Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Noc nsf heeft iedereen nodig bij uitvoering breedtesportstrategie

NOC*NSF heeft iedereen nodig bij uitvoering breedtesportstrategie

22 oktober 2024

Nieuws

Guido Davio is directeur breedtesport van NOC*NSF. Afgelopen zomer presenteerde hij de uitgangspunten voor de breedtesportstrategie 2032. Hoe zien die eruit en wat voegen die uitgangspunten toe aan de twee jaar geleden al gepresenteerde Sportagenda 2032? Davio nam in DeWeerelt van Sport in Utrecht uitgebreid de tijd om het te vertellen. Ervoor zorgen dat 12 miljoen Nederlanders minimaal drie keer per week sporten of sportief bewegen is het doel. Daarbij kijkt Davio verder dan alleen de sportverenigingen. “We hebben iedereen nodig.”

door: Leo Aquina

Je bent sinds de zomer van 2023 in dienst van NOC*NSF als directeur breedtesport. De sportagenda 2032 dateert van 2022. In hoeverre moest jij je daardoor committeren aan een plan dat je niet zelf had bedacht en in hoeverre ben jij verantwoordelijk voor de uitvoering van die sportagenda 2032?
“Dat plan was mij niet vreemd. Als directeur van de Nevobo en daarmee lid van NOC*NSF ben ik betrokken geweest bij de totstandkoming van de Sportagenda 2032. Ik kende de doelstellingen dus hartstikke goed. In mijn huidige functie ben ik overigens niet verantwoordelijk voor alle streefdoelen in de Sportagenda, want deze gaat over topsport én breedtesport. Ik ga alleen over dat laatste deel.”

Als vervolg op de Sportagenda uit 2022 heeft NOC*NSF in juni 2024 de uitgangspunten voor de breedtesportstrategie gepresenteerd. Wat voegen deze uitgangspunten toe aan de Sportagenda 2032?
“De Sportagenda kwam uit in mei 2022. Toen kwam de vraag: hoe gaan we dat doen? In de agenda staan streefdoelen, op basis daarvan zijn we de uitgangspunten voor de strategie gaan vormgeven. We willen dat meer mensen gaan sporten en de cijfers liegen er niet om. We willen naar 12 miljoen mensen die minimaal drie per week sporten en sportief bewegen en we zitten nu op 9,7 miljoen. In de breedtesportstrategie gaat het erom: hoe creëren we de voorwaarden om daadwerkelijk bij die 12 miljoen te komen?”

"Er is geen silver bullet om alles in een keer in orde te maken"

“Met de uitgangspunten geven we richting. We hebben structuur aangebracht in de thema’s die belangrijk zijn en brengen doelgroepen in kaart en maken keuzes. Bijvoorbeeld, hoe gaan we uitstroom in de leeftijdsgroep 13-19 jarigen terugdringen? Onderdeel daarvan is ook dat we veel beter willen aansluiten bij de regionale en lokale context. Wat zijn de grote thema’s in de samenleving en hoe beïnvloeden die de sport. We willen aansluiten bij waar mensen wakker van liggen en mensen liggen wakker van leefbaarheid, betaalbaarheid, inclusie. In de Randstad is dat bijvoorbeeld: hoe zorgen we ervoor dat sporters met een andere culturele achtergrond zich thuis en welkom voelen in het verenigingsleven? In bijvoorbeeld de Achterhoek betekent dat: hoe krijgen we daarnaast ook meer ouderen en gehandicapten mee? Er is geen silver bullet om alles in een keer in orde te maken. We moeten regionaal en lokaal aan de slag en verenigingen en verenigingsbestuurders ondersteunen om daar antwoorden op te vinden.”

