24 november 2011
Nieuws
“De eerste moord is altijd de moeilijkste”, aldus Jan Luitzen. De taalwetenschapper digitaliseert zijn hele bibliotheek met onder meer ruim 3.000 sportboeken. Om zijn boeken door de scanner te kunnen halen, hakt Luitzen eerst de rug eraf. De papieren versie gaat verloren, maar in hun digitale vorm hebben de boeken veel meer waarde. In augustus 2012 begint Luitzen aan een promotieonderzoek getiteld ‘Van wicket en free kick naar wicket en vrije schop’. De mogelijkheid om zijn sportboeken digitaal te kunnen doorzoeken, is daarbij onontbeerlijk.
Jan Luitzen studeerde in de jaren tachtig af als taalkundige aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar maakte vele professionele omzwervingen voordat hij terugkwam bij zijn drie grote zakelijke liefdes: sport, taal en schrijven. In militaire dienst leerde Luitzen Russisch als onderdeel van zijn opleiding tot ondervrager van krijgsgevangenen bij de inlichtingendienst en na zijn diensttijd werkte hij vijf jaar als salesmanager in het bedrijfsleven. “Ik wilde eigenlijk kunstenaar worden, dus ik had me voorgenomen dat werk niet langer dan vijf jaar te doen. Na exact vijf jaar heb ik die belofte aan mijzelf ingelost. Toen ben ik gaan schilderen en boeken schrijven.” Al schrijvende keerde Luitzen terug bij de taalwetenschap. Hij schreef romans, voetbalboeken en drie sportwoordenboeken voor Van Dale en ging parttime aan de slag als docent taalbeheersing bij de Hogeschool van Amsterdam.
De sportwoordenboekenserie voor Van Dale bracht Luitzen op het idee zijn eigen omvangrijke sportbibliotheek te digitaliseren. “Al sinds mijn studie verzamel ik alles wat er op sportgebied in boekvorm verschijnt. In de jaren zeventig was dat nog niet zoveel, jaarboeken van Ajax, Feyenoord, FC Twente en FC Utrecht bijvoorbeeld. Wat er voor die tijd was verschenen, harkte ik bijeen in antiquariaten, van naslagwerken, reglementenboeken en journalistiek werk tot jeugdboeken over voetbal. Om in al die boeken makkelijk voorbeelden te kunnen vinden voor lemma’s in een sportwoordenboek is het handig als alles in de computer staat.” In zijn gedigitaliseerde bibliotheek kan Luitzen doormiddel van indexen op de volledige bibliotheek en op thematische subbibliotheken teksten razendsnel doorzoeken op trefwoorden. “Neem bijvoorbeeld het woord ‘Mongolenwaaier’ in de wielersport. Als ik dat intik, krijg ik te zien in hoeveel boeken het voorkomt, op welke pagina’s het staat en in welke zinnen het wordt gebruikt.” Voor dit specifieke voorbeeld leidde dat in het Wielersportwoordenboek tot het volgende lemma:
mongolenwaaier (de; -s) - waaier van renners die de slag hebben gemist of zijn gelost ? Als het peloton weer uit elkaar getrokken wordt, bevind ik mij in de tweede waaier, beter bekend als de mongolenwaaier. (www.wvwestfrisia.nl) • Soms is een mongolenwaaier óók een groepje renners dat een waaier probeert te vormen, maar daar door onkunde en rijgedrag niet in slaagt. (Jac Zwart) ¦ van het scheldwoord mongool voor iemand die achterlijk, stom doet, verwijzend naar de vermeende debiliteit van een 'mongool' (iem. die lijdt aan het downsyndroom); in COSTW staat ook mongolenrondje vermeld: koers die zo simpel is dat niemand hoeft te lossen, bv. het criterium van Pijnacker
Luitzen schreef een wielersportwoordenboek, een golfsportwoordenboek en een atletiek- en turnwoordenboek. Daarvoor bracht hij in totaal zo’n 7.000 woorden in kaart. “Sporttaal is eigenlijk een stiefkind in de taalkunde”, zegt hij. “Als je alles meeneemt, zijn er waarschijnlijk zo’n 20.000 sportwoorden in de Nederlandse taal, een kolossaal aantal. Dat zijn onder meer specifieke termen uit de onderscheidende sporten, bestaande Nederlandse woorden die een nieuwe, extra betekenis hebben gekregen als daar in de sporttaal behoefte aan was, leenwoorden uit bijvoorbeeld het Engels, Frans, Italiaans en Japans, eponiemen en overkoepelende sporttermen die in meerdere sporten worden gebruikt.” Kans om al die 20.000 Nederlandse sportwoorden in boekvorm te gieten, krijgt Luitzen niet meer. “Er is simpelweg geen behoefte meer aan woordenboeken en Van Dale heeft het project ‘on hold’ gezet. Nou, dan weet je het wel.”
