24 augustus 2017
Nieuws
door: Marc Hoeben | 24 augustus 2017
De besprekingen voor de vorming van een nieuwe regering zijn nog volop aan de gang. Met enige spanning wacht ook de Nederlandse sport dat proces af en dan met name vanwege de aandacht die sport bij de toekomstige beleidsbepalers gaat krijgen. Begin augustus stuurde de Nationale Sportraad een persbericht hierover de wereld in, waarbij de nadruk op de opname van een Nationaal Sportakkoord in de regeringsplannen lag.
De inhoud van dat advies, zoals verwoord in het Nationaal Sportakkoord, was al eerder – dit voorjaar - rondgestuurd naar de Tweede Kamer en de toenmalige informateur, minister Edith Schippers. Je zou kunnen zeggen: het sloot naadloos aan bij de visie van de olympische sportkoepel NOC*NSF. “Wij hebben zelf in het voorjaar ook gepleit voor een sportakkoord”, zegt Geert Slot als woordvoerder van NOC*NSF. “Dat hebben we ook aan minister Schippers laten weten. Wij vinden al veel langer dat je sport in een veel breder kader moet bekijken en plaatsen.”
‘Gevraagd en ongevraagd’ advies
De Nationale Sportraad werd in 2016 opgericht en geldt als het adviesorgaan voor parlement en kabinet en de minister van VWS, onder wie sport valt. Het college heeft het recht ‘gevraagd en ongevraagd’ te adviseren en als doel een brug te slaan tussen sport en samenleving. Het hoort ook in actie te komen als een evenement het sportieve belang ontstijgt en een betekenis krijgt voor de maatschappij. Zo hield het zich dit jaar bezig met een analyse van 25 grote gesubsidieerde en commerciële sportevenementen en probeerde het knelpunten en kansen voor Nederland als sportland in beeld te brengen, met als achterliggende gedachte de prioriteiten voor een nieuw regeerakkoord aan te geven.
Het voorstel voor het Nationaal Sportakkoord - dat is ondertekend door KNVB-voorzitter Michael van Praag en secretaris Mariëtte van der Voet - telt een aantal uitgangspunten om aan te geven dat er meer in sport geïnvesteerd moet worden. 'Sport bindt, sport is gezond, sport rendeert, sport inspireert', zo valt er te lezen en voor onderbouwing van al die stellingen worden cijfers van het Mulier Instituut gebruikt. Zo sporten meer dan tien miljoen landgenoten wekelijks, komt tweederde van de totale bestedingen aan sport van 6,8 miljard euro van de burger zelf, tegen 1,1 miljard van de gemeenten en 120 miljoen van de rijksoverheid.
Financiële impuls
Dat laatste is een pijnpuntje en wordt door NOC*NSF en de Nationale Sportraad toch wel als een druppel op een gloeiende plaat gezien. “De hoogte van dat bedrag, daar gaat de politiek natuurlijk over”, zegt Slot. “Maar het is wel interessant om ook nu te kijken tot hoe ver we als Nederland willen gaan. Het zou mooi zijn als er een extra financiële impuls komt. Dat bedrag is één procent van de begroting van het ministerie van VWS, waar natuurlijk de zorg veruit de grootste post is. Als je het zo ziet kun je, denk ik, wel zeggen dat het niet een heel bijzonder bedrag is.”
Hoe positief we sport ook ervaren en hoe positief het in verschillende opzichten daadwerkelijk ook is, zo constateert de NLSportraad, ondertussen wemelt het nog van knelpunten voor ouderen, voor chronisch zieken, voor mensen met een beperking, voor de lagere inkomens en ondertussen ook staat het bewegingsonderwijs onder druk, nemen de motorische vaardigheden van jonge kinderen af, beweegt 45 procent van Nederland minder dan een half uur per dag. De Sportraad ziet dat de taken voor het sportbeleid en de sportvoorzieningen van gemeenten niet schriftelijk zijn vastgelegd, ze noemt het fiscale klimaat ongunstig en doet een oproep om tot meer afstemming te komen tussen verschillende departementen.
