door: Lennart Bloemhof | 6 maart 2014
Sportaanbieders kunnen veel meerwaarde leveren in maatschappelijke projecten wanneer sport en andere sectoren - zoals welzijn en arbeidsintegratie - meer voor elkaar open staan. Die gedachte staat centraal in de brochure ‘De plus van de open club’ die in februari werd gepresenteerd door het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Samen met NOC*NSF, DSP-groep, Verwey-Jonker Instituut (VWI) en Mulier Instituut ontwikkelde het kennisinstituut het ruim dertig pagina’s tellende miniboekje. De brochure werd gepresenteerd op een nieuw type NISB-evenement: NISB Kenniscafé Live!
Rode draad in de brochure zijn vijf voorbeelden van samenwerkingen tussen sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. De voor- beelden zijn door onderzoekers en adviseurs van NISB, DSP en VWI uitgewerkt en gegoten in de vorm van vijf dubbelportretten.
Brochure
Jacqueline Kronenburg is communicatieadviseur bij NISB en was nauw betrokken bij de ontwikkeling van de brochure. Ze legt uit dat bij het selecteren van de uit te lichten samenwerkingen in de brochure bewust zoveel mogelijk uiteenlopende casussen zijn uitgekozen.
“We hebben een longlist gemaakt met daarop ongeveer twintig voorbeelden, waarna we diverse criteria hebben toegepast. We wilden verenigingen uit verschillende sporten uitlichten en samenwerkingsvoorbeelden met verschillende domeinen meenemen, zoals zorg en onderwijs. Verder wilden we grote en kleine verenigingen uit grote en kleine steden opnemen in de brochure. De voorbeelden moeten zo herkenbaar mogelijk zijn en op die manier zoveel mogelijk partijen inspireren.”
Met in maart de gemeenteraadsverkiezingen op de agenda is de publicatie van ‘De plus van de open club’ kort voor die verkiezingen geen toeval, bevestigt Kronenburg. “Dat hebben we ook in de introductie van de brochure aangegeven. We richten ons met de publicatie onder meer op lokale sportinfrastructuren en dan niet alleen op de wethouder sport, maar ook op andere wethouders in het College. Met decentralisatie en bezuinigingen in het vooruitzicht is effectieve samenwerking tussen sportaanbieders en maatschappelijke partijen een kansrijk alternatief. Een mooi voorbeeld daarvan uit de brochure is de Heerenveense basketballvereniging Dyna’75: doordat ze maatschappelijke projecten op scholen gingen organiseren zijn ze van op sterven na dood weer een bloeiende vereniging geworden.”
NISB-initiatiefNISB nam initiatief voor het opstellen van de brochure. Opvallend, omdat het kennisinstituut zich van oudsher meer op de ongeorganiseerde sport richt en organisaties zoals sportkoepel NOC*NSF meer de georganiseerde sport voor hun rekening nemen.

“Nee, zo strak ligt het allang niet meer”, zegt de communicatieadviseur over de leidende rol van NISB. “Wij richten ons op kennisvragen bij onze stakeholders. NOC*NSF is in deze een belangrijke stakeholder van ons en zij hadden belang bij deze kennis. Niet voor niets had Erik Lenselink van NOC*NSF het tijdens de presentatie in het Kenniscafé over een ‘bijzondere symbiose tussen deze twee organisaties’.”
De start van het NISB-ambitieteam ‘Maatschappelijke waarde van sportaanbieders’ in 2013 bewijst volgens Kronenburg de toenemende focus bij NISB op de georganiseerde sport. “Zij (het kennisteam, red.) hebben ook het initiatief genomen voor deze publicatie”, aldus Kronenburg.
Meerwaarde van sportPaul Duijvestijn werkte als onderzoeker van DSP-groep mee aan de brochure. Zijn onderzoeksbureau nam het onderzoeken en beschrijven van twee voorbeelden voor haar rekening: de samenwerking tussen welzijnsstichting MOOI! en korfbalvereniging HKV/Ons Eibernest in Den Haag en de betrekkingen tussen psychologenpraktijk Swarte in Haarlem en Zelfverdediging School Nusantara uit Alkmaar en Haarlem.
“Dat was onze formele bijdrage”, zegt Duijvestein. “Verder hebben we met NISB meegedacht over het idee achter de brochure. NISB zat bij aanvang op de lijn van het uitlichten van maatschappelijk actieve sportverenigingen. Op basis van eerder onderzoek van ons leek het ons juist interessant om voor de brochure ook de andere kant te belichten: de maatschappelijke organisaties.”
Duijvestijn legt uit dat sectoren zoals zorg, welzijn en onderwijs vaak niet beseffen dat sport bij het realiseren van hun eigen doelen een rol kan spelen.
