Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Nieuwe richtlijn voorspelt economische impact sportevenement

Nieuwe richtlijn voorspelt economische impact sportevenement

31 januari 2013

Nieuws

door: Lennart Bloemhof | 31 januari 2013

De Werkgroep Evaluatie Sportevenementen (WESP) publiceerde in januari een nieuwe richtlijn: Prognose Economische Impact. Egbert Oldenboom, specialist op het gebied van kosten- en batenanalyses, ontwikkelde deze richtlijn. Zijn voorschrift moet organisatoren helpen om een betrouwbare inschatting te maken van de economische impact van toekomstige sportevenementen.

Oldenboom is directeur van onderzoeks- en adviesbureau MeerWaarde en is met zijn bedrijf één van de meer dan dertig leden van de werkgroep. Het ledenbestand wordt verder gevuld door kennisinstellingen, evenementorganisaties en beleidsorganisaties. Het is de zevende richtlijn die de WESP publiceert na haar oprichting in 2008.

Open source
“We zijn een soort open-source community. Alles is vrij toegankelijk”, zegt WESP-secretaris Willem de Boer over de werkgroep, die daarnaast onderzoeker is op het gebied van Sporteconomie bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Hij legt uit dat iedereen die een evenement wil organiseren of evalueren gebruik kan maken van de richtlijnen. “Wat we wel op prijs stellen, is dat diegene zich in dat geval aansluit bij de WESP en de uitkomsten deelt. Zo kunnen we de resultaten vergelijken.”

Daar ligt een belangrijke bestaansreden voor de werkgroep. Via de richtlijnen hoopt WESP de vergelijkbaarheid van onderzoeken te stimuleren en zo meer inzicht te krijgen in de effecten van sportevenementen op de maatschappij. Andere richtlijnen focussen op economische impact, bezoekerprofielen of promotionele waarde van sportevenementen.

Houvast
Pas nadat een richtlijn is goedgekeurd via een ledenvergadering - georganiseerd door de WESP - publiceert de werkgroep het meetinstrument. De Boer bevestigt dat dergelijke vergaderingen niet altijd geruisloos verlopen. “Er zijn regelmatig discussies, bijvoorbeeld over welke bronnen we wel of niet gebruiken bij de richtlijn.”

Over de nieuwste richtlijn was weinig discussie, volgens de secretaris. Aangezien bij het prognose-instrument het evenement nog moet plaatsvinden, wordt er bij onderzoek voornamelijk gebruik gemaakt van aannames die verschillen per sportevenement. De richtlijn moet vooral houvast bieden aan de onderzoeker.

De Boer: “Het voorspellen van de economische impact van evenementen is vrij nieuw. Met de richtlijn in de hand kunnen evenementorganisatoren weten wat ze kunnen verwachten. Dat is vooral gericht op de korte termijn, gaat om de bestedingen direct rondom het evenement en is puur economisch.”

De richtlijn centreert zich rond uitgaven van vier groepen verbonden aan het sportevenement: bezoekers, deelnemers, organisatie en media. “De kennis die in de WESP is opgedaan over de impact van verschillende evenementen wordt nu ook benut voor het prognosticeren van de economische impact van toekomstige evenementen”, zegt De Boer.

Andere richtlijnen
Economische lange termijneffecten - bijvoorbeeld citymarketing of de werving van internationale handelscontacten - zijn niet meegenomen in de prognoserichtlijn. “Over die lange termijn gaan die discussies ook vaak”, zegt De Boer. Voor dergelijke lange termijnverwachtingen verwijst hij naar de al bestaande richtlijn Economische Impact, die vóór, tijdens en na een sportevenement wordt gebruikt.

Ook wordt uitwerking op de maatschappij - zoals gelukbeleving of de creatie van saamhorigheidsgevoel via een sportevenement - buiten beschouwing gelaten in de recentste richtlijn. Wel werkt het Mulier Instituut aan een voorschrift die de maatschappelijke betekenis van sportevenementen meet. Deze nieuwe WESP-richtlijn wordt naar verwachting in het voorjaar gepubliceerd.

Als een richtlijn is aangenomen door de WESP-vergadering gebruiken alle leden het betreffende meetinstrument bij hun onderzoeken. “Daarom is consensus belangrijk in het proces en richtlijnen staan altijd op voor revisies”, benadrukt de Boer. “Maar die discussies moeten we houden; het is een instrument om de richtlijnen te testen.”

Olympisch gemis
De WESP opereert onafhankelijk. De ontwikkeling van richtlijnen door de werkgroep werd wel financieel ondersteund door de Alliantie Olympisch Vuur 2028 - in december 2012 opgeheven - om zo de effecten van de voorgenomen Olympische Spelen 2028 op Nederland te concretiseren.

“Die geldkraan is dicht, terwijl we nog bezig zijn met een project. Er is op dit moment niet echt zicht op hoe dat nu verder moet. De WESP wordt verder niet gefinancierd”, zegt De Boer. “Organisaties steken hun eigen tijd erin. Maar aan de andere kant leveren die richtlijnen hun ook wat op, met comparatief onderzoek en kennisdeling.”

De Boer hoopt nu dat het sectorplan voor sportonderzoek en –onderwijs de ontwikkeling van richtlijnen kan ondersteunen. “Dat biedt veel aanknopingspunten voor verdere kennisontwikkeling op het gebied van sport, economie, evenementen en media.

Met het verdwijnen van het Olympisch Vuur is het de vraag of er veel verandert voor de WESP, denkt De Boer. Wel heeft hij de expertise die de werkgroep ontving via directe lijnen uit de sportpraktijk, zoals NOC*NSF en de Alliantie, als prettig ervaren. De Boer noemt als voorbeeld de samenwerking met sportprofessional Jan Vlasblom, de huidige voorzitter van de WESP, die als spil werkte tussen de organisaties.

Jammer
Over het kabinetsbesluit om de olympische ambities van Nederland niet meer te ondersteunen, is De Boer helder: “Het is een puur politiek besluit.” Maar volgens hem is een simpele kosten- batenanalyse niet voldoende om de economische impact van een evenement als de Olympische Spelen te bepalen. “Wat ik jammer vind aan de hele discussie, is dat er alleen maar is gekeken naar hoeveel het evenement ons zou kosten. Er is te weinig gesproken over: hoe kunnen we het evenement inrichten, zodat het Nederland in economische en maatschappelijke zin positief rendeert? Die vraag heeft de politiek na de verkenning maatschappelijke kosten-batenanalyse van de Rebel Group nooit gesteld.”

De Boer vervolgt: “In die analyse - en in de second opinion van het CPB - zaten namelijk genoeg aanwijzingen dat er wel degelijk scenario’s zijn waarin het toernooi Nederland iets op zou kunnen leveren. De Spelen van 2028 hadden - met oog op de jongere generatie - ook tot een mentaliteitsslag kunnen leiden om zo een positieve bijdrage te leveren aan een innovatiever, gezonder en welvarender land.”

De onderzoeker mist vooral de stip op de horizon die nu weg is na het kabinetsbesluit. “Soms is zo’n stip goed voor een land. Ook op het gebied van export, openheid en concurrentiepositie in de wereld. Die focus op lange termijn was in het Olympisch Plan 2028 erg goed.”

Voor de toekomst van de WESP vreest De Boer niet: “Onze doelstelling is en blijft het bieden van een ontmoetingsplek voor onderzoekers”. Met of zonder Olympische Spelen in het vooruitzicht; de werkgroep blijft richtlijnen ontwikkelen om de effecten van sportevenementen in kaart te brengen.

Voor meer informatie: www.evenementenevaluatie.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.