10 maart 2011
Nieuws
Het W.J.H. Mulier Instituut en Kennispraktijk zijn in opdracht van het ministerie van VWS gestart met de lokale monitoring van zes eerste tranche gemeenten van de Impuls brede scholen, sport en cultuur. Bij deze lokale monitoring vormen de landelijke doelstellingen het uitgangspunt (outcome) maar wordt er tevens gekeken naar de concrete prestaties (output) en naar de uitvoering van het proces (throughput) op lokaal niveau.
Leidraad van de monitoring is het volgende schema (klik hier). Het is van belang om zicht te krijgen op het proces van uitvoering. Hierdoor kunnen succesfactoren en knelpunten boven tafel komen. Met behulp van deze inzichten kan de uiteindelijke effectiviteit van de inzet van de combinatiefunctionarissen worden vergroot.
Tijdens de derde Kennisdag Combinatiefuncties op 9 december 2010 hebben het Mulier Instituut en Kennispraktijk samen een workshop gegeven waarin dieper werd ingegaan op dit proces (throughput). Daarnaast zijn bijbehorende vragen die leven bij verschillende betrokkenen verzameld en besproken. Het doel hiervan was handvatten te geven om lokaal meer zicht te krijgen op monitoring.
Achtergrond van de deelnemersOngeveer de helft van de zeventig deelnemers was vanuit de gemeente betrokken bij de inzet van combinatiefunctionarissen. Daarnaast was 19% aanwezig vanuit de sport, 7% vanuit cultuur, 12% was een combinatiefunctionaris. Bijna de helft van de aanwezigen (46%) is al bezig met monitoring (het is niet bekend om welke tranche van gemeenten het hier gaat). Daarnaast gaf 33% aan dat er wel plannen zijn. Dit geeft aan dat er veel belang wordt gehecht aan monitoring. Legitimering werd het meest genoemd als reden voor monitoring.
Voor 30% van de aanwezigen bieden de landelijke doelstellingen voldoende houvast. Iets meer dan de helft van de aanwezigen (57%) geeft aan dat de landelijke doelstellingen specifiek zijn uitgewerkt in hun betreffende gemeente.
Relevante procesvragen
Uit de brainstormsessie kwamen veel relevante procesvragen naar voren. Men wil zicht krijgen op de verbeterpunten en succesfactoren van en tijdens de inzet van combinatiefunctionarissen. Veruit de meeste meer specifieke vragen hebben betrekking op de samenwerking tussen de verschillende partijen. Hierbij werden vragen gesteld over de rolverdeling (o.a. zijn hier afspraken over gemaakt, maar houdt iedereen zich aan die afspraken?) en de samenwerking zelf (hoe ziet de samenwerking eruit, wat zijn succesfactoren voor een goede samenwerking, hoe zijn de verwachtingen, is er voldoende draagvlak bij de verschillende partijen?). Ook veel procesvragen hebben betrekking op de combinatiefunctionaris zelf. Vragen die hierbij werden genoemd gaan over wie de combinatiefunctionaris begeleidt, of er afspraken zijn over rollen en verantwoordelijkheden, hoe de afstemming verloopt tussen de combinatiefunctionarissen onderling en of de combinatiefunctionarissen voldoende zichtbaar zijn bij de verschillende partijen.
Daarnaast waren er diverse vragen die te maken hebben met het aanbod. De aanwezigen gaven aan dat het van belang is antwoord te krijgen op de vraag of er sprake is van een doorlopende leerlijn tussen binnen- en buitenschools aanbod, of er doorstroom is van school naar de sportvereniging en of er wordt nagedacht over continuïteit van het aanbod. Een overzicht van alle procesvragen die tijdens de workshop zijn genoemd is hier te vinden.
We kunnen concluderen dat er op lokaal niveau veel relevante procesvragen spelen. De samenwerking blijkt het meeste vragen op te roepen. Voor iets meer dan de helft van de aanwezigen bieden de landelijke doelstelling onvoldoende houvast om de Impuls te monitoren. Een vertaling naar lokaal niveau blijkt noodzakelijk.
Deze vertaling naar lokaal niveau zal in de monitoring van de zes ‘eerste tranche gemeenten’ ook een rol spelen. Door middel van vragenlijsten wordt er niet alleen een landelijk beeld verkregen maar zullen er ook een aantal specifieke lokale vragen worden toegevoegd. Bovendien worden er semi-gestructureerde interviews met betrokkenen gehouden waarbij het proces uitgebreid aan bod komt. Deze gecombineerde aanpak moet leiden tot een goed inzicht in zowel de opbrengst van de inzet van combinatiefunctionarissen als de optimale omstandigheden die de opbrengst ten goede komen.
Voor meer informatie over lokale monitoring van Combinatiefuncties: Marja Leijenhorst (m.leijenhorst@kennispraktijk.nl) of Anneke von Heijden (a.vonheijden@mulierinstituut.nl)Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.