen van de sportparticipatie. “De sporters zelf geven in Nederland zo’n 7,5 miljard uit aan sport, de lokale overheid geeft 1,5 miljard uit. Alle andere sportuitgaven vallen daarbij in het niet. Wij willen met de Sportdeelname Index en het KISS-databestand (Kennis Informatie Systeem Sport, red.) de partijen die geld uitgeven aan sport goed adviseren. Denk bijvoorbeeld eens aan een actie ‘sporten in december’ voor vrouwen. Dat blijkt een moeilijke maand te zijn. Of kijk naar kinderen in de zomermaanden. Uit de cijfers blijkt dat de sportparticipatie van kinderen tussen 5-11 jaar het hoogst is, maar in de zomermaanden sporten zij veel minder.”

De Sportkoepel heeft geen cijfermatige doelstellingen als het gaat om het verhogen van de sportparticipatie. “We hebben wel een Plus10-ambitie”, vertelt Lenselink. “We willen dat in iedere wijk in Nederland over vier jaar tien procent meer mensen aan sport doen. Wij kijken daarbij heel erg op wijkniveau. Neem de gemeente Texel van 14.000 sporters, waar vorig jaar de Nationale Sportweek werd afgesloten. Als je daar over vier jaar tien procent meer sporters wil hebben, zijn dat 350 mensen per jaar. Als we in Texel één persoon per dag meer laten sporten, halen we onze ambitie. Als iedereen die al sport dat wel blijft doen natuurlijk.”

Voor meer informatie: klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.