Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Musea voor wielererfgoed komen in twente en west brabant

Musea voor wielererfgoed komen in Twente en West-Brabant

21 april 2011

Nieuws

door: Leo Aquina | 21 april 2011

België heeft een Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde en een Wielermuseum in Roeselare. Nederland heeft met het Velorama in Nijmegen een fietsmuseum, maar een museum voor wielersport bestaat nog niet. De Stichting Nationaal Wielersportmuseum wil daar verandering in aanbrengen met het Huis van de Wielersport in Twente. Ook in het Brabantse Rucphen bestaan vergevorderde plannen voor een wielermuseum. De twee beschouwen elkaar niet als concurrent. “Hoe meer er gebeurt, hoe beter het is. Laat de wielersport de winnaar zijn”, aldus oud-coureur Rini Wagtmans, die als adviseur verbonden is aan het initiatief in Rucphen.

“Ons initiatief is wat grootschaliger dan in Rucphen”, zegt Jan Goossink van de Stichting Nationaal Wielersportmuseum in Twente. “Dat is meer gericht op de regio West-Brabant, waar natuurlijk ook een grote wielerhistorie ligt. Concurrentie is er niet. Natuurlijk bestaat het gevaar dat je in dezelfde vijver vist als het gaat om geldschieters, maar wij komen niet in het regionale vaarwater van Rucphen. Je moet er goede afspraken over maken. We hebben voortdurend overleg met elkaar en we wisselen in alle openheid informatie uit.”

Huis van de Wielersport
Het Huis van de Wielersport in Twente afficheert zich nadrukkelijk als nationaal wielermuseum met internationale allure. Het museum mikt ook op bezoekers van over de grens in Duitsland en wordt volledig tweetalig; Nederlands en Duits. Het idee voor een wielermuseum ontstond in de culturele raad van Denekamp, de geboorteplaats van onder anderen de oud-profwielrenners Hennie Kuiper en Erwin Nijboer. “Een jaar of vijf geleden was er een plan voor een kleinschalige wielerexpositie”, vertelt Goossink. “In gesprekken met bijvoorbeeld de Koninklijke Nederlandse Wieler Unie, de Nederlandse Toerfiets Unie en NOC*NSF werd ons geadviseerd het naar nationaal niveau te trekken. De Regio Twente heeft vervolgens financiële middelen ter beschikking gesteld voor een businessplan en dat ligt er nu.”

De Stichting Nationaal Wielersportmuseum kocht onlangs de collectie van wielerhistoricus Wim van Eyle aan en die staat centraal. “Hij heeft alles bijgehouden vanaf het begin van de twintigste eeuw: informatie, uitslagen, noem maar op. Dat hele archief willen we digitaliseren om het op een interactieve manier aan het publiek te presenteren”, vertelt Goossink. “Het nationaal wielererfgoed is de hoeksteen, maar het moet meer zijn dan alleen een gebouw met een tentoonstelling. Het wordt een belevingscentrum voor het hele gezin.”

Ploegleidersauto
Naast vaste exposities mikt het Huis van de Wielersport op tijdelijke tentoonstellingen, educatieve activiteiten en een bibliotheek, maar buiten het gebouw wil de stichting ook een trialbaan, een BMX-baan en een fietsprobeerbaan bouwen. Bezoekers kunnen racen op een ‘hoge bi’ uit het einde van de negentiende eeuw, een poging doen de snelheid van het werelduurrecord te benaderen, fietsen op kasseien of beroemde bergen als de Alpe d’Huez beklimmen. Ook wil het Huis de bezoeker de mogelijkheid bieden om op het buitenterrein de modernste technische snufjes op fietsgebied uit te proberen. “Je moet het echt beleven”, aldus Goossink. “Een kind dat enthousiast wordt van de tentoonstelling, moet op de verschillende soorten fietsen kunnen stappen om te proberen hoe dat voelt. We willen ook een complete ploegleidersauto in het museum zetten met alle instrumenten erin. Daar moeten mensen in kunnen stappen om zelf ook echt ploegleider te kunnen spelen.”

Jan Janssen
Naast de collectie van Wim van Eyle wil het Huis van de Wielersport historisch materiaal van oud-renners tentoonstellen. “Jan Janssen heeft al gezegd dat te zijner tijd zijn volledige collectie naar het museum gaat.” Met Janssen is een prominent lid van het Comité van Aanbeveling genoemd. Naast de eerste Nederlandse winnaar van de Tour de France zitten daar onder anderen Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, oud-premier Dries van Agt en de voorzitters van de KNWU, NTFU en ANWB in. Zij denken mee over de inhoudelijke invulling van het Huis en helpen met het vinden van financiers.

Vier miljoen
Voor de bouw van het museum en de buitenaccommodaties eromheen op recreatiepark Het Hulsbeek in Oldenzaal is ongeveer vier miljoen euro nodig. Dat geld komt voor een kwart uit fondsen, een kwart uit sponsoring, veertig procent via overheden en tien procent uit eigen financiering. “Die verdeling is globaal”, legt Goossink uit. “We zijn in gesprek met verschillende overheidsinstanties, de Provincie Overijssel, de Regio Twente, de Gemeente Oldenzaal, de Rabobank en verschillende Fondsen. Bovendien dragen bedrijven als Shimano, Giant en Cannondale ons een warm hart toe.” Als het museum eenmaal open is, bedragen de exploitatiekosten vier à vijf ton per jaar en dat geld verdient het Huis terug met de beoogde 45.000 bezoekers per jaar. “Bedrijven die zich bezighouden met de wielersport kunnen zich in het Huis manifesteren. Dan kun je denken aan het testen van materiaal, bijeenkomsten met relaties, maar ook aan onder meer toertochten, evenementen en clinics”, aldus Goossink.

Het Huis van de Wielersport is momenteel met potentiële geldschieters in gesprek. Dat geldt ook voor Stichting de Goeie Ontsnapping van het Brabantse initiatief. Net als het Huis van de Wielersport wil Rucphen naast een tentoonstelling vooral een belevingswereld op wielergebied bieden. De gemeentes Oldenzaal en Rucphen staan positief tegenover de plannen en beide musea hopen de deuren in 2013 te kunnen openen.

Voor meer informatie over het Huis van de Wielersport: klik hier. Voor informatie over Stichting de Goeie Ontsnapping klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.