Na het besluit van Van Dale om met de sportwoordenboeken te stoppen, ging Luitzen op zoek naar nieuwe mogelijkheden om het digitaliseren van zijn sport- en taalbibliotheek tot nut te maken. “Zo kwam ik bij het idee van mijn promotieonderzoek. Het is een reconstructie van de oertijd van het voetbal en het cricket in Nederland in de periode 1840-1914.” Luitzen maakt die reconstructie aan de hand van de frequentie, verspreiding en vernederlandsing van de (Engelstalige) cricket- en voetbaltermen in het Nederlands. “Ik wil nagaan wie de sportwoorden bekendheid hebben gegeven, in welke sociale context dat is gedaan en hoe er vanuit de bestaande, traditionele sportwereld en de taalgemeenschap op de nieuwe sporten cricket en voetbal en de daarmee verbonden sportterminologie werd gereageerd.”
Belangrijk is ook de vraag hoe het gebruik van deze sporttaal de sociaal-maatschappelijke verhoudingen weerspiegelt. Dat kan verklaringen voor de populariteit van het voetbal en de geringere populariteit van het cricket vanaf het begin van de twintigste eeuw ondersteunen. Luitzen verwijst bijvoorbeeld naar Maarten van Bottenburg die in zijn proefschrift (1994) stelde dat het verschil in populariteit niet te wijten is aan het feit dat cricket ingewikkelder is: “Van Bottenburg zoekt de verklaring voor de uiteenlopende populariteit van beide sporten juist in de sociale kenmerken van de beoefenaars, hun verhouding tot andere groepen mensen en de veranderingen. Wijzigingen in taalgebruik kunnen in dit verband dus ook licht werpen op sociaalhistorische ontwikkelingen.”
Luitzen begint in augustus 2012 aan zijn onderzoek. Voor die tijd werkt hij samen met Jan Janssens en Rem Pronk van de Hogeschool van Amsterdam aan een boek over sportondernemers, dat op de SM&O Summit in 2012 wordt gepresenteerd. In de tussentijd gaat hij gestaag verder met het digitaliseren van zijn eigen en andermans sportboeken. “Papieren bibliotheken zijn ouderwets. Vroeger was ik enorm zuinig op boeken, maar in de loop der jaren heb ik een omslag gemaakt. Ik geef wel eens een lezing over het digitaliseren en dan laat ik met satanisch genoegen een filmpje van Folia Web zien waarin ik voordoe hoe dat hele proces in zijn werk gaat. Dan gaat er bij het afhakken van de boekrug een golf van ontzetting door de zaal, met name bij de vijftigplussers. Totdat ik demonstreer wat ik allemaal met die gedigitaliseerde bibliotheek kan.” Toch is ook dan nog niet iedereen overtuigd. Luitzen: “Als ik die mensen vervolgens voorstel om hun boeken ook door mij te laten digitaliseren, schrikken ze vaak terug. Mensen hebben die boeken allemaal staan voor de vorm. Mij gaat het om de inhoud.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.