“Als we 12 miljoen mensen met elkaar willen laten sporten en het zijn er nu 9,7 miljoen, moeten dus meer mensen beginnen met sporten en minder stoppen. Dat is geen rocket science. Een van de voorwaarden is sportplezier. Dat roept de vraag op wat nu vanuit breedtesportperspectief de factoren zijn waar je invloed op kan hebben. Als het gaat om de individuele sporter: doe je iets wat in jouw agenda past? Het sportaanbod is breder dan hockeyen, tennissen of padellen. Het gaat ook over fitnessen of een rondje hardlopen in het bos. Doe je het bij een club die nadenkt over de vraagstukken van vandaag en morgen? Staat er iemand voor de groep die je raakt, uitdaagt, steunt en ervoor zorgt dat je een leuk uur hebt gehad? De kwaliteit van de coaches/trainers/begeleiders is essentieel. Is er in je omgeving überhaupt ruimte om te sporten en bewegen? En: hoe zorgen we ervoor dat je sport in een omgeving die gezond is en waar iedereen zich thuis voelt? Daarmee noem ik de pijlers van de breedtesportstrategie: een passend sportaanbod voor iedereen; vitale clubs met een bekwaam kader; ruimte voor sport en sportaccommodaties; en tot slot inclusieve, veilige en gezonde sport.”

XL34Interview-GuidoDavio-1“Naar die pijlers kijken we vanuit een bredere context dan alleen het systeem van de 77 sportbonden en 22.000 verenigingen die Nederland rijk is. Die verenigingen hebben zo’n 4,5 miljoen leden en er sporten wekelijks 9,7 miljoen mensen. We zijn met bonden en gemeenten aan de slag om clubs hierin mee te nemen, maar het gaat ook over het plein in de buurt, je eigen rondje hardlopen of fitnessen. Er zijn dus meerdere manieren om te sporten dan alleen die vereniging.”

Hoe ben je te werk gegaan om van agenda naar strategie te komen?
“Dat begon ermee om samen met collega’s en een aantal bonden te kijken wat we nou precies zien gebeuren. Welke ambitie, doelen en inspanningen liggen nu precies in elkaars verlengde en wat zeggen de data? De sportagenda vormde hiervoor ons kader. Tegelijkertijd loopt nu ook het Sportakkoord. We zijn aan het bouwen en de winkel is al open. Je leert tijdens het proces. Welke doelen gaan we nu precies formuleren en wat gebeurt er als je op lokaal niveau gaat inzoomen. Wat hebben de verschillende actoren nodig om die doelen te halen.”

Bij de totstandkoming van de Sportagenda 2032 hebben andere partijen die breedtesport in Nederland faciliteren - zoals VSG, POS en MOS - niet aan tafel gezeten. In hoeverre zijn zij wel betrokken bij de totstandkoming van de breedtesportstrategie?
“We zitten er middenin om het samen met hen te doen, maar welke rol wie speelt, kan verschillen per regio. Wat mij betreft is het geen issue wie er wel of niet betrokken wordt. Het uitgangspunt moet zijn: hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen aan het sporten. We moeten af van de vraag welke partijen er op landelijk niveau bij elkaar zitten in vergaderzalen zoals deze. We moeten loskomen van het idee dat die landelijke organisaties over de sporter gaan, dat zij bepalen hoe jij vanavond gaat sporten. Daar ga jij namelijk zelf over en wij hebben allemaal de opgave om ervoor te zorgen dat jij de beste keuze kunt maken, de keuze die het beste past bij jouw ambitie en plezier. Maar dat gebeurt niet landelijk, dat gebeurt lokaal, waar de vereniging, de maatschappelijke organisatie, de ondernemer en de wethouder samen om tafel zitten. We moeten af van het idee dat het om NOC*NSF, of VSG of de POS of de MOS gaat. Dat zit de voortgang juist in de weg.”

"Moeten we dan niet eens kijken naar samenwerking of gedeeld lidmaatschap tussen de fitnessclub en de hockeyvereniging?"

