9 april 2009
Nieuws
Waar loop jij het liefst je maatschappelijke stage? Uit onderzoek is gebleken dat een op de drie middelbare scholieren een stage verkiest in de sportsector. En die sector kan wel wat hulp gebruiken. De sportsector heeft een miljoen vrijwilligers, maar altijd handen tekort. Reden genoeg voor het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen om de handschoen van het ministerie van OCW op te pakken en eind 2011 twaalfduizend maatschappelijke stages in de sport te realiseren.
Dinsdag 31 maart verrichtten staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) en Clémence Ross - directeur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) - in Heerenveen de aftrap voor de twaalfduizend maatschappelijke stages in de sport. NISB gaat hiervoor de samenwerking aan met elf provinciale sportraden. Het instituut ondersteunt de provinciale raden met advies, deskundigheidsbevordering en producten, zoals een stappenplan voor middelbare scholen, een flyer en een dvd voor sportaanbieders. Daarnaast geeft NISB ook advies op maat en ondersteunen ze de provinciale sportraden in het ontwikkelen van een monitor- en evaluatie-instrument om in kaart te brengen of het beoogde aantal stageplaatsen is gehaald.
Voetbal en volleybal zijn het populairst
Volgens Dayenne L’abée, projectleider maatschappelijke stage bij NISB, is het niet verwonderlijk dat sport bovenaan het wensenlijstje voor een maatschappelijke stage staat. “Sport spreekt jongeren enorm aan en biedt een grote diversiteit aan taken. In de sportsector is bijvoorbeeld behoefte aan het assisteren bij trainingen, scheidsrechteren, materiaal- en veldonderhoud, het bijspringen in de kantine en het opzetten en onderhouden van een website. Er zit dus voor ieder wat wils bij.”
Uit de pilots in 2006-2007 in Friesland, Gelderland, Flevoland, Zuid-Holland en Zeeland is gebleken dat voetbal- en volleybalverenigingen de populairste stagelocaties voor leerlingen zijn. “Maar je kunt een sportstage ook prima lopen bij een judoschool, sportbuurtwerk, speeltuinvereniging, basisscholen of kinderdagverblijven”, aldus L’abée. De stageplaatsen zijn bovendien beschikbaar voor alle leerlingen van het voortgezet onderwijs ongeacht welk niveau diegene heeft. L’abée: “Maatschappelijke stages zijn voor elk onderwijsniveau goed te doen, maar een sportaanbieder moet zich wel realiseren dat een vmbo-leerling meer begeleiding vereist dan een vwo-leerling.”
Sportstage kan uitmonden tot vrijwilligerswerk
Hoewel er geen landelijk onderzoek is gedaan naar de vraag hoeveel sportverenigingen ervaring hebben met maatschappelijke stages, blijkt uit een quick-scan ‘Coördinatie’ van MOVISIE (2008) dat vijftien van de zestien stageaanbieders stageplaatsen in de sport realiseren. In de praktijk blijkt volgens de projectleider dat goed georganiseerde sportverenigingen de maatschappelijke stage als grote kans zien om nieuwe jonge vrijwilligers te werven. “Het is de kunst om jongeren na hun stage vast te houden voor de club. Een maatschappelijke stage kan uitmonden in blijvend vrijwilligerswerk”, stelt L’abée.
Volgens L’abée is het ook voor de jongeren zelf belangrijk dat ze zich inzetten voor een sportclub. “Zo ervaren ze wat het is om iets voor een ander te doen en verantwoordelijkheid te dragen. Daarnaast beseffen ze wat er voor nodig is om een vereniging draaiende te laten houden.” Maar ook voor verenigingen is de maatschappelijke stage waardevol: “Jongeren nemen nieuwe ideeën en methoden mee naar de sportclub. Ze kunnen helpen om de verenigingscultuur in Nederland in stand te houden. In die zin draagt de maatschappelijke stage absoluut bij aan de versterking van de verenigingen.”
L’abée geeft bovendien aan dat de introductie van de maatschappelijke stage ook van invloed kan zijn op het Olympisch Plan 2028. “Daar is in Nederland een brede en actieve basis voor nodig en de maatschappelijke stage kan jongeren actief betrekken bij clubs. Bloeiende sportverenigingen kunnen een broedplaats van nieuwe atleten zijn, een plek waar enthousiaste sporters en supporters opgroeien, waar accommodaties goed worden onderhouden en waar nieuwe bestuursleden opstaan.”
Mooie uitdaging
De provinciale sportraden gaan dit voorjaar van start met de voorbereidingen voor het realiseren van de sportstages. Aan het einde van het schooljaar 2009-2010 wordt de tussenstand opgemaakt en in 2011 moeten er twaalfduizend structurele stageplaatsen zijn gerealiseerd. “We hebben getekend voor bijna twintig procent van alle maatschappelijke stageplaatsen in Nederland. Een mooie uitdaging!”, besluit L’abée.
Voor meer informatie: klik hier
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.