30 oktober 2007
Nieuws
De
sport loopt veel geld van particulieren mis, omdat de mogelijkheid van fondsen
op naam in de sportsector niet wordt gebruikt. Dat is de conclusie van Marlo de
Kat in haar afstudeerscriptie ‘Ego’s voor sport’ ter afsluiting van haar
MBA-studie Sportmanagement in Groningen. Toch liggen daar grote kansen voor de
sport, vooral nu sportorganisaties door de overheid nadrukkelijk gevraagd worden
om een bredere maatschappelijke rol te spelen.
Particuliere sportfondsen ontbreken
In de culturele
wereld zijn fondsen op naam een succesvolle financieringsvorm. Bekijk eens de
voorbeelden op www.cultuurmecenaat.nl. Menig Nederlander met veel geld en met
passie voor kunst, heeft een eigen fonds waarmee heel concrete cultuur- of
kunstprojecten worden ondersteund. “Dat geeft mensen met geld het bevredigende
gevoel dat hun bijdrage tot iets wezenlijks leidt”, vertelt Marlo de Kat.
Zij constateert dat er twee belangrijke redenen zijn waarom er nauwelijks
particuliere sportfondsen bestaan: een ‘luie’ reden en een fiscale reden.
“Volgens filantropieprofessor Theo Schuyt heeft de sport last van de wet van de
remmende voorsprong”, vertelt De Kat. “De sport heeft zich vanaf eind jaren
tachtig met succes gericht op het bedrijfsleven. De noodzaak om andere
geldbronnen aan te boren was er niet. Binnen de sport wordt dus niet aan rijke
mensen gevraagd om te geven.”
Daar lijkt verandering in te komen. De bijdrage
van de overheid aan de sport neemt weliswaar toe, maar dat geld komt slechts
indirect ten goede aan sportorganisaties, onder meer omdat de sport inmiddels
voor maatschappelijke karretjes wordt gespannen (integratie allochtonen,
terugdringen van bewegingsarmoede). De Kat merkt bovendien op dat ook de derde
geldstroom (sponsoring) opdroogt. “Sinds 2003 geven Nederlanders - particulieren
en bedrijven - minder aan sport; van €930 miljoen in 2003, naar €686 miljoen in
2005”, meldt zij.
Volgens De Kat wordt het dus tijd dat de sport de vierde
geldstroom (particuliere fondsen) aanboort. “Ik begrijp niet waarom van VWS geen
enkele impuls uitgaat. OCW doet dat wel, met het programma Cultuurmecenaat. In
de cultuursector zijn fondsen op naam een succesvolle financieringsvorm
geworden.”
De Kat ondervraagt in haar scriptie deskundigen uit de wereld van
de filantropie, sport en het vermogensbeheer. “Die melden allemaal dat we op de
drempel van de Gouden Eeuw voor filantropie staan. Nederlanders zijn rijker dan
ooit, velen beëindigen hun bedrijf, er komen steeds meer ouderen, erfenissen
zijn talrijker en groter, rijkdom mag worden getoond. Ex-sporters richten
‘foundations’ op voor een goed doel. Vermogende Nederlanders kiezen vaker voor
een fonds op naam om iets na te laten. De afgelopen zeven jaar is het aantal
cultuurfondsen op naam verdubbeld tot meer dan 200.”
Fiscale beperking
Gezien deze ontwikkeling is het
raadselachtig dat fondsen op naam in de sport niet bestaan. “De sportwereld
trekt daar niet aan”, zegt De Kat, “maar er is ook een fiscale reden, namelijk
dat giften aan sportverenigingen fiscaal niet aftrekbaar zijn. De fiscus
redeneert namelijk dat een sportvereniging aan belangenbehartiging doet: zij
dient immers alleen de eigen leden en niet het algemeen nut. Giften aan een
fonds als de Johan Cruyff Foundation zijn wél fiscaal aftrekbaar, want die
gebruikt sport als middel om maatschappelijke doelen te bereiken, zoals
verbeteren van de leefbaarheid van wijken”, legt De Kat uit. Overigens speelt
volgens experts de eventuele aftrekbaarheid van giften voor mensen met geld
nauwelijks een rol bij hun overwegingen om bijdragen te leveren. Niets weerhoudt
de sport er dan ook van om een beheerorganisatie voor particuliere fondsen op te
richten. “Inderdaad, NOC*NSF zou dat kunnen doen”, aldus De Kat, “want zij staat
op de zogenaamde ANBI-lijst (Algemeen Nut Beogende Instellingen). Giften aan
organisaties op deze lijst zijn voor de gevers wél fiscaal aftrekbaar. Ook
verschillende sportbonden zouden dat kunnen doen en samen een brede doelstelling
kunnen kiezen. Ook kan ik me voorstellen dat de Rabobank dit naar zich
toetrekt.”
Maatschappelijk nut sportverenigingen
Maar waarom niet
lokaal, want nu van sportverenigingen in toenemende mate maatschappelijke
inspanningen wordt gevraagd, behartigen zij toch niet alleen meer de belangen
van hun eigen leden? Op initiatief van VWS spelen veel sportverenigingen immers
een rol bij de integratie van allochtonen (project Meedoen Allochtone Jongeren
door Sport), bij het bestrijden van bewegingsarmoede en bij het invullen van de
buitenschoolse opvang.
Daar is De Kat even stil van. “Dat is waar. Ik ben erg
benieuwd hoe de fiscus reageert als sportverenigingen op grond daarvan op de
ANBI-lijst willen komen.”
Voor meer informatie: Marlo de Kat, marlo@degelaarsdekat.info, 0182-538601 / 06-5101 7189. Zie ook: www.cultuurmecenaat.nl en www.geveninnederland.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.