Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Nac speler spoort profclubs aan tot maatschappelijk ondernemen

NAC-speler spoort profclubs aan tot maatschappelijk ondernemen

28 juni 2012

Nieuws

door: Thomas van Zijl | 28 juni 2012

Voetballer Tim Gilissen nam twaalf jaar de tijd voor zijn studie, maar het resultaat mag er dan ook zijn. De scriptie van de NAC-middenvelder over maatschappelijk verantwoord ondernemen van profclubs werd beoordeeld met een 9. Het schoolvoorbeeld is er, nu nog hopen dat de Betaald Voetbal Organisaties (BVO’s) er in de praktijk van kunnen leren.

Voor Gilissen heeft voetbal altijd op de eerste plaats gestaan, maar al in het begin van z’n loopbaan - toen hij nog uitkwam voor Heracles Almelo - besloot hij er ook naast te studeren. Met horten en stoten bereikte hij met het voltooien van z’n scriptie een paar maanden geleden het einde van de opleiding aan Saxion Hogeschool Enschede. “Een studerende profvoetballer blijft een uitzondering. Het zullen er niet veel zijn, maar ik werd er niet anders door benaderd of bekeken. In de kleedkamer was het geen thema. Daar was ook geen aanleiding toe, want in eerste instantie ben ik voetballer. Dat had en heeft altijd de hoogste prioriteit gehad.” Zijn carrière in het veld nam hij zelfs deels mee in de schoolbankjes. Gilissen studeerde af op een thema dat steeds meer profclubs bezighoudt: maatschappelijk verantwoord ondernemen.
 
In zijn eerste jaren bij Heracles en Go Ahead Eagles stond de maatschappelijke betrokkenheid van BVO’s nog op een laag pitje. Gilissen was namens zijn club wel eens betrokken bij een sportdag, maar daar bleef het vaak bij. De laatste tijd is een kentering zichtbaar. Gilissen ziet een verklaring in de verwaterde relatie tussen clubs en hun achterland: “Vroeger was een ploeg het uithangbord van een streek, met jongens uit de regio in het eerste elftal. De laatste jaren is daar geen sprake meer van. BVO’s zijn handelshuizen geworden met vooral buitenlandse spelers, grote stadions en veel skyboxen. De gewone supporter heeft daardoor wel eens moeite zich nog met zijn club te identificeren.” Veel van de clubs leefden bovendien op te grote voet en moesten om te overleven uiteindelijk een beroep doen op geld van de gemeente. “Om dat te kunnen rechtvaardigen is het nodig dat clubs zich weer regionaal manifesteren. Deels heeft de voetbalwereld dat uit zichzelf gedaan, deels op aandringen van de gemeente. Het is zeker een instrument om de verstoorde relatie tussen clubs en hun achterban te herstellen.”
 
In zijn scriptie benadrukt Gilissen het belang van samenwerken met verschillende partners. Dat kunnen bijvoorbeeld scholen, welzijnsorganisaties en woningcorporaties zijn, maar ook bedrijven. “Dit zijn organisaties die maatschappelijk actief zijn, expertise en een groot netwerk hebben, maar ze missen de exposure van een voetbalclub. Daarin zit de unieke waarde van een BVO.” Voetballers kunnen zich inzetten voor voldoende beweging in de wijk of het goede voorbeeld geven voor leerlingen die zich niet makkelijk laten inspireren door hun school. “Het is aan de club zelf om aan te voelen en te inventariseren waar in de regio behoefte aan is. Dat is een van de belangrijkste voorwaarden om een project te laten slagen, vraag en aanbod op elkaar afstemmen.”
 
Bij tal van BVO’s barst het van de goede intenties, maar een goede uitvoering is een ander verhaal. Veel clubs richten een speciale stichting op om hun maatschappelijke activiteiten vorm te geven. Gilissen vindt dat logisch, maar er zit een nadeel aan. “Geld dat binnenkomt op naam van de stichting verdwijnt niet in de grote pot. Zo weten partners die een bijdrage storten zeker dat hun financiële steun niet wordt gebruikt om een nieuwe spits te halen. Nadeel is wel dat door deze organisatiestructuur de activiteiten minder makkelijk doordringen tot de kern van de club. Dat is wel noodzakelijk, want structureel maatschappelijk verantwoord ondernemen vereist daadkracht en overtuiging van de gehele BVO. Er moeten daarom zo veel mogelijk dwarsverbanden gelegd worden tussen de BVO en de stichting. Voetbal is en blijft natuurlijk het primaire proces, het maatschappelijk beleid kan de BVO helpen gezonde relaties te onderhouden met de omgeving. Inhoudelijk gezien verdienen daarom ook het eigen personeel en het milieu aandacht.”

Clubs die zich maar lang en fanatiek genoeg maatschappelijk inzetten, hebben daar zelf op termijn baat bij, denkt Gilissen. “In eerste instantie draait het om goodwill en een verbeterde relatie met de regio, maar het kan ook anders lopen. Kijk naar FC Groningen. Zij hebben zich de afgelopen jaren heel erg bezighouden gehouden met duurzaamheid, het belangrijkste thema van deze eeuw. Daardoor werden ze voor energiebedrijven zo interessant dat ze met Essent als sponsor een miljoenendeal konden sluiten. Dat is wat maatschappelijk verantwoord ondernemen ook kan opleveren.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.