PamfletDuijvestijn vindt het goed dat in de brochure zowel kleinschalige als grotere samenwerkingen worden uitgelicht. Hij beschrijft het voorbeeld van korfbalvereniging HKV/Ons Eibernest in Den Haag als een samenwerking dat zich op grote schaal afspeelt. Deze club fungeert als zogenaamd ‘Buurthuis van de toekomst’. Het voorbeeld van de zelfverdedigingschool beschrijft een kleinschalige samenwerking. Die laatste casus illustreert volgens Duijvestijn hoe iets veel kan opleveren zonder zware investeringen.
Duijvestein: “In hun samenwerking doen ze allebei waar ze goed in zijn: de psychologe doet de gesprekken en therapieën en de zelfverdedigingtraining laat ze over aan Nusantara. Ze verwijzen mensen over en weer. Van zelfverdedigingtraining wordt de patiënt fitter en daarnaast sterkt het zijn of haar zelfvertrouwen. Tegelijkertijd ziet de zelfverdedigingschool haar ledenaantal stijgen. Het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn. De psychologe is iemand die vanuit haar sector de meerwaarde van sport ziet en benut. Het gaat er om het linkje te zien, en ook te leggen.”
De onderzoeker ziet ‘De plus van de open club’ daarom ook als een pamflet voor sectoren en instellingen die profijt kunnen hebben van een samenwerking met sportaanbieders, zodat ze ‘dat linkje’ gaan leggen. “Vaak zijn het vooral sterke clubs die niet kampen met financiële of organisatorische problemen die maatschappelijk actief zijn, omdat zij daar de mensen en tijd voor hebben. Zij nemen ook regelmatig zelf het initiatief voor die samenwerking, terwijl aan de andere kant nog wel eens een ‘Kom maar naar ons’-gedachte heerst.
“Als het initiatief nou eens vanuit de andere kant komt - bijvoorbeeld vanuit een zorginstelling met specifieke doelen waaraan sport kan bijdragen - kan ook best een kleine club maatschappelijk actief zijn en daarvan profiteren. Het gaat erom dat clubs worden aangesproken op waar ze goed in zijn.”
Kenniscafé NISB Live!
‘De plus van de open club’ werd gepresenteerd tijdens een zogenaamd Kenniscafé NISB Live!-bijeenkomst. Het was het eerste Kenniscafé dat NISB organiseerde. Jacqueline Kronenburg van NISB zegt over het nieuwe type evenement dat het kennisinstituut “mensen op een ander niveau wil triggeren”. Volgens Kronenburg kent de wereld van sport en bewegen een groot aantal kennisbijeenkomsten, maar hebben die vaak hetzelfde format.
“Wij zien onszelf als de verbinding tussen beleid, onderzoek en praktijk en we willen die drie gebieden met de Kenniscafés ook eens op een wat meer speelse manier bij elkaar brengen”, aldus Kronenburg. De samenhang en koppeling tussen die drie gebieden in het evenement zijn belangrijk voor NISB: “Inzicht in wat er leeft in de wereld van sport en bewegen komt niet uitsluitend uit de wetenschap of beleid, maar zeker ook door echte verhalen te horen die je bijblijven”, zegt ze.
DWDD-ideeDe Kenniscafés worden gekenmerkt door rubrieken zoals een gesproken column, muziek en de presentatie is in handen van sportpresentator Rick Winkelman (Allsportsradio, RTL4, red.). De thema’s worden bedacht door de ambitieteams van NISB. Kronenburg: “Het is even uit de comfortzone van de gebruikelijke kennisbijeenkomsten, in een andere comfortzone, met een mix van sport en cultuur op een verrassende locatie”. Ze vergelijkt de opzet van de bijeenkomsten met tv-programma De Wereld Draait Door. “We zoeken naar een herkenbare formule, waarbij steeds iets leuks gebeurt en volop genetwerkt kan worden.”
NISB wil ongeveer vier Kenniscafés per jaar organiseren op uiteenlopende locaties. Plaats van handeling van het eerste Kenniscafé was cultuurcentrum Cultura in Ede. Locatie voor het volgende Kenniscafé is waarschijnlijk de studio van de nieuwe radiozender ALLsportsradio in Hilversum.
Het eerste Kenniscafé rond ‘De plus van de open club’ was volgens de communicatieadviseur een succes. “Het werkte goed, alleen moet alles nog een beetje op elkaar ingespeeld worden en we willen wat meer interactie met het publiek. Nu was iedereen vooral aan het luisteren.” Kronenburg verwacht mensen die veel samenwerken met NISB als vaste bezoekers bij de Kenniscafés te begroeten. Verder verwacht ze bij elk Kenniscafé een aantal bezoekers die door het thema worden aangetrokken. “Bij ‘De plus van de open club’ waren dat bijvoorbeeld vertegenwoordigers van verenigingen”, aldus Kronenburg. “Kortom: we willen binden en boeien met Kenniscafé NISB Live!”
Voor meer informatie: www.nisb.nl/deplusvandeopenclub