Daar staat tegenover dat sportverenigingen en sportondernemers lokaal ook bij elkaar in het vaarwater kunnen zitten. Hoe ga je om met tegengestelde belangen?
“Wil je acteren vanuit angst of vanuit verlangen? Als we vanuit angst acteren, weten we zeker dat we onze doelen niet gaan halen. We kunnen niet zonder elkaar. Als een gemeente bij ons komt met de vraag hoe zij een moeilijke doelgroep aan het sporten kunnen krijgen, moeten we als verenigingssport niet denken dat wij de enige oplossing zijn. Dan kunnen we ook zeggen: hiervoor zou je eens met de Cruyff Foundation moeten bellen, of met de MOS, want die hebben daar veel ervaring mee. Dan kunnen we ook voorbeelden geven hoe we met elkaar samenwerken in de District Spots die we met elkaar runnen. En misschien schuiven die kinderen in een later stadium wel door naar een vereniging, dat zou helemaal mooi zijn. En hoe kijk je aan tegen die jongen van achttien jaar die denkt: ik wil er goed uitzien en ik ga fitnessen? Maar misschien wil hij op een gegeven moment ook weer graag een spelletje spelen. Moeten we dan niet eens kijken naar samenwerking of gedeeld lidmaatschap tussen de fitnessclub en de hockeyvereniging? Wat overigens op plekken al gebeurt.”

XL34Interview-GuidoDavio-4“De belangrijkste vraag die iedereen zich moet stellen is: 'waar ben je ván, en waar ben je vóór'. Zelf heb ik die vraag nu al zo vaak gesteld dat mijn collega’s het bijna niet meer kunnen horen, maar iedereen moet dat voor zichzelf scherp hebben. Als NOC*NSF zijn wij ván de verenigingssport en wij zijn ervóór dat iedereen zoveel mogelijk gaat sporten. De POS is ván de ondernemende sportaanbieder en ze zijn vóór maatschappelijke impact van sport. De MOS is ván maatschappelijke verbinding door sport en vóór sporten bij een vereniging of andere aanbieder. Op die manier heeft iedereen een heldere positie op het speelveld en dan kun je elkaar ook goed versterken. Ik spreek regelmatig met mensen als Niels Meijer van de Cruyff Foundation en Lodewijk Klootwijk van de POS en André de Jeu van de VSG. Iedereen ziet dezelfde opgave en iedereen ziet dat de uitvoering lokaal moet. Daarom opent de POS lokale kantoren en is de VSG bezig met regiobijeenkomsten.”

“We kunnen kiezen of we allemaal zelf een aparte oplossing bedenken en daarmee bij de wethouder aankomen en dan gaat hij of zij erover beslissen. Als we nou eens samen met een plan komen en daarover met de wethouder om de tafel gaan zitten dan doen we mee in het beslissingsproces. De vraag blijft misschien of je een hockeyveld, een atletiekbaan of een fitnesscentrum gaat bouwen, maar in het laatste geval hebben we als sport daar in ieder geval mee over nagedacht en hebben we vanuit de data mee kunnen sturen. Uiteindelijk gaat er toch wel iemand een beslissing nemen.”

"Hoe creëer je voor 2032 überhaupt een omgeving waar je nog kunt sporten? Is er bijvoorbeeld voldoende verkoeling in de steden?”

De vier pijlers van de breedtesportstrategie zijn niet revolutionair. Hoe gaan die vier pijlers dan toch het verschil maken?
“Het is ook niet nieuw. Je komt het al tegen in het boek van Wim de Heer. Sinds 1945 zijn dit wel zo’n beetje de thema’s. De context om antwoorden te vinden voor de uitdagingen van de verenigingsbestuurder, de sporter, de bonden en de lokale overheden zijn alleen anders. Wat we nu doen, is verbreding zoeken, om die antwoorden te vinden. Dit gaat over heel Nederland.”

Davio laat een kaart van Nederland zien met verschillende kleuren en cijfers. Erboven staat: ‘Scenario 1: Ontwikkeling sportdeelname op basis van bevolkingsprognose’. Dezelfde kaart is nog tweemaal ingevuld met andere cijfers en andere kleuren: ‘Scenario 2: Ontwikkeling sportdeelname op basis van bevolkingsprognose en trendmatige ontwikkeling sportdeelname’ en ‘Scenario 3: Ontwikkeling sportdeelname op basis van bevolkingsprognose en ambitie NOC*NSF’.