Aparte bewindspersoon
Opvallend is ook het eerstgenoemde punt bij het lijstje prioriteiten. Van de aanstelling van een aparte bewindspersoon met een coördinerende rol zou nu toch eens echt werk gemaakt moeten worden. NOC*NSF juicht het toe. “Daar streven wij ook naar. In alle voorgaande kabinetten heeft VWS die coördinerende rol gehad. Het is goed dat dit weer expliciet zo wordt gesteld.”
De Sportraad en NOC*NSF kunnen dat wel vinden, niet iedereen is die mening toegedaan. Loek Jorritsma, voormalig ambtenaar van VWS, ziet een aparte minister of staatssecretaris voor sport duidelijk niet zitten.
“Die gaat iedereen in de weg zitten. Het beleidsgebied is daarvoor momenteel te gering. Bovendien heeft de betrokken bewindspersoon van VWS nu al die coördinerende rol. Al in 1996 hebben we de kabinetsnota 'Wat Sport Beweegt' gehad en daarin wordt dit expliciet benoemd, zoals deze nota toch al alle elementen bevat die nu door NLSportraad worden voorgesteld.”
Oude wijn in nieuwe zakken
Het ‘nieuwe’ Sportakkoord is vooral oude wijn in nieuwe zakken, dat is de kern van het betoog van Jorritsma. Toch acht ook hij de kans wel groot dat het Sportakkoord in de regeringsplannen wordt opgenomen. “D66 en VVD staan zeer positief tegenover de rijksbemoeienis met sport. CDA en CU zijn neutraal en hebben geen bezwaren. Het nut van zo’n Sportakkoord is dat het onderwerp dan wel op de agenda staat, met een positief woord. Dat is voor de gesprekken met andere departementen dan VWS een goede entree.”
Jorritsma staat sceptisch tegenover de gewenste rol van een Sportakkoord als vliegwiel tussen de verschillende ministeries. “Het gaat om de ambtelijke en politieke wil om er iets van te maken. Dit zou te vrijblijvend kunnen zijn. Een soort inspanningsverplichting. En dat je dan later zegt: we hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt.”
Opschroeven rijksbegroting
Op dezelfde manier kijkt hij tegen wensen aan voor het opschroeven van de rijksbegroting voor sport of het aangenamer maken van het fiscale klimaat. “De hoogte voor een bijdrage voor individuele gevallen wordt nu bijvoorbeeld begrensd door juridische bepalingen als die van de Wet Markt & Overheid en de Europese regelgeving van de mededingingswet en ook de bepalingen inzake Diensten van Algemeen Economisch Belang. Als je de algemene rijksbijdrage wilt verhogen, heb je het over een politieke beslissing. Het belangrijkste is dan wel om de structuur van de sport vast te leggen.”
De rijksoverheid zou meer aan het stuur mogen gaan zitten, bepleit Jorritsma. “Als de sport nog meer geld wil hebben, moet je heel goed afspreken wie over het geld gaat en dan zal je ook verantwoording moeten afleggen aan die rijksoverheid en niet alleen aan NOC*NSF. Zo gaat het nu in de praktijk wel en dat vindt de sportkoepel natuurlijk prima. Dat is een probleem als het gaat om het ontwikkelen van krachtig beleid. Dat gaat in heel kleine stapjes. Omdat de politiek het aan NOC*NSF laat en deze dat wel prima vindt. Dat zag je bijvoorbeeld ook bij de plannen destijds voor het naar Nederland halen van de Europese Spelen. De minister had nog aanvullende vragen. Daarop zei NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis: ‘Wat heeft de minister nou voor verstand van topsport.’ Dat geeft wel aan hoe de verhoudingen zijn en hoe NOC*NSF er tegenaan kijkt."
Voor meer informatie: brief van NLsportraad aan de informateur
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.