13 maart 2014
Nieuws
door: Leo Aquina | 13 maart 2014
Sportblessures kosten de maatschappij op jaarbasis meer dan verkeersongevallen. Veiligheid.nl schrijft dat er in Nederland sprake is van 3,7 miljoen sportblessures per jaar. De totale maatschappelijke kosten daarvan worden geschat op 1,2 miljard euro. Reden genoeg voor onderzoek naar methoden om het aantal sportblessures te reduceren. De Stichting Innovatie Alliantie verleende subsidie voor MATCH (Monitoring Athletes, Trainers, Coaches and Health professionals). Dit is een RAAK-publiek project (Regionale Actie en Aandacht voor Kenniscirculatie), waarin onder meer de Hogeschool van Amsterdam, TNO en de Vereniging voor Sportgeneeskunde onderzoek doen naar blessurepreventie. Vroegsignalering is een van de grote uitdagingen. “Je kunt nu eenmaal niet iets zien wat er nog niet is”, aldus sportarts Simon Goedegebuure.
Onderzoekster Janine Stubbe van TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek) en de Hogeschool van Amsterdam deed vooronderzoek binnen het werkveld om de problematiek in kaart te brengen voor de subsidieaanvraag. “We hebben een groot aantal overlegsessies gehouden en interviews met partijen in het veld en we hebben drie thema’s geïdentificeerd: vroegsignalering van geleidelijk ontstane blessures, de terugkeer in de sport na een blessure oftewel ‘return to play’, en ten derde de multidisciplinaire begeleiding van sporters.”
Doel van het onderzoek is het verbeteren van de (para)medische begeleiding van recreatieve en topsporters door kennis te ontwikkeling. Het onderzoek mikt binnen dat doel enerzijds op een online registratiesysteem om geleidelijk ontstane sportblessures bij sporters te herkennen, en anderzijds op een sportmedisch protocol dat de stappen beschrijft om te komen tot multidisciplinaire samenwerking.
Projectgroep, stuurgroep en expertgroep
Er is een groot aantal organisatie bij het onderzoek betrokken: Hogeschool van Amsterdam, Vereniging voor Sportgeneeskunde, Nederlands Paramedisch Instituut, Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg, NLcoach, Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO Amsterdam), De Sportartsen Groep, ManualFysion, TNO, Hanzehogeschool Groningen, Universitair Medisch Centrum Groningen en VU Medisch Centrum.
“Die partijen zijn opgesplitst in een projectgroep, een stuurgroep en een expertgroep”, vertelt Stubbe. “De HvA, TNO, het CTO Amsterdam, De Sportartsen Groep en ManualFysion zitten in de projectgroep die het onderzoek uitvoert. De stuurgroep kijkt vooral in hoeverre de resultaten van belang zijn voor het werkveld en de expertgroep houdt de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek in de gaten.”
Registratiesysteem
Als het gaat om een registratiesysteem, is het in eerste instantie zaak om in kaart te brengen wat er al allemaal is”, aldus Stubbe. “Wat wordt er al geregistreerd, welke testen worden er al afgenomen en wat zouden we van elkaar kunnen leren in een gezamenlijk registratiesysteem.” Stubbe verwacht niet dat er één overkoepelend systeem zal komen waarin alle betrokkenen rond een sporter of een team informatie zullen delen.
“Dat is een utopie. Er zijn veel verschillende systemen en mensen willen niet van hun eigen systeem afstappen. Ik denk meer aan een koppeling van systemen waardoor sportartsen en andere medisch betrokkenen beter informatie kunnen uitwisselen. Zo’n registratiesysteem roept - gezien de landelijke discussie over het elektronisch patiëntendossier EPD - vragen op over de privacy. Hoe kijkt Stubbe daar tegenaan? “Die database moet natuurlijk goed beveiligd zijn, maar er is een groot verschil met het EPD. In dit systeem moet de sporter centraal staan. De sporter moet zelf aan kunnen geven wie over welke informatie kan beschikken. De regie ligt bij de sporter.”
Geld
De HvA doet vooral onderzoek onder topsporters binnen het CTO Amsterdam. “We hebben daar ongeveer honderd talentvolle topsporters. We willen hen ondervragen en we willen de begeleiders monitoren. Wat wordt er allemaal bijgehouden in de systemen? Is er sprake van open vragen of gesloten vragen? Met geregistreerde antwoorden op gesloten vragen kun je onderzoeksmatig veel meer. Daarnaast zoeken we vooral naar belemmerende en bevorderende factoren als het gaat om het monitoren van sporters.”
Geld is een belangrijke factor. Sportarts Simon Goedegebuure constateert dat er veel meer informatie beschikbaar is bij teams of sporters die voldoende geld hebben voor een permanent team van (para)medische begeleiders. “Dat is natuurlijk een inkoppertje. Het wordt daardoor ook veel makkelijker om multidisciplinair samen te werken.”
Multidisciplinair team
Als sporters voortdurend in de gaten worden gehouden door een multidisciplinair team, worden blessures veel sneller onderkend. “Dat gaat zowel op in de topsport als in de breedtesport, maar in dat laatste geval is er zo goed als nooit sprake van die begeleiding”, aldus Goedegebuure. “Als het gaat om terugkeer na een blessure zie je grote verschillen tussen top- en breedtesport. In de topsport keren de meeste sporters terug op het trainingsveld om vervolgens langzaamaan weer aan wedstrijden te denken, maar in de breedtesport zie je vaak dat sporters meteen in wedstrijdverband terugkeren. Dat levert natuurlijk een heel andere belasting op.”
Het is kennis die Stubbe in kaart wil brengen in een registratiesysteem en kennis waarvan zij wil profiteren bij het opstellen van een sportmedisch protocol. Goede communicatie tussen de verscheidene registratiesystemen is volgens Goedegebuure noodzakelijk als het gaat om een multidisciplinaire aanpak. Sportmedische protocollen zijn volgens hem vaak wel al aanwezig. Het delen van kennis op dat gebied is echter welkom. Stubbe hoopt in de loop van het komende jaar op deelprojecten al resultaten te zien van het onderzoek. Eind volgend jaar wordt het onderzoek afgerond en moet er meer duidelijkheid zijn over de mogelijkheden tot het koppelen van registratiesystemen.
Voor meer informatie: janine.stubbe@tno.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.