10 juni 2010
Nieuws
Kennis delen en ontwikkelen zodat de overheid een nog gerichter beleid kan ontwikkelen voor een gezonde én actieve leefstijl. Dat is het doel van de kersverse samenwerking tussen TNO en NISB. De twee partijen schudden elkaar in de personen van Clémence Ross (NISB) en Michael Holewijn (TNO) op dinsdag 25 mei in Doorn de hand tijdens de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst voor minimaal vier jaar. De samenwerking zal vooral bestaan uit het ontwikkelen en afstemmen van projecten, onderzoeken en campagnes.
Wat werkt wel én wat nu niet om Nederlanders meer en beter in beweging te krijgen? Om op die vraag nog beter een antwoord te krijgen, werken NISB en TNO vanaf eind mei intensief samen. Directe aanleiding voor de samenwerking was de vertaalslag tussen het verenigen van wetenschapsresultaten en hoe die resultaten bruikbaar kunnen worden gemaakt in de praktijk. “NISB merkte dat daar nog een wereld in te winnen valt en in die vertaling van wetenschap naar praktijk spelen wij graag een rol”, legt Robert Gelinck, afdelingshoofd kennis bij NISB, uit.
Roep om feiten en cijfers wordt steeds groter
NISB werkte al eerder op verschillende terreinen met TNO samen, zoals bij het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen en de campagne 30minutenbewegen. “Maar deze samenwerking gaat verder. Grofweg richten we ons op drie zaken. Eén daarvan is kennisuitwisseling waarbij we elkaar willen aanvullen. NISB is sterk in implementatie en uitvoering en TNO heeft de wetenschappelijke knowhow en ondersteunt projecten met praktijkgericht onderzoek. Niet dat wij de projecten bedenken zodat TNO kan testen of het werkt. We willen elkaar al eerder in het proces ontmoeten.”
In dat opzicht zal het afstemmen van de programmering een belangrijke rol innemen. “We hopen verschillende programma’s zoveel mogelijk in elkaar te laten integreren. Op deze manier kunnen we projecten en onderzoeken ontwikkelen die meteen van het begin samen worden opgestart”, aldus Gelinck. “De roep om kennis van cijfers en feiten wordt steeds groter. Instanties willen een gedegen verhaal met goede voorbeelden uit de praktijk waarin wordt aangetoond dat bewegen loont. Simpelweg willen ze weten: wat werkt wel én wat niet?”
Nederland internationaal op kaart zetten met kennisontwikkeling
Op dit moment is het zo dat een beweeg- en/of sportproject wordt geïnitieerd; daarvan wordt dan de effectiviteit aangetoond en vervolgens wordt het uitgevoerd. Maar volgens Gelinck gaat er in die drie stadia nog wel eens wat mis. “Dan wordt er bijvoorbeeld in een pilot aangetoond dat een project effectief is, maar is onvoldoende nagedacht over de implementatie. Dan blijkt dat het project net niet aansluit bij de vraag van de praktijk. Door deze samenwerking willen we dat voorkomen.”
NISB en TNO hebben de ambitie om Nederland internationaal op de kaart te zetten met toonaangevende kennis op het terrein van bewegen en gezondheid. “NISB is daar nu ook al erg actief in. Zo maken we deel uit van het Europese netwerk voor de gezondheidsbevordering op het gebied van sport en bewegen (HEPA).” En daarnaast is NISB onder andere ook lid van TAFISA – een breedtesportnetwerk waarin dertig landen zich hebben verenigd – en van de Europese werkgroep Sport & Health. “Wij geven deze werkgroep advies en tips over zaken als sportstimulering en over de uitvoering. In Nederland doen we het op dat terrein goed en we willen graag op die manier onze bijdrage vergroten in het oplossen van maatschappelijke beweeg- en sportproblemen in Europa.”
Mogelijke samenwerkingsverbanden met MOVISIE en NOC*NSF
Gelinck legt uit dat NISB altijd op zoek is naar meer uitwisseling en kennisdeling waardoor er een nog gerichter beleid kan worden ontwikkeld om een gezonde en actieve leefstijl in Nederland te bereiken. “Want het maatschappelijke probleem van te weinig bewegen kan niet alleen worden opgelost. Zo zijn we op dit moment in gesprek met MOVISIE en NOC*NSF om te kijken wat de samenwerkingsmogelijkheden zijn. En binnen twee à drie jaar willen we mogelijk ook de formele samenwerking met verschillende zorgverzekeraars, lectoraten en universiteiten opzoeken.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.