XL34Interview-3senariosB

“Wat we hier zien is het aantal sportmomenten per regio. In de Randstad lopen meer mensen rond en hier in de Achterhoek worden mensen ouder, en hoe ouder mensen worden, hoe minder ze gaan sporten. Al is de trend dat mensen gezonder ouder worden, dus neemt die afname in de toekomst waarschijnlijk iets af. Op deze manier maken we inzichtelijk wat de opgave is. Het laatste kaartje laat zien waar we naartoe willen en dan zie je dat de uitdaging niet in iedere regio even groot is, maar wel overal fors. Als we naar die landelijke 12 miljoen wekelijkse sporters willen, moet de groei in sportdeelname in bijvoorbeeld Twente van -4,4 naar +9,9, een verschil van 14,3 procentpunt  en in Flevoland moet je van 17,2 naar 34,6, dat is een verschil van 17,4 procentpunt. De inhoud en de schaal van wat nodig is, verschilt van regio tot regio. Hier (wijst) in de Achterhoek hebben we wel een voetbalveld, maar de vraag is of we eigenlijk wel genoeg mensen hebben. Terwijl hier (wijst opnieuw) in de randstad de vraag is: waar leggen we dat voetbalveld neer? En hoe creëer je voor 2032 überhaupt een omgeving waar je nog kunt sporten? Is er bijvoorbeeld voldoende verkoeling in de steden?”

XL34Interview-ZOsportNL-3“We brengen het landelijk in beeld, maar de executie is lokaal en wij zijn er om dat te faciliteren. Dat doen we op basis van data. We moeten dus niet in de Achterhoek aankomen en zeggen: jullie moeten gaan sporten. We moeten daar vragen waar ze precies tegenaan lopen en vragen wat wij kunnen toevoegen aan het specifieke vraagstuk dat zij hebben. Onze dataset is rijk. We geven ieder jaar ‘Zo sport Nederland’ uit. Op basis daarvan kunnen we zien wat er op lokaal niveau gebeurt. De VSG heeft ook erg veel data en als je die dingen over elkaar heen legt, kun je de mensen die lokaal bezig zijn bij elkaar brengen en dan kun je ook zien of we de goede kant op bewegen.”

De sportwereld kwam bij het aantreden van het nieuwe kabinet in het geweer tegen btw-verhogingen. In hoeverre hebben die plannen invloed op de uitvoering van de breedtesportstrategie?
“Er zit een risico in dat verenigingen en ondernemers, dat de ruimte voor sport onder druk komt te staan, dat sporten duurder wordt. Tegelijkertijd, en dan ben ik misschien hopeloos naïef, dat maakt ook dat je met elkaar scherpere keuzes gaat maken. Vooralsnog is voor 2025 de sportbegroting intact gebleven. We moeten nog afwachten wat het effect van de btw-verhoging, kansspelbelasting en overheveling van de SPUK’s gaat zijn en wat de maatregelen richting 2026 en verder worden.”

"Niet voor niets refereerde de koning in de troonrede aan sport als bindmiddel in de samenleving"

“Het nieuwe kabinet maakt onze plannen wellicht eens te meer nodig. Wij zijn van de sport, wij vinden het toch wel tof, maar het gaat om de waarde die je de Nederlandse samenleving levert. Met een zorgstelsel dat onder druk staat en jongeren die steeds meer kampen met mentale uitdagingen, de toenemende vergrijzing, de beroepsbevolking die langer moet werken. We hebben best wat uitdagingen met elkaar. Sport is echt niet het antwoord op alle maatschappelijke uitdagingen, maar we moeten het met elkaar doen. Niet voor niets refereerde de koning in de troonrede aan sport als bindmiddel in de samenleving."

Tot slot een voor de hand liggende vraag. De strategie ligt er nu, wanneer ben je tevreden met de uitvoering?
“Als we het met elkaar voor elkaar krijgen om de energie te stapelen, zodat de energie elkaar versterkt. Als we erin slagen lokaal en regionaal aan te sluiten op de behoefte die er is, dan ben ik ervan overtuigd dat we een beweging in gang kunnen zetten. Cijfers? Als er straks 12,5 miljoen mensen wekelijks sporten zou dat fantastisch zijn, maar als het er 11,5 zijn en iedereen vindt elkaar, dan ben ik ook blij.”

Voor meer informatie: uitgangspunten breedtesportstrategie

XL34Interview-GuidoDavio-5

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.