30 oktober 2008
Nieuws
Nederland
heeft weinig internationale sportbestuurders. Volgens Anton Geesink doordat
Nederlandse sportbondbestuurders niet tegelijkertijd zitting mogen hebben in het
bestuur van NOC*NSF.
Gezien de ambities van NOC*NSF om de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen - en in lijn daarmee de ambities om de komende jaren veel grote internationale kampioenschappen naar Nederland te halen - zou de lat voor de vertegenwoordiging van Nederlanders in internationale besturen en commissies hoog gelegd moeten worden. Daarvan is IOC-lid Anton Geesink vol overtuigd. “Je moet iemand dicht bij het vuur hebben”, legt hij uit. “Op dit moment hebben we echter een groot gebrek aan internationale Nederlandse sportvertegenwoordigers.” Geesink benadrukt dit probleem in een brief die hij begin oktober 2008 naar alle Nederlandse sportbonden heeft opgestuurd en waarin hij de werkwijze van NOC*NSF ter discussie stelt.
Gebrek aan Nederlandse vertegenwoordigers
Op dit moment
kent het Internationaal Olympisch Comité (IOC) 25 commissies die bemand worden
met vertegenwoordigers op persoonlijke titel en uit Nationale Olympische Comités
(NOC’s) en internationale federaties (IF’s). Buiten de Nederlandse IOC-leden
komt er volgens Geesink echter geen enkel andere Nederlandse naam in de
IOC-commissies voor. Volgens Geesink is de belangrijkste oorzaak van het gebrek
aan Nederlandse vertegenwoordigers de statutaire belemmering van NOC*NSF dat
bondsbestuurders geen lid mogen zijn van het bestuur van NOC*NSF. Dit verbod
blokkeert volgens hem een logische doorstroom van deskundige bondsbestuurders
naar nationale en internationale Olympische organisaties.
Geesink ageert – zonder succes - al jaren tegen de belemmerende statutaire
bepaling van NOC*NSF. Hij vindt dat de algemene ledenvergadering van NOC*NSF
zelf zou mogen kiezen of ze een bestuurder van een sportbond lid wil laten
worden van het NOC*NSF-bestuur. Geesink: “Wat bonden zich vaak niet realiseren,
is dat zij het zelf voor het zeggen hebben binnen NOC*NSF.”
De reden van de
gewraakte statutaire bepaling is een simpele volgens Berty van Bockom Maas,
senior juridisch adviseur van NOC*NSF. “Er zou sprake kunnen zijn van de schijn
van belangenverstrengeling als bestuurders van sportbonden tegelijkertijd
zitting zouden hebben in het bestuur van NOC*NSF. Immers NOC*NSF speelt een
belangrijke rol in het faciliteren van het verdelen van middelen bestemd voor de
georganiseerde sport.”
Nog geen reactie van
bonden
Wat de Nederlandse sportbonden van zijn brief vinden, is
Geesink niet duidelijk. “Ik ben niet alleen actief in Nederland, ik begeef mij
veel meer op het internationale vlak. Ik heb af en toe contact met de Judobond,
maar andere bonden spreek ik nauwelijks. De bonden hebben nog niet op mijn brief
gereageerd. Ze moeten zelf weten wat ze ermee doen. Ik vond het mijn taak om de
kwestie aan de orde te stellen.”
Geesink ziet geen andere oplossingen om de stagnatie van doorstromende bestuurders te voorkomen: “Ieder land doet zijn best om internationaal bestuurlijk vertegenwoordigd te zijn. Daarvoor zijn goede contacten tussen landelijke en wereldbonden noodzakelijk.” De landelijke bonden moeten volgens Geesink daarom goed geïnformeerd worden over zaken die bij de wereldbonden spelen. “Daarnaast is het echt van belang dat de bondsbestuurders deel uit mogen maken van het bestuur van NOC*NSF.”
Voor de passage uit de brief van Anton Geesink aan de bonden over ‘de minimale vertegenwoordiging van Nederlandse sportbestuurders in internationale commissies’ klik hier
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.