De Troonrede ging nauwelijks over sport. Dat viel veel mensen in de sportwereld op. Toch ziet de Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS) meer reden tot optimisme dan teleurstelling. Directeur Ruben Buijserd kijkt liever naar wat er wel werd gezegd. Juist daarin ziet hij kansen voor sport en bewegen.
15 oktober 2026
Nieuws
"Ik hoor de teleurstelling in de sector wel", zegt Buijserd. "Maar ik vraag mij ook af hoe realistisch het is om te verwachten dat de Koning uitgebreid over sport gaat spreken, terwijl we als samenleving voor zoveel opgaven staan. Ik kijk liever naar de thema's die wel zijn benoemd en de bijdrage die sport daaraan kan leveren. Waar het ons als sportsector lukt om die opgaven echt te begrijpen en onszelf onderdeel te maken van een grotere beweging zijn we een zeer gewaardeerde partner. Dat is onze inzet. Met onze eigen Sportieve Troonrede, dit jaar uitgesproken door drievoudig kickboks-wereldkampioen Remy Bonjasky, leveren we daar ook een bijdrage aan."
"De erkenning dat sport en bewegen een wezenlijke bijdrage leveren aan gezondheid, is er nog niet voldoende"
Ruben Buijserd
In de reactie van MOS op Prinsjesdag staat één passage uit de Troonrede centraal: Niet iedere zorgvraag vraagt om een medisch antwoord. Volgens Buijserd raakt die uitspraak de kern van een veel grotere maatschappelijke discussie. "Als gezondheid het doel is, dan moet bewegen een plek krijgen aan de beleidstafel. Nog te vaak wordt gezondheid vooral bekeken vanuit zorg en medische interventies, terwijl we allemaal weten dat dit ook gaat over meedoen, ontmoeten, bewegen, zingeving en sociale contacten."
Volgens hem ontbreekt die bredere benadering nog regelmatig in het Haagse beleid. "We horen mooie ambities. Denk aan het idee dat mensen gezond negentig jaar moeten kunnen worden, maar vervolgens zie je sport en bewegen nog onvoldoende terug in het narratief, de beleidskeuzes en begrotingen die daarbij horen. De erkenning dat sport en bewegen een wezenlijke bijdrage leveren aan gezondheid, is er nog niet voldoende."
Dat is volgens hem opmerkelijk, juist omdat de overheid steeds nadrukkelijker inzet op preventie. "Dat wordt vaak genoemd als oplossing voor maatschappelijke problemen. Als je het serieus meent met preventie, moet je ook investeren in de dingen die mensen daadwerkelijk uit kwetsbare posities kunnen houden, waarmee je bouwt aan een weerbare samenleving. De brede sportsector is zo’n bouwsteen en draagt bij aan gemeenschapsvorming, gezondheid en welzijn. Omarm en benut dat."
In de Miljoenennota ziet MOS een beleidsredenering die volgens Buijserd veel breder toegepast zou moeten worden. Het kabinet kiest op verschillende terreinen voor een gerichtere aanpak van groepen die achterblijven. "Bijvoorbeeld binnen het Rijksvaccinatieprogramma zie je dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar gebieden en doelgroepen waar gezondheidsachterstanden groter zijn. Dat vinden wij een sterke redenering. Niet iedereen start vanuit dezelfde positie. Als je gelijke kansen wilt creëren, moet je soms bewust meer investeren op plekken waar de problemen het grootst zijn. Die gedachte ondersteunen wij volledig."
"Juist bij groepen die nu nog niet of nauwelijks meedoen, valt de grootste maatschappelijke winst te behalen"
Ruben Buijserd
Diezelfde logica zou volgens MOS ook voor sport en bewegen moeten gelden. "Je kunt die redenering net zo goed toepassen op sportstimulering en gezondheidsbevordering. Juist bij groepen die nu nog niet of nauwelijks meedoen, valt de grootste maatschappelijke winst te behalen. Daar winnen we allemaal."
Dat sluit naar de mening van Buijserd mooi aan bij recente adviezen van de Nederlandse Sportraad, waaronder Laat ze niet zitten en Niemand aan de zijlijn. "De kern van beide adviezen is eigenlijk hetzelfde: de grootste impact bereik je niet bij mensen die vanuit eigen regie sporten, maar bij mensen die nog niet vanzelfsprekend meedoen. Dat herkennen wij volledig. We hebben in de sportsector niet onbeperkt capaciteit en middelen. Dan moet je keuzes maken. De overheid heeft in die afweging een verantwoordelijkheid richting mensen die de meeste ondersteuning nodig hebben."
Als voorbeeld noemt Buijserd de buurtsportcoachregeling. "Dat is een prachtige regeling met veel verschillende doelstellingen. Maar uiteindelijk moet je durven sturen op impact. Bereiken we daadwerkelijk de mensen voor wie sport en bewegen het minst vanzelfsprekend zijn? Dáár zou de discussie veel vaker over moeten gaan. Onze spelers vertrekken altijd vanuit de leefwereld van mensen. Als mensen samenkomen in een moskee, een wijkcentrum of een ziekenhuis, dan moeten we bereid zijn om ook daar aanwezig te zijn, niet wachten tot die mensen naar de sport komen, maar aansluiten bij waar zij zich bevinden."
Nick Hoogendorp, Ruben Buijserd en Remy Bonjasky bij de sportieve troonrede ©Ingrid Jongens
Dat vraagt volgens hem om een andere manier van denken. "Daar hebben we als sportsector ook moeite te doen. Door te vertrekken vanuit de vraag waar sport en bewegen van waarde kunnen zijn voor bredere maatschappelijke vraagstukken. Denk aan thema's als eenzaamheid, mentale gezondheid, weerbaarheid en kansengelijkheid. Laten we ons dus niet blindstaren op medische preventie, maar ook onze ogen openen voor welzijnspreventie, blijven investeren in een samenleving die mensen ziet en naar hen omziet. Dan kunnen we mensen ondersteunen voordat problemen ontstaan. Juist daar kan sport een enorme bijdrage aan leveren."
Waar ook Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) in haar reactie op de Troonrede eveneens wees op de maatschappelijke betekenis van sport, ziet Buijserd geen concurrentie tussen organisaties.
"Verandering gaat nooit van de ene op de andere dag, maar we zien wel degelijk een beweging én resultaten"
Ruben Buijserd
"Juist niet. Ik hoop uiteindelijk dat de maatschappelijke impact van sport nog nadrukkelijker het terrein van ons allemaal wordt. Van verenigingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We trekken dan ook steeds vaker en beter samen op, met NOC*NSF, POS en anderen, bijvoorbeeld rond vraagstukken als ongelijkheid en toegankelijkheid. Iedereen brengt daarbij zijn eigen kracht in. Uiteindelijk gaat het erom dat meer mensen worden bereikt en beter worden toegeleid naar sport en bewegen. Daarin zien wij onszelf als verbinder in iets wat ons allemaal verbindt."
Of het aanspreken van het kabinet daadwerkelijk effect heeft? Buijserd gelooft van wel. "Verandering gaat nooit van de ene op de andere dag, maar we zien wel degelijk een beweging én resultaten. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie over de inzet van buurtsportcoaches voor kwetsbare doelgroepen. Via lobby en politieke gesprekken zijn daar moties voor aangenomen die zijn gesteund. Het geeft ons extra motivatie om zaken te blijven adresseren en te sturen op verandering."
Deel dit bericht:
Door: Emilie Maclaine Pont
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.