13 december 2012
Nieuws
door: Thomas van Zijl | 13 december 2012
Het kabinet kort flink op het budget voor ontwikkelingssamenwerking, maar desondanks vond deze maand wel de kick-off plaats van het programma Sport for Development 2012-‘15. De komende drie jaar gaan de KNVB, Right To Play en NSA International organisaties in ontwikkelingslanden ondersteunen die sport inzetten om samenleving en individu vooruit te helpen. Het initiatief wordt ondersteund door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De inspanningen van de deelnemende partijen richten zich op acht landen: Suriname, Zuid-Afrika, Kenia, Mali, Mozambique, Egypte, Indonesië en de Palestijnse gebieden. Dat rijtje lijkt willekeurig, maar dat is het zeker niet. “Het ministerie gaat uit van vijftien focuslanden waar budget voor is. Wij zijn met dit programma dan ook alleen actief in landen die daaronder vallen”, zegt Leonie Hallers, algemeen directeur van NSA International.
Krachten gebundeld
Dat zij juist met Right To Play en de KNVB de krachten bundelt is evenmin toeval. Deze partijen werkten al eerder samen tijdens soortgelijke projecten. De gedachte achter Sport for Development is dat lokale organisaties – dat kunnen opleidingsinstituten, verenigingen, sportbonden of ngo’s zijn – worden ondersteund om de maatschappelijke kracht van sport in te zetten in hun omgeving. “Wij gaan de boel daar bewust niet overnemen, het gaat erom dat structuren versterkt worden. Dat kan ervoor zorgen dat in de toekomst duurzame sportieve en maatschappelijke resultaten worden gerealiseerd.”
Samenleving profiteert
Sport is een geschikt middel om individuen in ontwikkelingslanden tot ontplooiing te laten komen; jongeren leren te opereren in een teamverband, kunnen werken aan hun zelfvertrouwen en leiderschapskwaliteiten ontwikkelen. Hallers: “Mensen werken via de sport aan hun life skills en daar kan de samenleving van profiteren. Bovendien is sport een middel om zware onderwerpen als HIV en armoede bespreekbaar te maken.” Monitoring van de projecten is in handen van de lokale partners die KNVB, Right To Play en NSA International bij de uitvoering van het programma betrekken. Zij kunnen online rapporteren over de aantallen jongeren die zij bereiken, hoeveel trainers zij opleiden en in welke gebieden ze actief zijn. Dat zijn ook voorbeelden van indicatoren waar Sport for Development 2012-’15 op afgerekend wordt. De doelstellingen verschillen per land. Om te kijken of de koers her en der moet worden bijgesteld vinden er regelmatig evaluaties plaats en gaan de betrokkenen met regelmaat langs bij de projecten. Zo is Hallers op dit moment in Indonesië.
De partijen die betrokken zijn bij Sport for Development 2012–’15 hebben samen met de lokale partners in de ontwikkelingslanden een plan opgesteld voor de komende periode, maar het is niet denkbeeldig dat er na verloop van tijd andere accenten worden gelegd. Hallers: “Kijk naar de huidige situatie in Egypte, daar heerst constante dreiging van een conflict. Dat vraagt om een andere aanpak dan een land waar niet geweld maar armoede of emancipatie het grootste probleem is. Te lang vooruit plannen is daarom niet altijd mogelijk, omdat de context in ontwikkelingslanden een erg dynamische is. Wat wel overeind blijft is de gedachte dat wij inzetten op de kracht van lokale organisaties en hun positie proberen te versterken.”
Bekende sporters als ambassadeurs
Het programma kan vooralsnog op veel goodwill rekenen. Tijdens de kick-off begin deze maand waren onder andere oud-bokser Arnold Vanderlyde en turner Jeffrey Wammes aanwezig als ambassadeurs van Right To Play en onderstreepte Ambassadeur internationale culturele samenwerking Renilde Steeghs het belang van sport voor ontwikkelingssamenwerking. Hallers: “Ik vermoed dat alle projecten op het vlak van ontwikkelingssamenwerking op dit moment tegen het licht gehouden worden. Ons voordeel is dat wij al bewezen hebben dat sport een succesvol middel is om mensen vooruit te helpen. Daarnaast zet Sport for Development 2012-’15 Nederland op een positieve en zichtbare manier op de kaart, dat wordt in de huidige tijd steeds belangrijker.”
Met het hele programma is voor de komende drie jaar vier miljoen euro gemoeid. “Op het eerste oog lijkt dat veel geld, maar bedenk wel dat het om acht landen gaat en het om langlopende projecten gaat. Dan valt het reuze mee en is het de investering meer dan waard.”
Voor meer informatie: www.sportfordevelopment.nl en www.nsa-international.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.